Raad van Kerken Zeeland belegt symposium over kerkverlating

Secularisatie, kerkverlating en een nieuwe kerk
Foto RD

HEINKENSZAND – „Hoe vitaal is het geloof? Als wij het niet meenemen en bewaren, hoe kunnen wij het dan door­geven aan anderen?” Die vragen wierp Geerten Kok dinsdag in Heinkenszand tijdens een minisymposium over ont­kerkelijking in Zeeland.

De bijeenkomst, met als thema ”Kerk-Krimp-Kans”, was georganiseerd door de provinciale Raad van Kerken, waarin de Protestantse Kerk in Nederland en de Rooms-Katholieke Kerk samenwerken. Bijna tachtig mensen, allen bij het bestuur van de kerk betrokken, hadden de weg naar Heinkenszand gevonden.

Paul Verbeek, voorzitter van de Raad van Kerken in Zeeland en deken van de provincie, opende de vergadering. Hij ging in op berichtgeving in de Provinciale Zeeuwsche Courant van 31 oktober, Hervormingsdag. De PZC schreef dat nog slechts 50 procent van de Zeeuwse bevolking staat ingeschreven bij een kerk, en dat voor het eerst sinds de Reformatie de Rooms-Katholieke Kerk het grootste kerkgenootschap in de provincie is. Verbeek: „De Rooms-Katholieke kerk is er helemaal niet trots op dat ze nu de grootste is in Zeeland.”

Een dag later berichtte dezelfde krant dat de cijfers van de Rooms-Katholieke Kerk geflatteerd zijn, omdat het heel moeilijk is om er als lid te worden uitgeschreven. Verbeek bestrijdt dat. „Je kunt in de Rooms-Katholieke Kerk net zo gemakkelijk je lidmaatschap opzeggen als in de Protestantse Kerk. Alleen je doopsel kun je niet opzeggen.”

Hij gaf aan dat de bedoeling van de avond was om „een gemeenschappelijke zorg te delen. Het is zorgelijk dat de helft van de provincie onkerkelijk is geworden. Dat heeft een enorme impact op de samenleving.” Maar, vervolgde hij, misschien kan een gemeenschappelijke zorg ook een uitdaging bieden.

Volgens Bart van Noord, locatiehoofd van het steunpunt Zuidwest-Nederland van de PKN, is de krimp in Zeeland al generaties aan de gang. „Door Samen-op-Weg zijn veel hervormde en gereformeerde kerken samengegaan, waardoor het meest zichtbare effect uit het zicht is geraakt of is vooruitgeschoven in de tijd.” Ook stelde hij dat mensen er vaak tegen opzien om in de toekomst met de auto naar kerk een paar dorpen verderop te gaan. „Maar het perspectief is dat je met verschillende kerken meer doet, omdat je het met elkaar doet”.

Van Noord merkte op dat de bereidheid tot samenwerken bij de plaatselijke kerken, vergeleken met een aantal jaar geleden, duidelijk is toegenomen.

Geerten Kok, verbonden aan het rooms-katholieke dekenaat van Zeeland, gaf aan dat de provincie 28 parochies kent. Over anderhalf jaar moeten dat er vijf zijn. Hij signaleerde een aantal knelpunten voor de huidige parochies, zoals een tekort 
aan personeel en aan financiën. „En, misschien wel ons grootste knelpunt: hoe vitaal is het geloof? Als wij het niet mee­nemen en bewaren, hoe kunnen wij het dan doorgeven aan anderen?”

Ds. Aarnout van der Deijl, predikant van de protestantse gemeente in Oost-Souburg, schetste hoe de kerk zich ontwikkelde van huisgemeente tot staatskerk. Het gevolg daarvan was dat de kerk de verantwoorde­lijkheid kreeg voor gebouwen en personeel. Hij suggereerde dat de kerken de omgekeerde beweging zouden moeten maken. Iets daarvan meent hij te zien in de zogenaamde ”emerging churches”. „Christelijk geloof moet een manier van leven zijn. Wees kerk, niet alleen op zondag, maar de hele week door.”