Rubriek Ter plekke: Een graf voor Neesken

Bisschop Masius. beeld RD

In de zestiende eeuw was de Brabantse stad ’s-Hertogenbosch overwegend rooms. Toch was er ook een kleine gereformeerde gemeente en daar was Neesken de Greef, die zich er in 1564 bij had aangesloten, lid van.

De vrouw is het protestantisme trouw gebleven, ook toen de vervolgingen zwaar werden en vele geloofsgenoten uit de stad vluchtten. Eindelijk, in 1582, op de toen zeer hoge leeftijd van 80 jaar, werd Neesken ernstig ziek. Haar buren waarschuwden daarop de aan de grote Sint-Janskerk verbonden pastoor Ghisbertus Masius om de sacramenten van de stervenden aan haar te bedienen. Wisten die mensen dan niet van haar geloof? Of wilden ze kijken of ze volharden zou in haar stervensuur? Hoe dan ook, Masius kwam. Hij had de hostie meegenomen en sprak de oude vrouw aan met de woorden: „Gij moet zeker geloven dat deze hostie uw Heere en God is, met vlees en bloed, zoals Hij aan het kruishout heeft gehangen.”

Maar Neesken weigerde. Ze antwoordde: „Ga weg van mij, ik heb een levende God in de hemel, die mij zal zalig maken.” Het zijn de enige woorden die van haar bekend gebleven zijn, maar ze zijn veelzeggend. Kort daarop overleed ze.

Masius was woedend. Hij beklaagde zich bij de stedelijke overheid en keerde met de schout terug naar het huisje van de dode. Die sleurde het lichaam van het bed, liet een gang onder de drempel graven en het lijk daardoor naar buiten brengen. Vervolgens werd de dode op een houten slee naar het galgenveld vervoerd en in een kuil geworpen. Daaruit blijkt dat de dode Neesken beschouwd werd als een zelfmoordenares, die zichzelf in haar eigen huis om het leven had gebracht, want lichamen van dergelijke zelfmoordenaars werden onder de drempel door getrokken of door een gat, uitgehakt in de muur, naar buiten gegooid. Op grond van allerlei vreemd bijgeloof meenden mensen zoals pastoor Ghisbertus Masius daarmee te voorkomen dat de geest van de dode weer terug zou keren naar het sterfhuis.

Dit schandelijk optreden heeft een promotie van Masius niet in de weg gestaan. Integendeel, in 1594 zou hij zelfs als bisschop benoemd worden. Om zijn arbeid hebben zijn geestverwanten, toen hij in 1614 op bijna 70-jarige leeftijd was gestorven, hem met een praalgraf in de Sint-Janskerk van Den Bosch vereerd. Daarop is nog zijn wapenspreuk te lezen: „Omnia mors aequat” („Voor allen is de dood gelijk”).

De dood voor allen gelijk? Ik denk toch van niet. Er is een fundamenteel verschil tussen de dood van Neesken en die van Masius. En dat geldt toch ook voor hun laatste rustplaats? Hoewel… tijden veranderen en toen in 1629 in ’s-Hertogenbosch de gereformeerde prediking weer werd ingevoerd, bleek dat Neesken niet vergeten was. Ze kreeg een nieuwe eervolle begrafenis in de Sint-Janskerk, net zoals Masius destijds.

Wie nu de kerk bezoekt, vindt de zerk voor Neesken niet meer terug, wel het wat protserige monument voor de bisschop. Laten we daarom voor haar nagedachtenis dan maar een klein monument oprichten met deze column.