Steungroep kritisch op aanstelling interim-manager Timotheos

Zicht op Blantyre. In de rechtbank in deze stad, gelegen in het zuiden van Malawi, begon vorige week het proces tegen de financieel directeur van Stichting Timotheos. beeld AFP, Gianluigi Guercia
5

Het bestuur van Stichting Timotheos heeft een interim-manager aangesteld voor de ”compound” in Malawi. De Steungroep Malawi reageert uiterst kritisch op deze stap. „De veiligheid van de veldwerkers komt door het handelen van dit bestuur steeds verder in gevaar.”

Het bestuur van Stichting Timotheos meldde zaterdag dat H. Schipaanboord uit Apeldoorn is aangesteld als interim-manager. Schipaanboord is momenteel werkzaam als docent, auditor en financieringsmakelaar. Hij heeft gewerkt als monitoring- en auditingexpert bij stichting Woord en Daad. Het is de bedoeling dat hij „zodra dit mogelijk is” afreist naar Malawi. „Verder zal hij zijn werkzaamheden voornamelijk vanuit Nederland uitvoeren.”

Schipaanboord gaat leidinggeven aan de veldwerkers en wordt verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. Hij rapporteert aan het Nederlandse bestuur, dat ervan overtuigd zegt te zijn „dat deze stap zal bijdragen aan de voortgang van het werk van Timotheos en dat de continuïteit van de werkzaamheden hierdoor gewaarborgd is.”

De financieel directeur van Stichting Timotheos staat sinds medio april op non-actief en heeft een gebiedsverbod. Hij wordt verdacht van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij negen mannen. De eerste zitting in het proces tegen de financieel directeur had plaats op 8 oktober. Het Malawische dagblad The Nation bracht zondag een reactie naar buiten van Victor Jere, de advocaat van de aanklager.

Jere zegt dat de advocaat van de verdachte inbracht dat de aanklachten gebaseerd zijn op een „ongrondwettelijke” passage uit het Wetboek van Strafrecht, die zou neerkomen op de schending van de privacy en waardigheid van de verdachte.

De aanklager bracht daartegen in dat het argument van de advocaat van de verdachte „een gebruikelijke tactiek” is van overtreders die betrokken zijn bij homoseksuele handelingen. Jere: „In een notendop zegt de verdedigende partij dat we de seksuele misdrijven die de verdachte heeft gepleegd bij de studenten, niet kunnen bespreken, omdat hij een homoseksuele relatie met hen zou hebben gehad. Maar dit is een verkeerde interpretatie van deze zaak. (...) We hebben de rechtbank gezegd dat het in deze zaak gaat om een dader die zichzelf tegen hun wil opdringt aan nietsvermoedende en kwetsbare slachtoffers.” De behandeling van de zaak werd voor maximaal twee weken uitgesteld.

Het bestuur van Timotheos wilde maandagmorgen geen reactie geven op de uitlatingen van Jere. In de persverklaring zegt het bestuur de zaak „nauwlettend” te volgen. „Zoals eerder aangegeven neemt het bestuur deze zaak zeer serieus.”

Kindzorgcentrum in het zuiden van Malawi. beeld Stichting Timotheos

Steungroep

De aanstelling van Schipaanboord als interim-manager roept kritische vragen op bij de Steungroep Malawi. Deze groep ontstond uit onvrede over de keuzes van het bestuur van Timotheos. In de groep hebben verschillende nauw betrokkenen zich verenigd om het werk van Timotheos doorgang te laten vinden onder de armen en de wezen in Malawi en om met name de veldwerkers Bep Klok, Thera Verdouw en het managementteam te ondersteunen.

Woordvoerder Johan Arends –oud-bestuurslid van Stichting Timotheos– gaf zaterdag een reactie namens de Steungroep. „We hebben begrepen dat de advocaat van de verdachte niet heeft ontkend dat er sprake is geweest van homoseksuele handelingen. Dit waren contacten met mensen die in een afhankelijkheidsrelatie stonden tegenover de financieel directeur. Het is onvoorstelbaar dat het bestuur geen actie onderneemt, na de bekentenissen die de financieel directeur dit voorjaar heeft afgelegd tegenover onder anderen ds. H. Lassche en ds. D. Heemskerk en na de aan het bestuur beschikbaar gestelde verklaringen uit het onderzoek van bureau Restment.”

Ook heeft de Steungroep vragen bij de procedure die bij de benoeming van de interim-manager gevolgd is. „De benoeming is niet gedaan in overleg met het bestuur van de Timotheos Foundation in Malawi, noch met de veldwerkers. De statuten van de Malawische stichting stellen dat een manager van de compound in Malawi alleen kan worden benoemd in overleg met de Timotheos Foundation, die een aparte stichting is ten opzichte van de Nederlandse stichting.”

Het bestuur van Stichting Timotheos deed eerder een poging om Malawiër Chr. Luanga als interim-manager aan te stellen. Het Malawische bestuur tekende daartegen bezwaar aan en kreeg gelijk van de rechter; de statuten van de Malawische stichting stonden alleen de benoeming van een Nederlandse interim-manager toe.

„Op dit moment staat het Malawische bestuur nog buitenspel”, aldus Arends, die daarmee verwijst naar het kort geding dat het bestuur van Stichting Timotheos tegen de Timotheos Foundation heeft aangespannen, omdat de Malawische stichting zich niet aan de eigen statuten zou houden. Zo hebben leden van het bestuur onder meer hun zittingstermijn overschreden. „Maar ondanks dat blijven de statuten gewoon gelden.”

Arends noemt het „bizar” dat de veldwerkers in Malawi direct onder de interim-manager zouden vallen, terwijl ook zij pas achteraf over de aanstelling werden geïnformeerd. „Doordat het bestuur geen stappen onderneemt richting de financieel directeur en een interim-manager aanstelt zonder medeweten van het managementteam in Malawi, komt de veiligheid van de veldwerkers verder in gevaar.”

Volgens Arends heeft de steungroep twee personen voorgedragen die het managementteam in Malawi ter plaatse enkele maanden zouden ondersteunen. „Er lag begin juli een akkoord voor de zending, maar die hulp is afgewezen.”

De Malawische hoofdstad Lilongwe. beeld Wikimedia/Brian Dell

Commissie

Vorige week werd een commissie benoemd met de opdracht „om het geschonden vertrouwen binnen de organisatie en bij de achterban te herstellen en daarvoor aanbevelingen te doen.”

„We hadden willen wachten op de uitkomst van het onderzoek”, zegt Arends. „Maar het bestuur wacht niet en zet de boel op scherp. Daarom denken wij nu al na over mogelijke vervolgstappen, mede omdat de veiligheid van de veldwerkers door het handelen van dit bestuur steeds meer in gevaar komt.”