Rabbijn en moslima schrijven elkaar brieven vol hoop

Rabbijn Lody van de Kamp en moslima Oumaima Al Abdellaoui in de bibliotheek in Amsterdam, waar hun boek begin april werd gepresenteerd.  beeld RD, Henk Visscher

Waarin verschillen ze niet? Hij is man, zij vrouw. Hij geboren uit Joodse ouders, zij uit Marokkaanse. Hij gepensioneerd rabbijn, zij een jonge moslima. Toch hebben Lody van de Kamp en Oumaima Al Abdellaoui samen één missie: de wereld laten zien hoe je verschillen kunt overbruggen.

Een rabbijn en een islamitische scholiere samen aan tafel. Zelfs in Amsterdam kijken ze daar van op. Het geroezemoes in het restaurant van de openbare bibliotheek valt even stil als Lody van de Kamp en Oumaima Al Abdellaoui het gesprek beginnen.

De twee kwamen met elkaar in contact via een Marokkaanse collega van Van de Kamp. „„Jullie houden allebei van schrijven. Ga eens samen praten”, adviseerde hij. We ontmoetten elkaar en het klikte zo goed dat we besloten om elkaar brieven te schrijven over ons leven.”

„Beste meneer Van de Kamp”, begon Oumaima de briefwisseling tussen haar en de rabbijn. Inmiddels is het tweetal ruim twintig brieven verder, veranderde ”meneer” in ”Lody” en liggen hun pennenvruchten sinds begin deze maand in de boekhandel.

Welk beeld hebben Joden van moslims en andersom?

Van de Kamp: „Een groot deel van de Joden is onbekend met moslims en ervaart daardoor weerstand. Ze associëren hen met de Palestijnen, terrorisme, aanslagen en koesteren dat beeld. Zelf heb ik lieve ouders gekend die mij, ondanks hun eigen ervaringen, respect voor andersdenkenden hebben bijgebracht.”

Oumaima: „Mijn ouders hebben mij al jong het verschil tussen Joden en zionisten uitgelegd, waardoor ik nooit de Joden als vijanden heb gezien. Veel moslims kennen dat verschil echter niet. Zij scheren alle Joden over één kam. Je kunt hen dat niet kwalijk nemen. Ze worden geleid door onwetendheid. Met dit boek wil ik bijdragen aan een juiste beeldvorming over Joden.”

Zien jullie vooral overeenkomsten of verschillen tussen moslims en Joden?

Van de Kamp: „Overeenkomsten. Afgelopen zomer bezocht ik het voormalig vernietigingskamp Auschwitz met een schoolklas islamitische kinderen. Toen ik hen vertelde over het jodendom, merkte een leerling op dat we veel gemeen hebben. Het grote conflict in Israël staat tussen ons in, maar dat is politiek. Joden staan qua leefwijze dichter bij moslims dan bij christenen.”

Jullie mening over het conflict tussen Israël en Palestina loopt behoorlijk uiteen. Hoe gaan jullie daarmee om?

Van de Kamp: „Over dat conflict alleen konden we al een boek vullen. We hebben ons bewust beperkt tot het uitwisselen van standpunten zonder daar een diepe discussie over te voeren. Het conflict duurt al honderd jaar. Gaan we voor altijd door met het uitpluizen van de geschiedenis? Wie heeft de ergste oorlogsmisdaden gepleegd? Wie moet de grootste rekening betalen? Al dat oorlogsgeweld en leed brengt ons niet dichter bij de vrede. Laten we daar een streep onder zetten en ons richten op een oplossing om samen vreedzaam verder te leven.”

Oumaima: „Ik ben het met Lody eens dat het geweld moet stoppen. Een neutrale partij, zoals de VN-Veiligheidsraad, zou hiervoor kunnen zorgen. Maar hoe kan ik een streep zetten onder de verhalen van kinderen die worden beschoten, jongeren die hun broers, zussen of ouders verloren door bomaanslagen? Ik vind dat te mooi gedacht. Er hebben te veel oorlogsmisdaden plaatsgevonden om ze te kunnen negeren. Gerechtigheid is de eerste stap richting vrede.”

