Russische kerk houdt zich afzijdig van discussie over Krim

Rusland
Metropoliet Hilarion. beeld RD, Evert van Vlastuin

En maar likken aan de hielen van het Kremlin. Dat is het beeld dat vele in het Westen hebben van de Russisch-Orthodoxe Kerk. De ‘minister van Buitenlandse Zaken’ van de Russisch-Orthodoxe Kerk, metropoliet (aartsbisschop) Hilarion Alfejev, verbaast zich daarover. Als dat zo was, zou de kerk zich wel hebben uitgesproken over Oekraïne en de Krim. Maar dat heeft ze niet gedaan. „Omdat wij onze kudde in beide landen hebben, houden wij ons afzijdig.”

Niet dat Hilarion veel tijd heeft. Op de binnenplaats van het Danilovklooster rijdt al een glimmende auto voor om hem naar het vliegveld te brengen.

Op het kloosterterrein heeft ook de Russisch-orthodoxe patriarch Kirill zijn werkruimte. Voordat Kirill tot hoofd van de kerk werd gekozen, bekleedde hij dezelfde functie als Hilarion: metropoliet van Volokolamsk. Volgens een medewerker van Hilarion in het departement van externe kerkrelaties is de 51-jarige bisschop echter nog te jong voor deze post.

Oorspronkelijk wilde Alfejev beroepsmusicus worden. Hij zat op het conservatorium toen hij besloot om monnik te worden. „Vanaf mijn 15e voelde ik deze roeping in mijn hart. In toenemende mate ging mijn aandacht uit naar de kerk. Na mijn militaire dienst trad ik in het klooster.”

Was dit om de kerk te dienen, of om God te dienen?

„Dat is voor mij hetzelfde. Ik geloof dat God via de kerk in de wereld werkt.”

Op uw website hilarion.ru staan heel recente filmpjes waarop u een orkest dirigeert.

„Toen ik monnik werd, stopte ik aanvankelijk helemaal met de muziek. Maar af en toe komt het toch weer terug. Ik heb enkele grote werken gecomponeerd.”

Wat is uw beste werk?

„Mijn Mattheüspassie is meer dan honderd keer uitgevoerd in diverse landen. Dit werk is geënt op de Matthäus Passion van Bach. De liederen komen uit het orthodoxe liedboek, en zijn in het kerkslavisch, de liturgische taal van de Russisch-Orthodoxe Kerk.”

In het Sociaal Concept van de Russisch-Orthodoxe Kerk staat dat een christen het moederland behoort lief te hebben. Bent u een trotse Rus?

„Ik ben dankbaar dat ik hier geboren ben, en niet ergens anders. Na mijn studie in Oxford had ik de kans om in het Westen te blijven, maar anders dan vele anderen heb ik dat nooit overwogen.”

Wat maakt Rusland speciaal?

„Het is bijzonder voor mij omdat ik Rus ben. Zoals Nederland speciaal is voor mensen die daar geboren zijn. Dit is net zo natuurlijk als we allemaal van onze ouders houden. Op die manier houden we van ons moederland.”

Is het patriottisme onder de Russen veranderd door de hereniging met de Krim?

„Voor mij niet. Maar het is duidelijk dat de hereniging van de Krim met het moederland goed is ontvangen. Dat heeft het patriottisme zeker versterkt.

Als Russisch-Orthodoxe Kerk zijn we hier wel voorzichtig. Onze kudde leeft in beide landen. Het patriarchaat van Moskou bestuurt niet alleen de Russisch-Orthodoxe Kerk, maar tevens de Oekraïens-Orthodoxe Kerk, onder meer op de Krim. Onder onze mensen vind je patriotten van beide landen. Daarom houden we ons afzijdig.

Wij zijn niet alleen de kerk van Rusland, maar ook van Wit-Rusland, Moldavië en de Baltische staten. Wij proberen buiten conflicten te blijven, hoewel de regeringen van deze landen onderling niet altijd goede relaties hebben.”

