Reformatiemuseum te Elburg in de maak

Oud-burgemeester Visser (links) en M. Seijbel voor het pand aan de Beekstraat in Elburg waar het Reformatiemuseum moet komen. beeld RD, Anton Dommerholt

Een smederijmuseum, een bottermuseum, een orgelmuseum, een Joods museum, een stadsmuseum; Elburg manifesteert zich als een heuse museumstad. Binnenkort komt er nog een museum bij. Een Reformatiemuseum. „Het is onbegrijpelijk dat zoiets er nog niet is in Nederland.”

In het voormalig stadskasteel, het oudste gebouw van Elburg, is het Nationaal Orgelmuseum gevestigd. Bedenker hiervan is organoloog en organist Maarten Seijbel, ereburger van de stad. In dit statige pand wil hij graag meer vertellen over dat andere museum waarvan hij vindt dat het er echt moet komen. Het Reformatiemuseum. Met Seijbel vonden meer mensen dat, zodat er inmiddels een stichtingsbestuur en een comité van aanbeveling in het leven zijn geroepen.

Het stichtingsbestuur bestaat uit negen personen, onder wie twee predikanten (ds. M. van Kooten uit Elspeet en ds. J. Swager uit Doornspijk) en de voormalige burgemeester van Elburg drs. H. Visser. Het bestuur bestaat verder uit mensen „uit de breedte van de reformatorische kring en daarbuiten”, aldus Seijbel.

In de keuken van het voormalige stadskasteel, dat lange tijd dienstdeed als stadhuis, schuift ook oud-burgemeester Visser aan. Over de noodzaak van een Reformatiemuseum zijn de twee het roerend eens. Seijbel: „Je kunt het zo gek niet bedenken of we hebben er in Nederland wel een museum voor. Een Reformatiemuseum was er echter nog niet, terwijl de Reformatie zo’n grote invloed heeft gehad op ons leven.” Visser: „De kennis van de Reformatie ebt weg, maar toch doortrekt deze beweging nog steeds onze maatschappij. We willen graag zelfstandig zijn, zelf dingen onderzoeken en ons niets laten voorschrijven. Dat zijn mede uitvloeisels van de Reformatie. Ook de bloei van de wetenschap staat daar niet los van.” Seijbel: „In ons land zijn tientallen kerkgenootschappen ontstaan uit de kerk van de Reformatie. Ook dat heeft diepe sporen getrokken in de samenleving.”

Visser: „We willen een verhalenmuseum worden. Dat betekent niet dat we al die kerkgenootschappen stuk voor stuk gaan uitlichten, maar wel dat we de grote lijn van de Reformatie voor het voetlicht brengen. De tijd van 1517 tot 1648 is daarbij cruciaal. Tegelijk trekken we sommige lijnen ook door naar deze tijd, bijvoorbeeld: hoe komt het dat er in Nederland zo veel verschillende kerken zijn?”

Het verhalenmuseum is in de eerste plaats bedoeld om de kennis van de geschiedenis van de Reformatie onder jongeren te vergroten. Visser: „Het zou prachtig zijn wanneer publiek dat onbekend is met deze geschiedenis daar in dit museum kennis van kan nemen.” Op panelen en interactieve digitale schermen zal de historie tot leven worden gebracht. Visser: „Het moet geen rariteitenkabinet worden. Met het tentoonstellen van voorwerpen zijn we terughoudend. Maar bijzondere objecten willen we juist wel tonen, een oude Statenbijbel bijvoorbeeld moet er wel liggen.” Seijbel: „Bij de stichting van het Orgelmuseum sprak ik de historische woorden: „Spullen komen vanzelf.” Dat blijkt nog steeds waar te zijn, iedere week krijgen we wel mailtjes of telefoontjes van mensen met de vraag: „Hebben jullie hier wat aan?” Voor een Reformatiemuseum zal dat niet anders zijn.”

Investering

Spullen komen vanzelf, maar een museum niet. Het stichtingsbestuur is al een jaar bezig met de voorbereidingen. Op dit moment moeten alleen de financiën nog rondkomen. De totale investering, inclusief het geschikt maken van een te huren pand aan de Beekstraat in de oude vesting, schatten de twee op 250.000 euro. Seijbel: „Daarna zijn we jaarlijks 60.000 euro per jaar aan exploitatiekosten kwijt. Dat moet te doen zijn. Er zijn in de reformatorische kring vast genoeg mensen die hier geld voor overhebben.”

Voor de financiering richt het bestuur zich op particulieren, bedrijven en op kerken. Een bidbook met daarin alle informatie over het museum –waarom een Reformatiemuseum, waarom Elburg, hoe wordt het museum opgezet– moet geldschieters over de streep trekken. Visser: „We richten ons daarbij ook op reformatorische kerken, omdat we denken dat zij het meest het belang van een Reformatiemuseum inzien. Laat duidelijk zijn: een reformatorisch museum in enge zin wordt het níét. Ik bedoel: we richten ons niet alleen op het erfgoed van de reformatorische kring, maar plaatsen de Reformatie in een breed cultuurhistorisch kader. Uiteraard zal op het kernpunt van de Reformatie: sola Scriptura, sola gratia, sola fide, het volle licht vallen.”

Van start

Als het geld er is, kan het museum van start, aldus de twee. Visser: „We weten hoe we het verhalenmuseum op willen zetten.” Dat is deels chronologisch en deels thematisch. Het begint allemaal in 1517, als Luther zijn 95 stellingen publiceert. Seijbel: „Maar als we op een bepaalde manier aandacht kunnen geven aan voorlopers van de Reformatie, zullen we dat niet nalaten.”

