Rechtsgeleerde Oldenhuis: Jehova’s Getuigen sluiten de luiken

Koninkrijkzaal van de Jehova’s Getuigen in Swifterband. beeld Maarten Heijenk

Minister Dekker wil onderzoeken of de belastingvoordelen die de Jehova’s Getuigen genieten, kunnen worden ingetrokken. Rechtsgeleerde prof. dr. Fokko Oldenhuis: „Ik proef bij de Jehova’s Getuigen dat men de luiken sluit.”

Dekker regeerde woensdag op berichten van seksueel misbruik bij de Jehova’s Getuigen. Tegelijkertijd twijfelt de bewindspersoon of het intrekken van de zogenoemde ANBI-status standhoudt bij de rechter.

ANP-57002052Dekker wil belastingvoordeel Jehova's Getuigen toetsen

Deze week werd bekend dat de Jehova’s Getuigen niet bereid zijn om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar kindermisbruik binnen hun eigen gelederen. Ze vinden dat niet nodig omdat zich maar een paar slachtoffers hebben gemeld. Ook zouden ze zelf al maatregelen hebben genomen.

De uitzonderingspositie bij de Belastingdienst is bedoeld voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI), maar Kamerlid Van Toorenburg (CDA) vraagt zich af of de Jehova’s Getuigen nog wel binnen deze categorie vallen. „Als je een instelling van algemeen nut bent, maar niet bereid bent te kijken hoe je kinderen kan beschermen, welk nut heb je dan?”

Dekker toonde woensdag in de Tweede Kamer begrip voor de breed gedeelde ergernis in de Kamer over de opstelling van de Jehova’s Getuigen. „Ik begrijp dat punt, ik wil ernaar kijken.” Tegelijkertijd benadrukte hij dat de „Jehova’s Getuigen zullen zeggen dat er geen veroordeling is geweest. En het laatste dat ik hen gun is een zaak die wij vervolgens verliezen. Je moet van tevoren goed weten of je in je recht staat.”

Meldpunt

Het misbruik bij de Jehova’s Getuigen is geen eendagsvlieg, zegt prof. mr. Fokko Oldenhuis, bijzonder hoogleraar religie en recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Journalisten van Trouw hebben er langdurig en degelijk onderzoek naar gedaan. Bij het meldpunt stichting Reclaimed Voices zijn al 276 meldingen van seksueel misbruik binnengekomen. Dat is een relevant aantal.”

Een kerk of een sekte die na zo’n massale melding zaken binnenskamers probeert te houden, zou volgens prof. Oldenhuis niet mogen profiteren van de voordelen die de samenleving –„mijns inziens terecht”– als regel aan kerken biedt. Hij vindt dat de overheid moet ingrijpen. „Ik proef bij de Jehova’s Getuigen dat men de luiken sluit; dan heb je desnoods een ‘breekijzer’ nodig om die open te breken. Je bent het beginsel scheiding van kerk en staat in dezen voorbij.

Toch vindt prof. Oldenhuis niet dat de regering op dit moment al de ANBI-status van de Jehova’s Getuigen moet intrekken. „Het openbaar ministerie is nu eerst aan zet. Als justitie te weinig armslag heeft om het misbruik bij de Jehova’s Getuigen aan te pakken, is de minister aan zet om het strafrecht faciliterend te verruimen.” Tegelijkertijd doet prof. Oldenhuis de oproep aan de Tweede Kamer om een staatscommissie eens grondig naar de verhouding tussen staat en kerk te laten kijken. „Anno 2018 is de scheiding van kerk en staat geen rustig bezit meer. Ik deed die oproep al eerder. In dat kader kijk je ook eens grondig naar de problematiek van de sekten. De minister zou het voortouw kunnen nemen om zo’n commissie voor te bereiden.”