Studiedag christelijke filosofie: „Godsbestaan niet te bewijzen, alleen te beargumenteren”

Prof. Govert Buijs (l.) leidt de discussie tussen prof. Sarot (midden) en dr. De Ridder. beeld RD
3

Kunnen we het bestaan van God bewijzen? Nee, we kunnen het alleen redelijk beargumenteren, stelt dr. ir. Jeroen de Ridder. Stop met deze laatste methode, adviseert prof. dr. Marcel Sarot. „Het is geen toeval dat wij niet belijden dat God bestaat, maar dat wij in God geloven.”

Twee kernuitspraken tijdens de studiedag van de Stichting voor Christelijke Filosofie, zaterdag in Utrecht. De Ridder sprak over ”De God van de filosofen”, dit naar aanleiding van zijn boek ”En dus bestaat God” (2015), dat hij schreef met dr. ir. Emanuel Rutten. Prof. dr. Marcel Sarot publiceerde er een kritische recensie over en ging met De Ridder in debat. De Ridder is universitair docent filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Sarot is hoogleraar fundamentele theologie aan de Tilburg School of Catholic Theology.

De Ridder constateerde de laatste veertig jaar een heropleving van de Angelsaksische analytische filosofie. Voor gelovigen kunnen zulke argumenten uit deze traditie helpen om in te zien dat er goede redenen zijn voor het geloof in God. Dat is van belang in apologetische gesprekken met atheïsten of agnosten. Hij noemde zijn methode ”het project van de God van de filosofen”. Kenmerkend is het argumenteren voor de waarheid van specifiek christelijke geloofsovertuigingen, de redelijkheid van het geloof in God en het doordenken van de klassieke eigenschappen van God.

De Ridder was verwonderd over negatieve reacties vanuit christelijke kring op zijn boek en ook op het boek ”God bewijzen” van collega’s Stefan Paas en Rik Peels. „Natuurlijk snap ik dat overtuigde atheïsten niets in dit project zien, maar reacties van medegelovigen verbaasden mij het meest. De analytische filosofie wil niet meer dan een correcte analyse van begrippen geven. Zij maakt bescheiden waarheidsclaims, benadrukt precisie en helderheid en reageert vooral op sceptische argumenten.”

Hij noemde als misplaatst bezwaar de overschatting van de menselijke rede. „Je claimt geen wiskundige bewijzen, maar geeft argumenten die het bestaan van God aannemelijk maken. Er zijn zeker mysteries, maar ook in zo’n geval zou ik het prettig vinden om aan te geven waarin dat mysterie dan zit.”

Genuanceerd spreken

Prof. Sarot zag in de methode van De Ridder de verlichting en de neoscholastiek van de negentiende eeuw doorwerken. „De denksfeer van de verlichting wordt bepaald door het funderingsdenken: je kunt niet geloven zonder goede gronden, zonder fundament. Godsbewijzen worden dan ingezet om dat fundament te leggen.”

De Ridder definieert in zijn boek God als een persoonlijk Wezen met wils- en handelingsvermogens. Sarot: „De theologie spreekt veel genuanceerder over het Persoon-zijn van God. Daar is God één Wezen in drie Personen. Dat redeneert moeilijker dan in een Godsbewijs. Wie verder wil komen op deze weg van het argumenteren over God, zal moeten laten zien wát wij over God geloven en waarom wij dat geloven. Dat is lastiger, maar het kan niet anders als je andere mensen daarvan wilt overtuigen.”

De Ridder erkende dat het geloof in God geen wetenschappelijke hypothese is, maar een liefdesrelatie. „We leven echter in een tijd waarin er getwijfeld wordt aan het object van deze liefdesrelatie.” Sarot zag bij De Ridder en zijn analytische project een radicale breuk met de eerste zestien eeuwen van het christelijk denken over God. „Dit is iets nieuws, en daarom is het voor mij een goede reden om er niet aan te beginnen. De manier waarop jullie over God spreken, maakt toch dat je in feite meegaat in het taalspel van hen die over God willen spreken als hypothese. Jij sluit aan bij het taalspel van Dawkins en Philipse, en ik waardeer het dat je hen flink van katoen geeft op hun niveau. Maar jullie taalspel deugt niet. De eerste christenen geloofden niet dat God bestáát. Geloven ín is wat anders. God ís op een andere wijze dan wat in de werkelijkheid ís.”

Het thema van de dag leefde, gezien de grote opkomst van ruim 100 bezoekers. Er moesten stoelen bijgezet worden. Voor de nieuwe directeur van de Stichting voor Christelijke Filosofie, Sander Luitwieler, was het duidelijk: „De christelijke filosofie leeft.”