Sjoels in het centrum van Amsterdam

De imponerende Portugese synagoge is gebouwd in 1675 door veelal rijke Sefardische Joodse kooplieden die afkomstig waren uit Spanje en Portugal. beeld RD
6

De Uilenburgersjoel in Amsterdam verkeert in financiële problemen vanwege de coronacrisis, werd recent bekend. Het gebouw bevindt zich dicht bij een aantal andere Amsterdamse synagogen. „Er zijn er nog veel meer geweest”, vertelt dr. Bart Wallet, kenner van de geschiedenis van het Jodendom.

Bij de Sint Antoniesluis aan de Sint Antoniesbreestraat zie je de toren van de Zuiderkerk aan de westkant, het stadhuis aan de zuidzijde, het Rembrandthuis aan de oostkant en de Montelbaanstoren in noordelijke richting. „Hier bevond zich vroeger het hart van de Amsterdamse Joodse wijk”, zegt Wallet. „Tachtig jaar geleden bestond de helft van deze buurt uit Joden.”

Wallet is als historicus verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en aan de Universiteit van Amsterdam, met als specialisatie de geschiedenis van het Jodendom. Voor boeken die hij daarover schreef, heeft hij hier regelmatig rondgelopen. Als hij voor zijn studenten een excursie geeft over Joods Amsterdam, start de docent hier.

Hij wijst naar de Montelbaanstoren en zegt: „Daar begon het verhaal van Joods Amsterdam. Een schip met uit Portugal gevluchte Joden kwam in Emden aan. Ze ontmoetten daar tot hun verrassing de Jood Uri Ha-Levi, die hun vertelde dat ze niet in Emden mochten wonen, maar wel in Amsterdam. Ze spraken af dat ze elkaar over drie maanden bij de Montelbaanstoren zouden ontmoeten. Zo kwamen de eerste Joden in Amsterdam aan, luidt het verhaal.”

Ze vestigden zich rond 1600 op het eiland Vlooienburg, waar nu het stadhuis staat. Na verloop van tijd verrees hier een kleine synagoge, gevolgd door een grotere. Uri Ha-Levi voerde de besnijdenissen uit. Wallet vindt het opvallend dat de Joden zich mochten vestigen in het toen contraremonstrantse Amsterdam. „Ze zeggen weleens dat de remonstranten positiever jegens de Joden stonden, maar het loopt door elkaar. In dit geval waren de contraremonstranten de Joden beter gezind. Het zegt in ieder geval iets over de vrijheid in Amsterdam dat er ruimte was voor de Joden.”

Tot in de achttiende eeuw vestigden zich hier Joden uit Spanje en Portugal, Sefardische Joden. Het waren dikwijls rijke kooplui of ze werden het. Her en der staan nog gebouwen die aan hen herinneren, zoals het Pintohuis. Deze Joden lieten in 1675 de Portugees-Israëlietische Synagoge van Amsterdam bouwen, ook wel de Esnoge of Snoge genoemd.

Het imponerende bouwwerk staat er nog steeds, groot en onverzettelijk, aan het Jonas Daniël Meijerplein, waar de Joden in de Tweede Wereldoorlog tijdens een razzia moesten samenkomen en waar nu het beeld van de Dokwerker staat. De synagoge is nog steeds in gebruik.

Vanaf 1615 vestigde zich een tweede Joodse gemeenschap in Amsterdam. De leden ervan kwamen uit Duitsland en verder naar het oosten en werden Asjkenazische Joden genoemd. „Zij verschilden van de Portugese Joden door andere gewoonten maar ook doordat ze arm waren”, zegt Wallet. „De meesten van hen bleven arm, tot in de twintigste eeuw. Ze werkten in de fabrieken, hadden kleine bedrijfjes of trokken rond als marskramers.”

Deze Joden, veel groter in aantal dan de Sefardische, woonden in het begin voornamelijk op de eilanden Marken, Uilenburg, Rapenburg en omgeving, aan de noordkant van de Jodenbreestraat. De meeste Joden bleven lange tijd in dit gebied wonen. „Maar”, zo geeft Wallet aan, „het is nooit een getto geworden, zoals dat in Italiaanse steden het geval was.”

Het Joods Historisch Museum is gevestigd in vier voormalige Hoogduitse synagogen. beeld RD

Joods Historisch Museum

Ze bouwden veel synagogen. Er kwamen er vier in de buurt van de Snoge. Hierin is nu het Joods Historisch Museum gehuisvest. Als je ervoor staat, zie je dat het museum uit meerdere gebouwen bestaat die met elkaar zijn verbonden. Hier waren vroeger vier Hoogduitse synagogen: Grote Sjoel (1671), Obbene Sjoel (1685), Dritt Sjoel (1700) en Neie Shul (1750).

Het zijn niet de enige synagogen in dit gebied. Wallet: „Herkenbaar in het straatbeeld zijn ook nog de Uilenburgersjoel en de Rapenburger synagoge. Vroeger waren er nog meer, onder andere bij het Waterlooplein. En dan had je de chevres: de buurtsynagogen. Daarvan bestonden er een stuk of tien. Ze waren dikwijls aan de buitenkant niet als synagoge herkenbaar. Als er tien mannen waren, konden de diensten doorgang vinden. In de regel waren er ten minste diensten op maandag, donderdag en op sabbat.”

Ten slotte waren er de huissynagogen, zegt Wallet. „De bekendste is het huis van Rembrandt. Na zijn dood werd dat door Joden bewoond en kwam er uiteindelijk ook een huissynagoge in, waarin de familie Spits met huisgenoten en enkele mensen uit de buurt diensten hield.”

De historicus heeft nog een mooie anekdote over het Joodse karakter van deze buurt. „Als het Loofhuttenfeest (Soekot) was, bouwden ze hun hutten bij gebrek aan tuinen of platte daken midden op de Jodenbreestraat. Een nieuwe inwoner ergerde zich aan het rommelige straatbeeld en stapte naar de politie met de vraag of daar wat aan gedaan kon worden. „Ik beloof je, ik zal zorgen dat over zeven dagen de hutten weg zijn”, zei de politiecommandant, die zelf een Jood was.”

In 1940 waren er ongeveer 70.000 Joden in Amsterdam, voornamelijk in deze buurt en daaromheen. Na de oorlog waren er nog ongeveer 20.000 over in de hoofdstad. Nu woont hier bijna geen Jood meer. De meesten wonen tegenwoordig in Amsterdam-Buitenveldert en Amstelveen. Naar schatting wonen hier 20.000 Joden, op een maximum van 50.000 Joden in Nederland.

De Uilenburgersjoel aan de Uilenburgerstraat gaat grotendeels schuil achter een muur en de bladeren van een boom. Maar de davidsster in het ronde raampje is duidelijk te zien. Bijna twee eeuwen deed dit gebouw –van 1766 tot 1943– dienst als synagoge. De sjoel had 500 zitplaatsen. De laatste jaren werd de synagoge gebruikt voor culturele activiteiten en ook werden er weer regelmatig erediensten gehouden. Hij leek behouden, maar verkeert nu in financieel zwaar weer.