Protestantse Kerk kiest voor GB’er als voorzitter

Maandoverzicht november 2019
beeld RD, Anton Dommerholt

Met de keuze voor ds. M. C. Batenburg (1972) als nieuwe voorzitter heeft de Protestantse Kerk opnieuw voor een lid van de Gereformeerde Bond gekozen.

De verkiezing van een nieuwe preses, die altijd plaatsvindt achter gesloten deuren, liep vanmorgen ruim een uur uit. Hoe de synodeleden geoordeeld hebben over de nieuwe preses en of er gestemd is over zijn voordracht, is niet bekend. Wel is bekend dat ds. Batenburg door het synodebestuur (moderamen) was voorgedragen om de voorzittershamer voor de komende 3,5 jaar over te nemen van de onlangs teruggetreden ds. S. van Meggelen.

Met zijn verkiezing, heeft de synode een gerespecteerd bestuurder gekozen én iemand die lid is van de Gereformeerde Bond. Eerder was ds. G. de Fijter, eveneens lid van de Gereformeerde Bond, een periode preses van de Protestantse Kerk.

Het kiezen van een nieuwe synodevoorzitter is in de brede Protestantse Kerk die, net als de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk, naast een orthodoxe vleugel ook een midden-orthodoxe en vrijzinnige stroming kent, niet altijd makkelijk. De synode streeft er naar in de totale bemensing van het moderamen, het dagelijks bestuur van de synode dat uit vijf personen bestaat, alle stromingen te vertegenwoordigen.

De laatste jaren werd de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) voorgezeten door vrouwelijke predikanten. Met de keus voor ds. Batenburg zijn de hier en daar geuite vermoedens dat de kerk bewust niet meer voor een gereformeerdebonder als preses zou kiezen, gelogenstraft.

Samen met de scriba, momenteel dr. R. de Reuver, vormt de preses het ‘gezicht’ van de kerk. Wel is het werk van de scriba, die in tegenstelling tot de preses twee termijnen van vijf jaar kan dienen, meer op het beleid gericht dan dat van de preses. Het is dan ook zeker niet zo dat de Protestantse Kerk met de verkiezing van ds. Batenburg ineens een ruk richting de orthodoxie zal maken. Iemand die in de PKN de voorzittershamer aanvaardt, weet dat hij de breedte van de kerk moet dienen. Ds. Batenburg zei donderdag dat hij juist dát als zijn roeping ziet.