Rapport Kerk in Nood: Vervolging christenen groter dan ooit

beeld iStock

De vervolging van christenen is groter dan ooit in de geschiedenis, staat in het donderdag gepubliceerde rapport ”Vervolgd en vergeten? 2015-2017”.

De foto’s zijn in het rapport opgenomen: het lichaam van een jonge Nigeriaanse moeder, in april vorig jaar in haar keuken vermoord. De voorganger in India die in februari dit jaar bewusteloos werd geslagen. De priester in Irak met het hoofd van een vernield Christusbeeld in zijn handen.

Donderdag publiceerde Kerk in Nood het rapport ”Vervolgd en vergeten? 2015-2017”. De rooms-katholieke hulporganisatie is in 146 landen actief. Uit het rapport blijkt dat veel geloofsgemeenschappen lijden onder extremisten en autoritaire regimes. Christenen hebben echter de meeste vijandigheid en uitingen van geweld te verduren. Niet alleen in absolute aantallen omdat het christendom de grootste wereldgodsdienst is, maar ook relatief, zegt Dennis Peters, woordvoerder van Kerk in Nood. „Van alle mensen die vervolgd worden omwille van het geloof, is 75 procent christen.”

In twaalf van de dertien onderzochte landen is de situatie de afgelopen twee jaar slechter geworden, stellen de onderzoekers. Ze onderbouwen deze claim met veel voorbeelden. Een Syrische christen vertelt hoe hij door IS met handen en voeten aan een kruis werd vastgebonden. Hij kan het navertellen omdat zijn belagers op de vlucht sloegen voor een bom. In Caïro werden in december vorig jaar 29 mensen gedood en meer dan 50 mensen gewond toen een man zich opblies tijdens de zondagse mis.

Het rapport bevat veel aanwijzingen dat grote delen van de bevolking in Irak en Noord-Nigeria zijn vermoord of verdreven. „Het gaat om genocide in de definitie die de Verenigde Naties gebruikt”, aldus Peters. „Mensen hebben bij genocide vaak het idee dat het alleen om volkerenmoord gaat. Maar het gaat verder dan dat: ook het verdrijven van een hele bevolkingsgroep door terreur valt eronder. Dat is op de vlakte van Ninevé en in Noord-Nigeria gebeurd. Maar de internationale gemeenschap heeft het laten afweten. Nu de genocide bekend begint te worden, wordt ook duidelijk dat er heel weinig tegen is gedaan. En dat is toch wel heel droevig. Er moet meer gedaan worden.”

Opvallend is dat in negen van de dertien landen de meerderheid islamitisch is. „Al moet je wel zeggen dat er verschil is tussen een staat die christenen vervolgt, zoals Pakistan, waar de blasfemiewet geldt, en vervolging door extremistische groeperingen, zoals in Irak en Syrië”, aldus Peters. „In acht van die negen landen zijn het groepen die onderdrukken en geweld plegen.”

Ondanks de zwarte bladzijden in het rapport zijn er ook tekenen van hoop, stelt Peters. „Wij zijn heel actief in Irak. Je ziet dat veel mensen op dit moment terugkeren naar de vlakte van Ninevé. Ook uit Syrië hoor je bijzondere verhalen. Zo wordt er nu midden in Aleppo een zwembad gebouwd als manier om het kind uit de oorlog te halen, terwijl de huizen eromheen nog in puin liggen.”

Rapport spreekt van genocide

Uit het rapport ”Vervolgd en vergeten? 2015-2017” van Kerk in Nood blijkt de christenvervolging het grootst in landen met een islamitische meerderheid en in autoritaire staten als Eritrea en Noord-Korea.

In de Syrische stad Aleppo daalde het aantal christenen van 150.000 tot nauwelijks 35.000 in het voorjaar van 2017 – een daling van meer dan 75 procent.

Hoewel nationale overheden en internationale organisaties erkennen dat een volkerenmoord heeft plaatsgevonden, voelen kerkleiders in het Midden-Oosten zich vergeten door de internationale gemeenschap, stellen de schrijvers van het rapport.

In Afrika valt Nigeria op, waar Boko Haram meer dan 1,8 miljoen mensen heeft ontheemd. Alleen al in één bisdom –Kafanchan– zijn binnen vijf jaar 988 mensen gedood.