Van de Kamp: „Ik kan daar veel over zeggen, maar dat doe ik niet. We hebben er bewust voor gekozen om daar in dit boek niet dieper op in te gaan. Dat gebeurt in ons tweede boek.”

Rabbijn Van de Kamp schrijft over hoge criminaliteitscijfers onder Marokkaanse jongeren. Hoe kwam dit op jou over, Oumaima?

„Ik weet dat veel mensen Marokkanen associëren met criminaliteit. Dat komt grotendeels door de media. In berichtgeving over criminaliteit benadrukken zij vaak de Marokkaanse herkomst van de verdachte. Bij een autochtoon persoon vermelden ze de afkomst niet. Ik heb ervoor gekozen om in dit boek een Marokkaanse crimineel uit de onderwereld aan het woord te laten. Om te laten zien wat zo iemand beweegt.”

Van de Kamp: „Ik heb veel contacten in de Marokkaanse gemeenschap. Jongeren krijgen er vaak te maken met discriminatie, uitsluiting, ze kunnen moeilijk werk vinden. Uit Den Haag ontvangen ze signalen dat ze er niet bij horen. Dat komt hard aan. Alles bij elkaar leidt dit ertoe dat sommige jongeren denken: Ze moeten me hier toch niet, en een ander soort leven gaan leiden. Ik probeer het gesprek met hen aan te gaan en hen aan het denken te zetten.”

Sommige mensen vinden uw aanpak te soft.

„Dat ze dat denken, zou goed kunnen, maar een betere aanpak heb ik nog niet gezien. Mensen noemden Job Cohen ook een theedrinker en een moslimknuffelaar. Maar hebben zij een betere manier om de problemen op te lossen?”

In hoeverre ervoeren jullie drang om elkaar te overtuigen?

Van de Kamp, breed lachend: „Ik heb het wel geprobeerd, maar Oumaima is nog steeds moslima.”

Oumaima: „Ik wilde Lody niet overtuigen, maar ik wilde wel graag dat hij en anderen mij zouden begrijpen. Over de plaats van de vrouw in de islam bijvoorbeeld heersen veel vooroordelen. Moslimvrouwen zouden worden onderdrukt. In het boek kan ik gelukkig uitleggen dat dit niet klopt.”

Van de Kamp: „Wat zij schrijft over de vrouw is niet nieuw voor mij. Ook in het jodendom wordt de rol van de vrouw door de buitenwacht onderschat. Opvallend vond ik het om te lezen dat in Saoedi-Arabië, het centrum van de islam, er op het gebied van vrouwenrechten nog wel het een en ander te verbeteren valt.”

Hoe wordt dit boek ontvangen door jullie achterban, verwachten jullie?

Oumaima: „Ik krijg veel positieve reacties. Er zal altijd een groep blijven die meent, uit onwetendheid over beide religies, dat een serieuze moslim zich niet met een dialoog met Joden bezig hoort te houden.”

Van de Kamp: „Mensen uit mijn gemeenschap zullen verrast en geïnteresseerd zijn, maar ik zal ook verwijten krijgen. Dat ik Oumaima onvoldoende weerwoord geef bijvoorbeeld. „Kijk, wat de Palestijnen doen”, had je moeten schrijven, zeggen ze dan. Dat verwijt klinkt echter al tachtig jaar en heeft tot niets geleid. Het alleen veroordelen van aanslagen vind ik te gemakkelijk. Sommige aanslagen hebben in historisch perspectief vrede gebracht. Het bombardement op Dresden leidde indirect tot de overgave van nazi-Duitsland. Met moed en wilskracht kunnen we ervoor zorgen dat aanslagen ergens toe leiden.”

U schrijft dat u ook kritiek verwacht uit christelijke hoek.

