Shipshewana, knooppunt van de amish

Verenigde Staten
Amishmeisje op de markt in Shipshewana. Foto RD RD
4

SHIPSHEWANA – Verkeers­borden geven een waar­schuwing: overstekende koetsen met paarden. Ship­shewana ligt duidelijk in een amishgebied. Opmerkelijk voor Amerika zijn ook de fietsers: overwegend meisjes in lange eenvoudige jurken en met witte kapjes.

Shipshewana, in de Amerikaanse staat Indiana, is een knooppunt van activiteiten van de amish, een behoudende groep doopsgezinden. Op de grote vlooienmarkt zijn echter weinig amish te vinden: ze vinden het wellicht te druk en „te werelds”, vermoedt een marktkoopman. Bovendien hebben de amish het niet zo op toeristen die hen als bezienswaardigheid op de foto zetten.

Een boekwinkel toont een wand vol romans van Beverly Lewis, de Amerikaanse schrijfster die tal van boeken over 
de amish publiceerde. Ze 
worden ook door amish zelf 
grif gelezen, zegt de verkoopster. Ze toont zich er verbaasd over dat er zo veel werken 
van deze schrijfster in het Nederlands vertaald zijn.

Museum Menno-Hof verkent de sporen van de amish tot de eerste anabaptistische groepen aan het begin van de Reformatie. De naam verwijst naar de Nederlandse doops­gezinde voorman Menno Simons. Tot de bloedgroep van de mennonieten –de vooral in Amerika gebruikelijke betiteling van de doops­gezinden– behoren ook de amish. Hun naam is afgeleid van Jacob Amman. Hij stichtte in 1693 een groep die zich afsplitste van de menno­nieten. Amman en zijn Zwitserse volgelingen geloofden dat de mennonieten zich te gemakkelijk aan de wereld aanpasten. De amish verwerpen tot op heden moderne verworvenheden zoals de auto, radio en televisie, de telefoon en zelfs elektriciteit.

Het museum brengt de verschillende doopsgezinde groepen in kaart, zoals de genoemde mennonieten en de Hutterites. De nadruk valt op de vervolging van de eerste anabaptisten. Ze werden niet alleen door de kerk, maar ook door de overheid gewantrouwd en beschouwd als een gevaarlijke sekte. Doopsgezinden (in die tijd veelal aangeduid als dopersen of anabaptisten) wilden geen eed afleggen, weigerden militaire dienst en hielden er vanwege hun opvattingen over een zuivere en heilige gemeente soms radicale denkbeelden op na.

Soms neigt het museum naar dramatisering. Te zien is een gehurkte vrouw in een diep hol –ze kan niet staan– met een Bijbel in de hand. De helden­verhalen van Konrad Grebel, Georg Blaurock en Felix Manz, radicale volgelingen van Zwing­li, worden met de nodige romantiek verteld. Hij en anderen wilden de kerk terugbrengen tot de zuiverheid van de eerste dagen, luidt de boodschap. De achter­grond van hun denkbeelden: zij geloofden dat de kerk verdorven werd door controle van de staat, die van alle burgers eiste dat ze als kind gedoopt werden. De anabaptisten behoorden tot de eerste kerken die een pleidooi voerden voor de scheiding van kerk en staat.

Vervolging leidde ertoe dat veel wederdopers vanuit Europa naar Amerika emigreerden. Het verlangen naar vrijheid van godsdienst was hun belangrijkste drijfveer.

In het museum is een scheepskajuit ingericht die het verhaal van een dopers gezin vertelt dat op weg is naar Amerika. Op de barre tochten lieten veel schepelingen het leven door ziekte en uitputting. Een meisje overleeft de tocht niet. Haar ouders houden haar voor dat ze op weg is naar „het land van de vrijheid.” Het meisje is stervende en weet dat ze het „beloofde” land niet zal bereiken. Commentaar: „Maar ze heeft de troost dat ze wel de hemel zal ingaan, het land waar de echte vrijheid te vinden is.”

Medewerkers, doorgaans vrijwilligers uit de gemeenschap van de mennonieten, geven in de verschillende ruimtes van het museum een toelichting. Zo is er een sober en summier ingericht kerkzaaltje waar de amish of mennonieten hun diensten houden. Maar zelfs zo’n kerkzaal is niet representatief. Veel amish komen samen in hun huizen – lees: boerderijen. Foto’s van een wagenpark van koetsen op een erf geven een indruk van een dergelijke zondag. De diensten duren lang, er wordt samen gegeten en kinderen kunnen met leeftijdsgenoten spelen.

Het museum typeert de wereld van amish en verwante groepen als ”eenheid in verscheidenheid”. De nadruk ligt op de boodschap van de amish, hun streven naar heiligheid, zuiverheid, medemenselijkheid en vrede. Er ligt ook een boek over de moord op vijf leerlingen van een amishschool in Pennsyl­vania in 2006. De amish­gemeenschap toonde zich bereid de moordenaar zijn daden te vergeven.

Soms worden de amish in het museum als wel heel idealistisch voorgesteld, als voorbeelden van gemeenschap, toe­wijding en zuinigheid. En reken eens uit wat de financiële voordelen zijn: een paard kost minder dan een auto, die voortdurend benzine nodig heeft. Opmerkelijk: lang geleden werden de amish vervolgd en beschuldigd van verraad; nu zijn het aardige mensen die toeristen graag op de foto willen zetten.