Rond Whitby Abbey waait het altijd

Ruines van de Abdij van Rievaulx. beeld Riekelt Pasterkamp
5

Abdijen zijn er genoeg in het Verenigd Koninkrijk. Maar weinig zijn zo indrukwekkend als die in Whitby. Van welke kant het havenstadje Whitby aan de noordoostkust van Engeland ook wordt benaderd, de ruïne van de abdij op de kliffen valt altijd op. Hoog boven alles uit torent het eens zo machtige geestelijke centrum.

De abdij werd in april heropend, na een reconstructieproject van 1,6 miljoen Britse pond (1,85 miljoen euro), volledig betaald door de erfgoedclub English Heritage. De locatie kreeg onder andere een nieuw museum en nieuwe interactieve aanduidingen rond de historische plek.

„Whitby Abbey was destijds een van de belangrijkste religieuze centra in de Angelsaksische wereld”, zegt Andrea Selley, directeur van English Heritage. „De beslissingen die daar werden genomen, zijn nog altijd van invloed op ons leven en geven het vorm. Door de recente reconstructie is beter aangegeven welke rol de abdij speelde in de kerk in Engeland en hoe haar ruïnes grote kunstenaars en auteurs inspireerden.”

Whitby is een plek aan de Britse noordoostkust kust waar het vrijwel altijd waait. beeld Riekelt Pasterkamp

Whitby is een plek aan de Britse noordoostkust waar het vrijwel altijd waait. De invloed van wind, regen, hagel en sneeuw is dan ook merkbaar op de restanten van de abdij. Op het kerkhof van de naast de abdij gelegen anglicaanse kerk staan de grafstenen schots en scheef. Verschillende grafstenen zijn zo verweerd dat niet meer is te lezen wie er begraven ligt.

Van hier naar het vissershaventje beneden is een trap met precies 199 treden. Enkele treden van de trap zijn opvallend breder dan de andere. Dit gaf tijdens een begrafenis de dragers van de kist met een overleden inwoner van Whitby de gelegenheid even uit te rusten voor ze verder omhoog moesten. Een forse klim, ook zonder kist.

De ruïnes van de abdij stralen tegelijkertijd ontzag en rust uit. Wie midden in de ruïnes staat van wat eens de machtige abdijkerk was en zijn ogen sluit, kan zich een voorstelling maken van de zes tot acht diensten die hier dagelijks voor de kloosterlingen werden gehouden. Van het krieken van de dag tot diep in de avond werd God aanbeden.

Whitby Abbey –een benedictijner abdij– werd gesticht in de 7e eeuw. beeld Riekelt Pasterkamp

Synode

Whitby Abbey –een benedictijner abdij– werd gesticht in de zevende eeuw. In 664 was het de plek voor de synode van Whitby, een mijlpaal in de geschiedenis van de kerk in Engeland. Hier kwam de rivaliteit tussen de twee takken van het christendom in Engeland, de Hiberno-Schotse en de Romeinse, tot een hoogtepunt. Het christendom was niet alleen door zendelingen uit Rome, maar ook door Ierse zendelingen uit Iona in Schotland naar het koninkrijk Northumbria gebracht. De twee tradities verschilden in zaken als de manier waarop priesters en monniken hun haar moesten dragen en, belangrijker nog, hoe de datum van Pasen moest worden berekend.

Verweerde grafstenen bij Whitby Abbey. beeld Riekelt Pasterkamp

Koning Oswiu van Northumbria (het huidige Noord-Engeland en Zuidoost-Schotland) hoorde van beide kanten de argumenten aan en besloot dat de Romeinse zijde zou zegevieren. Op het eiland was men er destijds op gebrand sterke religieuze en culturele banden met het vasteland van Europa te hebben, inclusief het pausdom in Rome.

Desolaat

Toen in 867 de Denen Northumbria binnenvielen en koloniseerden, werd de abdij vernietigd en lag ze er voor dik 200 jaar desolaat en vergeten bij. Na de Normandische verovering van Engeland in 1066 door Willem de Veroveraar gaf zijn vazal William de Percy in 1078 de opdracht om de abdij te herstellen. Onder zijn bescherming vestigde de soldaat-monnik Regenfrith zich in de ruïne en hij herbouwde de abdij.

Doorkijkje in de Whitbey Abbey. beeld Riekelt Pasterkamp

Het tweede klooster werd na de Reformatie in 1540 vernietigd door Hendrik VIII. De gebouwen werden geplunderd voor bouwmateriaal, vooral het daklood was gewild. Het klooster verviel opnieuw tot een ruïne. De formidabele restanten bleven een baken voor zeelui. En vormen bijna 500 jaar later een inspirerende plek voor jaarlijks 150.000 bezoekers.

Wie nog niet genoeg heeft van abdijen kan van de kust een uurtje het binnenland in rijden en de abdij van Rievaulx bezoeken. Eertijds was deze een van de meest welvarende abdijen in Engeland. Maar ook hier hield Hendrik VIII in de zestiende eeuw huis. De gebouwen werden ontdaan van alles wat waarde had. De ruïnes zijn nu een toeristische attractie.