Stichting Friedensstimme viert 40-jarig bestaan met dankdienst

Dankdienst 40 jaar Friedensstimme. beeld Cees van der Wal

Stichting Friedensstimme steunt al 40 jaar evangelisten die werken in het onmetelijk grote Rusland, op de Kaukasus en in Centraal-Azië. Vrijdagavond werd daarvoor een dankdienst gehouden in de Sint Janskerk te Gouda.

De geschiedenis van deze 40 jaar valt in twee periodes te verdelen, stelde ds. A. van der Zwan, voorzitter van Friedensstimme. Vóór de Wende –de ontwikkelingen die in 1989 en 1990 leidden tot de val van het communisme– werden christenen in Rusland vervolgd en in kampen opgesloten. Met de val van het communisme ontstond er godsdienstvrijheld en werd evangelisatie mogelijk.

Friedensstimme heeft dat nieuwe werk van meet af aan ondersteund. Inmiddels betreft dat ongeveer honderd evangelisten. Zij werken vaak met gevaar voor eigen leven in de barre en koude toendra’s in het noorden van Rusland en in de door islam gedomineerde landen van Centraal-Azië en de Kaukasus. Vanuit Gouda worden met grote regelmaat pakketten met lectuur en Bijbels verstuurd naar de christenen.

Dankthema

Volgens ds. Van der Zwan is er inmiddels een derde fase ingegaan. Hij constateert van twee kanten toenemende druk. In Rusland zijn strengere religieuze wetten van kracht en in Centraal-Azië is sprak van opmars van de islam.

„Gaat een geopende deur weer dicht?”, vroeg hij zich af. Vanavond is dat niet de hoofdtoon, stelde hij. „Ons dankthema is naar Psalm 75:1: „U alleen, U loven wij!”. Maar hoe is dat te combineren met de vraag van Asaf in Psalm 77 naar Gods leiding? „Uw voetstappen werden niet bekend, zegt hij daar. Asaf grijpt moed, omdat God almachtig en verrassend is. Hij gedenkt hoe voor dezen, ons de Heer heeft gunst bewezen. Asaf denkt terug aan de 40-jarige woestijnreis en het wonder van de doortocht.”

„God bleek een weg te kunnen scheppen die er niet was”, aldus ds. Van der Zwan. „Heeft Hij ook ons zo niet vaak verrast, vóór en na 1989? Allerlei machten en krachten stonden tegenover een schijnbaar machteloos volk met alleen het Woord. De God van dat Woord bleek de Almachtige. Hij is niet veranderd. Zo mogen we vanavond kennisnemen van Zijn trouwe zorg in verleden en heden.”

Open deur

Hoofdspreker Nicolai Solotoechin groeide op in een ongelovig gezin. Als 17-jarige leefde hij volop in de wereld. Toen een vriend van hem omkwam door een ongeval dacht hij: Wat is eigenlijk de zin van mijn leven? „Het antwoord op die vraag kwam ik in het Woord van God tegen. Hij is de zin van mijn leven. Dat wilde ik aan Hem wijden”, zei hij. „Net als met Pinksteren stortte Hij Zijn Geest in mij uit.”

Gehoorzaam aan Zijn Woord is hij Hem gaan dienen. In de tijd van de vervolging werd hij gevangen gezet. „Maar de Heere opende een deur voor mij en mocht ik ook mijn medegevangenen bemoedigen. Na de perestrojka mag ik nu het Evangelie naar rendierhouders op de ijskoude toendra’s brengen waar nog nooit het Evangelie is verkondigd.“ De evangelist riep de Friedensstimmevrienden op dat Evangelie ook te verspreiden.

Solotoechin is contactpersoon tussen de broeders in Rusland en Friedensstimme. In de Noordpoolgebieden is hij verantwoordelijk voor alle evangelisatieactiviteiten. Veel is hij onderweg om de broeders te bemoedigen. Geert-Jan Noorman, directeur van Friedensstimme, verbaast zich erover dat Nicolai bij zijn bezoek aan de broeders en hun gezinnen al hun de namen kent.

Geheim

Voorlichter Filip Uijl schetste hoe zijn vader Rien –hij was wegens ziekte verhinderd– in contact kwam met Russische baptisten die gevangen hadden gezeten. Dat leidde tot de oprichting van Friedensstimme. „Velen vonden in Rusland het geluk van een verloren leven en gingen het geheim van het Evangelie verkondigen aan hen die het ware leven nog niet gevonden hadden.” Volgens hem zijn er nog velen die wankelen ten dode. „Ook zij moeten bereikt worden met het Evangelie en gered worden door de Naam van Jezus.”

Friedensstimme organiseert ook talrijke kinderkampen, aldus Uijl. „Al is er soms sprake van tegenwind, we bereiken toch elke keer weer de overkant. Het stormt wel eens, maar we zijn nog niet gezonken.”