Religieuze leiders verdeeld over strijd Nagorno-Karabach

beeld EPA, Davit Ghahramanyan / Armenian Foreign Ministry

De Armeense christelijke minderheid in Turkije weet dat politieke en religieuze ontwikkelingen elders in de wereld gevolgen hebben in Turkije zelf. Het huidige conflict rondom de regio Nagorno-Karabach laat Armeniërs in Turkije niet onberoerd.

Sinds het uitbreken van dit conflict is het onrustig in wijken in Istanbul, waar veel Armeense christenen wonen. Toeterende auto’s rijden door de wijken, terwijl de inzittenden provocerend zwaaien met de vlag van Azerbeidzjan. Deze demonstraties begonnen in het district waar zich het hoofdkwartier van het Armeense patriarchaat bevindt.

Garo Paylan is een van de weinige Armeense leden van het Turkse parlement. Volgens Paylan is er sinds het uitbreken van de oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan over de regio Nagorno-Karabach vorige maand, sprake van een duidelijke toename van racisme in Turkije. Dat vormt een reëel gevaar voor Armeense christenen in het land.

Paylan stelde recent dat Armeniërs hierdoor een doelwit zijn geworden. „De regering gebruikt dit conflict voor binnenlandse doeleinden. Armeniërs in Turkije zijn tot zondebok gemaakt.”

Paylan is pessimistisch gestemd over de toekomst. Hij zei dat „de huidige sfeer hem herinnerde aan eerdere anti-Armeense pogroms. Het is een zorgwekkende tendens die de laatste vier generaties Armeniërs in Turkije allemaal hebben meegemaakt.”

Religieuze leiders roepen ondertussen op tot kalmte. In Istanbul vond onlangs een ontmoeting plaats tussen de Armeense patriarch Sahak II Masalyan en Bartholomeüs I, oecumenisch patriarch van de Oosters-Orthodoxe Kerk. Ze spraken de hoop uit dat de oorlog in Nagorno-Karabach „als God het wil” zo snel mogelijk beëindigd zal worden.

Karekin II, patriarch van de Armeens-Apostolische Kerk in Armenië, ontkent dat het conflict in Nagorno-Karabach religieuze wortels heeft en dat het een strijd zou zijn tussen moslims en christenen. Hij wees er recent op dat „Armeniërs zich sinds de middeleeuwen en zeker sinds de genocide van 1915 over de hele wereld hebben verspreid. Veel islamitische landen hebben hun broederlijke hand uitgestoken naar de Armeniërs die deze genocide hebben overleefd. Onze Armeens-Apostolische Kerk heeft christelijke gemeenschappen in minstens een dozijn islamitische landen. Onze zonen en dochters leven hier als voorbeeldige burgers en kunnen rekenen op de welwillende houding van de lokale autoriteiten.”

De patriarch bekritiseerde president Aliyev van Azerbeidzjan, die volgens hem probeert om het conflict in Nagorno-Karabach een religieuze basis te geven. „Dit is een provocatie die helaas afschuwelijke gevolgen kan krijgen.”

Allakhshukjur Pasha-Zad, die in Azerbeidzjan president is van de Caucasus Muslim Administration, verklaarde daarentegen dat hij „bad tot de almachtige om hem te danken voor de recente overwinning, voor de bevrijding van ons vaderland van Armeense bezetting.”

De Armeense patriarch Karekin II had ook het recht van de Armeniërs bevestigd om Nagorno-Karabach te verdedigen, maar hij wilde voorkomen dat dit werd geformuleerd in religieuze termen.

Er bestaat enige verwarring over de uitspraken van de Russisch-Orthodoxe Kerk. Er zijn stemmen opgegaan die deze kerk ervan beschuldigen dat ze feitelijk de president van Azerbeidzjan zou steunen. Men kan ondertussen slechts constateren dat het conflict in Nagorno-Karabach steeds meer een religieuze lading krijgt. Er is reeds uitvoerig bericht over de aanwezigheid van Syrische jihadisten. Griekse kranten hebben echter gemeld dat steeds meer Griekse vrijwilligers naar Armenië afreizen.