Provincie helpt Groninger Nieuwe Kerk

De Nieuwe Kerk te Groningen werd in 1665 in gebruik genomen.
16

Het was de eerste kerk in de stad Groningen die werd gebouwd voor de protestantse eredienst: de Nieuwe Kerk. Ruim drieënhalve eeuw later wordt dit rijksmonument ook voor andere doeleinden gebruikt. Onlangs verstrekte de provincie Groningen een subsidie van 120.000 euro.

Stilteportaal Nieuwe Kerk open, wijst een bord langs het pad dat naar de kerk voert. Het portaal, in de hal naast de hoofdingang, is dagelijks geopend van 10.00 tot 18.00 uur, „om even rust te zoeken of een kaarsje aan te steken. Voor wie maar wil...”

Binnen groet verhuurcoördinator Jan Haak een bezoeker. Het stilteportaal, dat nu zo’n twee jaar in gebruik is, voorziet in een behoefte, zegt hij. „Op elk moment van de dag komen hier wel mensen langs. Je ziet het trouwens: er branden vijf, zes kaarsjes.”

Via een smalle trap gaat het naar boven, naar een van de vele vertrekken die de Nieuwe Kerk rijk is. „Ooit woonden hier ook de koster, een politiemeester en een doodgraver.”

Open gemeente

Nog altijd komt in het kerkgebouw een protestantse gemeente samen. Predikant is ds. Evert Jan Veldman. Haak: „De laatste tijd zien we ook wel weer jongere gezinnen komen. Daar zijn we natuurlijk blij mee.”

Hoe zou hij de gemeente –een van de zes wijkgemeenten van de protestantse gemeente Groningen– omschrijven? „Je zou kunnen zeggen: als een open gemeente, midden protestants. Aan de liturgie wordt veel aandacht besteed. De gemeente heeft niet het orthodoxe karakter van de Martinikerk, maar werkt daar wel mee samen. We kennen bijvoorbeeld het programma ”Schoonheid met een ziel”, met cantatediensten, vespers en choral evensongs. Die worden op zondagmiddag afwisselend in de Nieuwe Kerk en de Martinikerk gehouden.”

Ook Haak zelf werkt, als beheerder, voor beide kerken in de Groninger binnenstad. Zo is hij verantwoordelijk voor de verhuur ervan ten behoeve van „culturele activiteiten”, zoals concerten, theatervoorstellingen en festivals. „Maar de Nieuwe Kerk was hier eigenlijk nog niet helemaal op ingericht. Huurders moesten bijvoorbeeld zelf bepaalde installaties meenemen. Dat bleek weleens een reden om af te haken. Daarom hebben we op een gegeven moment een subsidieaanvraag ingediend bij de provincie, en die is gehonoreerd. We kregen toestemming om voor 240.000 euro aanpassingen te verrichten. Van dat bedrag neemt de provincie de helft voor zijn rekening.”

Opzienbarend zijn de aanpassingen overigens niet. De twee beamers die inmiddels in de kerk werden opgesteld, zijn zorgvuldig aan het oog onttrokken. „We wilden het historische interieur niet aantasten.” Iets verder ging het ombouwen van de voormalige kosterswoning tot keuken – maar daar zie je in de kerk niets van. Andere aanpassingen betreffen bijvoorbeeld licht en geluid.

Avondmaalsbeker

In de zeventiende-eeuwse kerkruimte, naar het model van een Grieks kruis, lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Blikvangers zijn zonder meer het orgel (overigens uit 1831), de rijkversierde kansel uit 1664 en de prachtige herenbanken. „En dan hebben we nog het zilveren avondmaalsstel, dat dateert uit de tijd van de Reformatie”, zegt Haak. Even later komt hij terug met een beker. „Op het deksel is een doodskopje te zien. Heel symbolisch. De dood wordt terzijde gelegd voordat je kunt drinken.”

Buiten wijst hij op een gevelsteen. „De tekst waarmee de kerk in 1665 gebruik is genomen.” Jesaja 2:3: „Komt, laat ons opgaan tot den berg des Heeren, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen en dat wij wandelen in Zijn paden.”

Noorderkerk Amsterdam als voorbeeld

„Wist je dat deze kerk indertijd gebouwd is naar het voorbeeld van de Noorderkerk in Amsterdam?” vraagt verhuurcoördinator Jan Haak bij binnenkomst. Nee, maar dat is goed te zien, inderdaad.

Ontwerper van de –achthoekige– Nieuwe Kerk in Groningen was stadsbouwmeester Coenraet Roeleffs. Deze nam het bouwplan van de Amsterdamse Noorderkerk uit 1623, van architect Hendrick de Keyser, als uitgangspunt.

Maar in Groningen keken ze ook naar Haarlem. Het prachtige front van het Timpe-orgel is geïnspireerd door het instrument van Müller in de Grote of Sint-Bavokerk. Op dit moment legt orgelmakerij Mense Ruiter de laatste hand aan de restauratie van het orgel uit 1831. Met drie klavieren en pedaal is het het grootste opus van de Groningse orgelbouwer Johan Wilhelm Timpe.