„Rol vroegere onderwijzer godsdienst vaak onderschat”

Taeke van Popta uit Nijland. beeld Sjaak Verboom
2

Godsdienstonderwijzers hebben in de negentiende en twintigste eeuw veel betekend voor allerlei kerkelijke gemeenten. Een van hen was Uiltje Foppes Wiersma uit het Friese Oosthem. Taeke van Popta schreef een boek over hem.

Taeke van Popta woont in het Friese Nijland, tussen Bolsward en Sneek. Hij is organist in de Nicolaaskerk van de protestantse gemeente Nijland.

Op de tafel in zijn huiskamer ligt een aantal door een ringband bijeengehouden A4’tjes met een blauwe omslag. Het is een overgetypte versie van de door Uiltje Foppes Wiersma geschreven kroniek van zijn leven. Op dit geschrift heeft Van Popta de levensbeschrijving van de oudoom van zijn vrouw hoofdzakelijk gebaseerd. Het boek (uitgegeven in eigen beheer) heet: ”Uiltje Foppes Wiersma. ”Ûltsje-om” 1838-1916. Van timmerman tot godsdienstonderwijzer – Een singuliere man”. Wiersma werd door zijn familie ”Ûltsje-om” genoemd.

Opwekking

De gepensioneerde Van Popta, die in zijn werkzame leven ambtenaar was van de gemeente Sneek, schreef meer boeken over de lokale kerkgeschiedenis. Een ervan gaat over de Doleantiestrijd in het nabijgelegen Oosthem. „In Friesland deed zich in het midden van de negentiende eeuw een opwekking voor. Een van de dorpen waar het Friese Reveil zich afspeelde, was Oosthem, de plaats waar Uiltje Foppes Wiersma vandaan kwam. De predikanten C. Witteveen, Th. van Berkum en J. H. Guldenarm genoten niet alleen in Oosthem maar ook daarbuiten veel aanzien. Van heinde en ver kwamen de heilbegerigen er naar de kerk om een rechtzinnige preek te horen. De kerk, die groter is dan een gewone dorpskerk, is in die tijd nieuw gebouwd.”

Een van degenen die onder de prediking van ds. Guldenarm tot bekering kwamen, was timmerman Uiltje Foppes Wiersma. Van Popta: „Wiersma stond in zijn jeugd tamelijk onverschillig tegenover het geloof. In 1861 kwam er een ommekeer in zijn leven. Hij schrijft er als volgt over: „In dit geboortedorpje leerde ik mijn Heere en Heiland kennen als mijn Verlosser van zondeschuld en bederf.” Het kan niet anders dan dat ds. Guldenarm, toen predikant van Oosthem, Abbega en Folsgare, daarin een rol speelde.”

Timmerman Wiersma wilde godsdienstonderwijzer worden in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij kreeg privéles van ds. Guldenarm. Na diens vertrek uit Oosthem vervolgde Wiersma zijn studie bij ds. W. van den Bijtel in IJlst. In 1879 deed hij examen voor het bestuur van de classis Sneek en werd hij met algemene stemmen toegelaten als godsdienstonderwijzer.

Wiersma werd in 1884 aangenomen als godsdienstonderwijzer in de hervormde gemeente van Rijssen. Zijn taak was catechisatie geven, gemeenteleden bezoeken, begrafenissen en de zondagsschool leiden, de belangen behartigen van de jongelings- en knapenvereniging en preken. Dat laatste deed hij gewoonlijk één keer in de veertien dagen, in de avonddienst, niet vanaf de preekstoel, maar vanaf de voorlezerslessenaar. Zijn taak was vergelijkbaar met die van de kerkelijk werker tegenwoordig.

Verdriet

Hij heeft in Rijssen veel verdriet gekend, zegt Van Popta. „In 1886 overleed zijn dochter Maaike, na een langdurige ziekte. Daarbij kwam dat ”Ûltsje-om” problemen kreeg met de kerkenraad. Hij moest catechisatie geven in de buurtschap Elsen, maar zei dat hij die 5 kilometer lopen ernaartoe niet kon door lichaamszwakte. De kerkenraad bleef op zijn strepen staan, maar Wiersma deed het niet. Het was geen wonder dat hij uitkeek naar een andere plaats om te werken.”

Die vond hij in 1891 in de hervormde gemeente te Alphen aan den Rijn. Hier heeft hij vijftien jaar, tot zijn pensioen in 1906, gewerkt. Daarna vertrok hij weer naar Friesland, met zijn dochter Sijtske, waar hij in 1916 stierf. Zijn vrouw Antje en zijn dochter Lolkje waren in Alphen aan den Rijn overleden. Van Popta: „Ondanks alle tegenslagen en het verdriet in zijn leven hield zijn rotsvast geloof Wiersma staande.”

Van Popta concludeert dat ”Ûltsje-om” een zwaar leven had, in Rijssen maar ook in Alphen, en een zware taak. Er komt iets bij. „Een predikant was gezien in het dorp, maar een godsdienstonderwijzer had weinig status. Daar staat tegenover dat een godsdienstonderwijzer veel meer contact had met gemeenteleden. Men ging sneller naar hem dan naar de dominee. Predikanten stonden in die tijd op een voetstuk. De rol van de vroegere godsdienstonderwijzers is dikwijls onderschat.”