Van de Kamp: „In bepaalde christelijke kringen wordt de islam de satan genoemd. Joden en christenen hebben dezelfde God, maar moslims hebben Allah, zo redeneren zij. Bij deze christenen zal ons boek wellicht wrevel opwekken. Bij leden van de Gereformeerde Gemeenten, die ik ontmoet tijdens mijn reizen, proef ik echter ook regelmatig begrip voor mijn inspanningen om Joden en moslims te verbinden.”

”Een hoopvolle briefwisseling” luidt de ondertitel van jullie boek. Waar hopen jullie op?

Van de Kamp: „Wij hopen op een goede verstandhouding tussen Joden en moslims in Nederland.”

Oumaima: „Is het niet hier, dan wel in Israël en Palestina. Daar zouden ze echt wat met ons boek moeten doen.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat deze dialoog niet bij jullie blijft steken?

Van de Kamp: „Wij lossen geen problemen op in het Midden-Oosten, maar ik hoop dat de respectvolle, fatsoenlijke manier waarop wij met elkaar omgaan anderen inspireert. Onbekend maakt onbemind, zei ik ooit tijdens een lezing. Een imam corrigeerde mij: „Je moet zeggen: Bekend maakt bemind.” Ga in gesprek met elkaar. Het verrijkt je leven.”

Oumaima: „Als wij het kunnen, kunnen anderen het ook.”

Boek ”Over muren heen” schuwt heikele thema’s niet

Het boek ”Over muren heen; een hoopvolle briefwisseling” (uitg. KokBoekencentrum) bevat ruim twintig brieven tussen rabbijn Lody van de Kamp uit Amsterdam en middelbare scholiere Oumaima Al Abdellaoui uit Zaanstad.

In bijna alle opzichten zijn Van de Kamp en Oumaima tegenpolen. Wat hen verbindt, is de briefwisseling die ze zijn aangegaan en de wil om elkaar en elkaars achtergrond beter te leren kennen.

Ze schrijven over hun leefwereld en godsdienst, over successen en dieptepunten in hun leven, maar schuwen heikele thema’s zoals Israël en Palestina, feminisme, vreemdelingen en criminaliteit niet.

Beiden voelen zich verbonden met hun religie, maar komen tot de conclusie dat hun godsdiensten niet heel ver uit elkaar liggen. Waar het gaat over Israël en Palestina scheiden de wegen, alhoewel ze allebei hopen op vrede.

Job Cohen, oud-burgemeester van Amsterdam, schreef het voorwoord.

Van de Kamp en Al Abdellaoui

Van de Kamp

Lody van de Kamp (1948) is een orthodox-joodse rabbijn, schrijver en zakenman. Tot oktober 2017 was hij actief als politicus voor het CDA in Amsterdam. Na zijn opleiding in Montreux en Londen werkte hij in Londen (1978), Den Haag (1981), Amsterdam (1987) en Rotterdam (1994).

Sinds 1996 is hij niet meer als rabbijn werkzaam, maar houdt hij zich met andere zaken bezig. Zo zit hij in het curatorium van het Joods Studiecentrum te Leiden. In 1996 werd hij directeur van de reisorganisatie Jehoeda Services. Deze organisatie verzorgt project- en studiereizen naar Oost-Europa en Israël. Ook publiceert hij over politieke, maatschappelijke en godsdienstige kwesties. Samen met de Marokkaanse jongerenwerker Saïd Bensellam werkt hij aan projecten om Joden en moslims te verbinden.

Deze maand verscheen ”Over muren heen”, een briefwisseling tussen hem en Oumaima Al Abellaoui. Hij is getrouwd en heeft vijf kinderen.

Al Abdellaoui

Oumaima Al Abdellaoui, die haar leeftijd niet bekend wil maken, is geboren in Zaanstad. Ze volgt in haar woonplaats het vwo. Ze heeft een bijbaan in een pizzeria en houdt van fotografie. Ze is moslima en noemt zichzelf een Marokkaanse Nederlander.