Intussen is er ook een zelfstandige Oekraïens-Orthodoxe Kerk. Is dat niet beter?

„Onze kerk is principieel internationaal. En er zijn inderdaad in Oekraïne twee afgescheiden kerken. Eén van hen heeft het patriarchaat Kiev, maar dit is niet erkend door de wereldgemeenschap van orthodoxe kerken.”

Welke rol heeft de kerk in het Russische volk?

„Historisch gezien heeft de kerk de nationale identiteit gevormd. In muziek, proza en poëzie bespeur je onmiddellijk de invloed van het christendom in zijn orthodoxe vorm. Dat geldt ook nog altijd het hedendaagse Rusland.

Na zeventig jaar van vervolging in de Sovjet-Unie kunnen we onszelf weer presenteren. Zo kom ik zelf elke week in een tv-programma om de visie van de kerk op de actualiteit toe te lichten.”

Toch komt op zondag niet meer dan 6 procent in de kerk, terwijl 82 procent zich orthodox noemt. Dat lijkt niet hoog.

„Dat klopt, maar toch is de kerkgang niet laag. Op zondag zie je echt drommen mensen. Momenteel in de lijdenstijd hebben we dagelijks diensten. Mijn kerk in Moskou is dan propvol.

Inderdaad zijn er heel veel die zich orthodox noemen, maar die zich nooit laten zien. En die zodoende ook weinig weten van het onderwijs van de kerk.”

Wat is het antwoord daarop?

„We moeten laten zien hoe belangrijk kerkgang op zondag is. En hoe belangrijk het lezen van het Evangelie van Jezus is.”

In hoeverre is het kerkslavisch –de liturgische taal uit de 9e eeuw– een blokkade?

„Dat is zeker een probleem. Maar tegelijk is dit een raadsel. Deze taal is op zijn best een beetje te volgen voor wie wekelijks in de kerk komt. Voor anderen is die vrijwel onbegrijpelijk.

Toch is er in de kerk oppositie tegen verandering van de taal. We zijn heel voorzichtig in het moderniseren van onze gebruiken. We willen niet mensen lokken met het risico dat we anderen kwijtraken.”

Onder protestanten staat de Bijbel centraal, in kerk en gezin. Hoe is dat onder orthodoxen?

„Jammer genoeg is dat bij ons anders. Dat is mijn grote zorg. Als mensen komen voor de doop vraag ik: Heb je het Evangelie gelezen? Het antwoord is vaak nee.

Vandaag is het Nieuwe Testament algemeen verkrijgbaar, in tegenstelling tot de Sovjettijd. Maar zelfs veel meelevenden lezen de Bijbel niet dagelijks, gewoon omdat deze gewoonte niet bestaat. We proberen dit te doorbreken, maar dat is niet makkelijk.

Zelf heb ik een studie van zes delen geschreven over het leven en het onderwijs van Jezus Christus.”

Een medewerker toont de dikke boeken van de serie. „Daarin vergelijk ik onder meer de teksten van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes. Het doel van mij was om mensen uit te nodigen zelf de Evangeliën te lezen.”

Hoe staat de kerk tegenover niet-orthodoxe christenen?

„Op bestuurlijk vlak hebben we goede relaties met alle kerken. Zo ben ik zelf voorzitter van het Christelijk Interconfessioneel Consultatief Comité, waaraan ook de rooms-katholieken, lutheranen en baptisten deelnemen.

Maar op het grondvlak zijn er velen die negatief kijken naar de niet-orthodoxe christenen. In hun ogen zijn rooms-katholieken en protestanten ketters. Die erven de zaligheid niet en komen niet in het koninkrijk der hemelen.”

In hoeverre is dat laatste geluid eigenlijk de leer van de kerk?