Het is de bedoeling dat vooral de Reformatie in de Nederlanden aandacht krijgt, hoewel de grote Europese beweging ook in het verhaal meegenomen wordt. Visser: „Veel ligt nog open. Het is fijn als we van buitenaf vragen krijgen over hoe en wat. Dat houdt ons scherp en laat ons weer zien op welke vragen we antwoord moeten geven.”

Om alles op een heldere manier te presenteren, heeft het bestuur een museumdeskundige in de hand genomen. Dirk Pieter Terpstra uit Amsterdam richtte ook het Nationaal Orgelmuseum in en werkt ook voor andere (inter)nationale musea zoals bijvoorbeeld Paleis Het Loo in Apeldoorn. Samen met Terpstra wil het bestuur ideeën opdoen in andere musea om het verhaal van de Reformatie zo goed mogelijk te presenteren. Misschien in Reformatiemusea in het buitenland? Visser: „Je hebt in Genève natuurlijk een Reformatiemuseum, maar een verhalenmuseum kun je dat niet noemen. En er zijn in Frankrijk nog wat musea. Je kunt van andere musea leren, maar wij willen niet alleen het sociaal-culturele aspect benadrukken zoals in veel andere musea gedaan wordt.”

De ruimte is er, als het pand aan de Beekstraat 55 gehuurd kan worden. Zo’n 300 vierkante meter is er beschikbaar, allemaal gelijkvloers. Er kan zelfs nog een bibliotheek worden ingericht, vertelt Seijbel. „Daar kunnen studenten bijvoorbeeld ideeën opdoen voor een scriptie, of scholieren voor een werkstuk. Net als hier, in dit museum. We merken dat er regelmatig gebruik van wordt gemaakt.”

Het Reformatiejaar 2017 is voor het grootste gedeelte al voorbij. Zijn de mannen niet een beetje te laat begonnen met dit initiatief? Seijbel: „We zijn al een jaar bezig.” Visser: „In september starten we met actieve fondsenwerving. We versturen het bidbook dan naar diverse partijen. Er zijn er 200 gedrukt en ook digitaal willen we exemplaren verspreiden. Als het geld er dan snel komt, kan de zaak gauw rond zijn. Misschien nog wel in het Reformatiejaar 2017.”

>>reformatiemuseum.nl

Thema’s in het museum

Het stichtingsbestuur van het Reformatiemuseum wil de geschiedenis en de ontwikkeling van de Reformatie in woord en beeld voor het voetlicht brengen.

Centrale thema’s van de in te richten tentoonstelling zijn: de historische context, de aanleiding, de hoofdpersonen (Luther en Calvijn), en de gevolgen voor kerk en politiek. Verder wil het museum laten zien welke invloed de Reformatie heeft gehad op de Nederlandse samenleving en cultuur.

Breed comité van aanbeveling

Het stichtingsbestuur van het op te richten Reformatiemuseum heeft een comité van aanbeveling in het leven geroepen. Dit bestaat uit: SGP-Kamerlid dr. R. Bisschop; ds. J. J. van Eckeveld, preses van de synode van de Gereformeerde Gemeenten; dr. W. Fieret, oud-lector van het Hoornbeeck College te Amersfoort; prof. dr. S. Groenvelt, emeritus hoogleraar vaderlandse geschiedenis; H. P. W. Klaassen, directievoorzitter van het Van Lodenstein College; prof. dr. R. Kuiper, rector van de Theologische Universiteit Kampen; dr. H. Mudde, luthers predikant; dr. F. van de Pol, emeritus hoogleraar symboliek en kerkgeschiedenis; P. J. Vergunst, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Verder is er een adviescommissie opgericht die bemand wordt door prof. dr. H. J. Selderhuis, rector van de Theologische Universiteit Apeldoorn en directeur van het Platform Refo500, en voormalig CU-fractievoorzitter A. Slob, tegenwoordig directeur van het Historisch Centrum Overijssel en de IJsselacademie.

Museumstad Elburg

De Hanzestad Elburg, vooral bekend vanwege zijn middeleeuwse vesting met een nagenoeg volledig recht stratenplan, trekt jaarlijks duizenden bezoekers uit binnen- en buitenland. Het stadje heeft de grootste monumentendichtheid van Nederland, zegt het stichtingsbestuur van het Reformatiemuseum in zijn bidbook. Redenen genoeg om hier een museum over de Reformatie te vestigen. Daarnaast telt de stad nog vijf musea op loopafstand van de Beekstraat, waar het Reformatiemuseum moet komen. Dat zijn:

lMuseum Elburg. Dit museum over de geschiedenis van Elburg en omgeving is gevestigd in het voormalige Jufferenklooster, een groot middeleeuws complex waar naast diverse tentoonstellingen ook lezingen, workshops en concerten worden georganiseerd.

lMuseum Sjoel Elburg. In de voormalige synagoge van de stad is een museum ondergebracht dat de geschiedenis van de Joodse inwoners van Elburg vanaf 1700 vertelt.

lNationaal Orgelmuseum. Sinds november 2015 is dit museum gevestigd in het oudste pand van de stad, het voormalige stadskasteel, dat van 1400-1954 diende als stadhuis. Hier wordt nu de orgelgeschiedenis van Nederland in beeld gebracht.

lSmederijmuseum De Hoefkamer. Een museum in een smederij die dateert uit de zeventiende eeuw. Sinds 2005 is de smederij een museum, maar op de begane grond is nog steeds de werkplaats van de smid gevestigd met het smidsvuur in de vuurhaard, de aambeelden, de hamers en de tangen.

lBottermuseum. Aan de haven op de botterwerf wordt aandacht besteed aan het visserijverleden van de stad Elburg.