Segers trekt politieke lessen uit tijd Réveil

CU-Kamerlid Gert-Jan Segers vrijdag in Zeist. beeld RD

Het Réveil heeft aangetoond dat samenwerking tussen christenen en feministen goede resultaten kan opleveren, aldus CU-Kamerlid Gert-Jan Segers. „Deze samenwerking werpt ook nu zijn vruchten af.”

De parlementariër sprak vrijdag tijdens een studiemiddag van Stichting Réveil-Archief in het kerkgebouw van de Evangelische Broedergemeente te Zeist. Die gemeenschap heeft zending bedreven onder slaven in Suriname. De locatie gekozen in het kader van het thema van de middag: ”Het Réveil en de strijd tegen oude en nieuwe slavernij”.

Binnen de kring van het Réveil woedden in de negentiende eeuw veel debatten over de slavernij. Enkele van de meest uitgesproken tegenstanders kwamen uit deze kring voort. Het Réveil bekommerde zich ook om prostitutie in Nederland, die ze als vorm van slavernij aanwees.

Bij dat laatste punt sloot Segers aan. Hij noemde de naam van Hendrik Pierson (1834-1923), stichter van de Nederlandse Vereeniging tegen Prostitutie en medeoprichter van de Middernachtzending-Vereeniging. „Hij ging de straat op en sprak mannen en vrouwen aan op prostitutie.”

Piersons zedenpreken hielpen echter niet, aldus Segers. „Een ander middel hielp wel: men verrichtte veldonderzoek en publiceerde de harde cijfers. Daartegen was het pragmatisme van de Nederlandse wetgeving minder bestand. De data maakten het verschil, niet het morele appel.”

Bordeelverbod

Segers wees op nog een bijzonderheid. „Het Réveil ging in de strijd tegen prostitutie samenwerken met feministen als Aletta Jacobs. En dat werkte. In het begin van de vorige eeuw kwam het tot een bordeelverbod.”

Datzelfde verbod is tot grote spijt van Segers in 2002 afgeschaft. Om tot een herinvoering te komen, trekt de parlementariër lessen uit het verleden. Zo wil hij net als Pierson de feiten en cijfers tonen. „Een moreel appel valt niet in goede aarde.” Als tweede les noemde Segers de samenwerking met feministen. „Op dit punt vinden we elkaar.”

Hij merkte op dat er in het regeerakkoord stappen gezet zijn. „Maar de strijd is nog niet gestreden. Moge de geest van het Réveil weer vaardig worden over ons.”

Pragmatische redenen

Prof. dr. Susan Legêne, hoogleraar politieke geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zei dat de slavernij in Nederland vooral om pragmatische redenen is afgeschaft. „Het Réveil keerde zich tegen de slavernij, maar legde zich ook neer bij het bestaan ervan.”

Als voorbeeld noemde ze een schilderij dat Ary Scheffer in 1837 maakte met een verwijzing naar Lukas 4:18 en 19. Op het kunstwerk komt een groot aantal onderdrukte mensen voor. Onder hen is een geboeide, zwarte slaaf. „Christus neemt het op voor de onderdrukten aan Zijn voeten. Scheffer nam met dit schilderij stelling tegen de slavernij.”

Ze besprak daarna een gedicht van ds. J. P. Hasebroek. „Die predikant was verwant aan het Réveil”, aldus de hoogleraar. „In zijn gedicht, dat net als Scheffers schilderij ”Christus Consolator” (Christus als Trooster, red.) heet, gaat het over het schilderij, maar zonder de aanklacht tegen de slavernij. Hasebroek zag niet dat Scheffer een politiek actueel schilderij had gemaakt.”

Prof. Legêne concludeerde dat het gedicht „een indicatie is dat het slavernijdebat in Réveilkringen niet echt is gevoerd.”