„De officiële positie is dat de Orthodoxe Kerk de enige heilige en apostolische kerk is. En dat de zaligheid via deze kerk wordt verleend. Maar we kunnen God niet stoppen in het redden van mensen uit andere kerken. Daarom zal ik zelf nooit oordelen. Maar ik weet genoeg mensen die zich zo’n oordeel heel makkelijk aanmatigen.”

In februari schreef de Amerikaanse commissie voor internationale religieuze vrijheid (USCIRF) dat de Russisch-Orthodoxe Kerk het godsdienstige monopolie claimt en daarmee andere kerken wegdrukt. Klopt dat?

„Dat lijkt me geen betrouwbaar beeld. Eerder vandaag klaagde in een overleg een pastor van de baptisten dat in het Westen het beeld wordt verspreid dat zij worden gemarginaliseerd. Volgens hem was dit duidelijk niet waar.

Dat neemt niet weg dat de Russisch-Orthodoxe Kerk dominant is, alleen al door haar omvang invloed heeft. Maar er zijn geen wettelijke voorrechten. Dat betekent dat ze onder dezelfde regels valt als alle andere religieuze tradities.”

Volgens Poetin brengt de kerk „kracht en harmonie in de samenleving”. Wat bedoelt hij?

„Dat de kerk niet alleen een samenbindende rol heeft voor orthodoxe christenen, maar de vrede van de hele samenleving dient. Daarom overleggen we in de Interreligieuze Raad van Rusland met alle traditionele religies. Naast het christendom zijn dat de islam, het boeddhisme en het jodendom.”

Wat verwacht de kerk van de staat?

„We verwachten dat de staat zich niet bemoeit met onze interne zaken. En dat gebeurt ook niet. De staat zal nooit dicteren wie er bisschop of patriarch moet worden, of wat er in de parochies gebeurt.

Aan de andere kant verlangen wij samenwerking rond bijvoorbeeld de zorg voor weeskinderen.

Op dit moment zijn we heel tevreden met de verhouding tussen kerk en staat. Juist omdat ze op deze twee pijlers is gebaseerd: vrijheid en samenwerking.”

Critici zeggen dat de staat de kerk verwent en vervolgens misbruikt als politiek instrument.

„Bij dat verwrongen beeld zou ik geen voorbeelden weten. Ik heb wel voorbeelden van het tegendeel. Toen de Krim zich bij de Russische Federatie voegde, heeft niemand geëist dat de kerk zich daarover zou uitspreken. Dat doen wij niet omdat onze kudde in beide landen zit. Dat bewijst onze vrijheid om ons in belangrijke zaken afzijdig te houden.”

Hilarion Alfejev

Zijne eminentie, zo wordt de metropoliet (een hoge aartsbisschop) van Volokolamsk in de Russisch-Orthodoxe Kerk genoemd. Hij werd in juli 1966 geboren als Grigori Valeriëvitsj Alfejev. Na zijn aanvankelijke studie aan het Moskouse staatsconservatorium, werd hij in 1987 monnik en priester. Hij studeerde aan internationale universiteiten, en promoveerde aan de Universiteit van Oxford in Engeland.

Als priester diende hij in diverse parochies. Ook doceerde hij aan enkele theologische opleidingen. Parallel hieraan klom hij op in de kerkelijke hiërarchie. In 2002 werd hij tot bisschop gewijd. In datzelfde jaar werd hij hoofd van de vertegenwoordiging van de Russisch-Orthodoxe Kerk bij de Europese Unie.

In 2009 werd hij gewijd als aartsbisschop en in 2010 werd hij bevorderd tot metropoliet.

Alfejev is auteur van honderden publicaties, inclusief vertalingen in het Engels en het Duits.

Als componist schreef hij onder meer een Mattheüspassie, een kerstoratorium en een Stabat Mater, waarvan uitvoeringen op YouTube te vinden zijn.

Als monnik leeft metropoliet Hilarion celibatair.