Protestants Zaandam verder met één kerk

Exterieur van de Bullekerk. beeld Eran Oppenheimer
5

Het is even geleden dat hervormden en gereformeerden in Zaandam samen over zeven kerken beschikten. De protestantse gemeente die na 2004 ontstond, kerkte de afgelopen jaren nog in twee godshuizen. Nu wordt de Westzijderkerk ook afgestoten.

De kruiskerk uit 1640 aan de Zaandamse Westzijde is vanbuiten een plaatje. Een fraai torentje siert het dak. Op de zuidmuur vertelt een zonnewijzer in het Latijn dat het uur snelt en de tijd vliegt. Aan de noordkant staat in de schaduw van de kerk het huisje dat vroeger pastorie was. Hier woonde cabaretier Freek de Jonge in de jaren vijftig, toen zijn vader predikant van deze kerk was. Op het plein vóór de oostelijke ingang pronkt een beeld van de stier waaraan het godshuis zijn bijnaam Bullekerk dankt (zie kader).

Ook binnen is het nodige te zien. Een 17e-eeuwse preekstoel, die rust op een witte houtgesneden pelikaan die zich in de borst pikt om met haar bloed drie jongen te voeden. Vlakbij aan de muur een oud Tien Gebodenbord. Ertegenover, aan de zuidmuur, een vergelijkbaar bord met de predikantennamen.

Glas-in-loodramen sieren de oostbeuk: één uit de 17e eeuw, één van recente datum. Het oudste geschonken door een predikant van de gemeente, het jongste gemaakt door gemeenteleden onder leiding van de huidige predikant Pieter van der Woel. Tussen de ramen het schilderij ”Stiers Wreetheydt”, dat eveneens vertelt waarom de kerk Bullekerk heet.

In de westbeuk prijkt een prachtige orgelkas, met zuilen en luiken, begin 18e eeuw gemaakt door Johannes Duyschot. Boven op de kas: ”Alles wat adem heeft love den Heere”.

Cultureel centrum

Eind volgende maand draagt de protestantse gemeente (pg) Zaandam de kerk over aan Stadsherstel Amsterdam. Deze instelling heeft in de hoofdstad al een groot aantal panden en monumenten gered en richt zich sinds kort ook op de Zaanstreek.

„De reden is triviaal”, zegt Len de Klerk, voorzitter van het college van kerkrentmeesters van de pg Zaandam. „Een krimpende gemeente. Zondags zitten hier nog 150 à 200 mensen. We hebben twee predikanten en twee gebouwen: behalve de Bullekerk ook de Noorderkerk. Vier jaar geleden startten we een keuzeproces, waarbij we een analyse maakten voor de periode tot 2030. Daaruit bleek dat we één kerk moesten afstoten. De keus is gemaakt om de Noorderkerk te behouden, een wederopbouwkerk uit 1952, die praktischer en comfortabeler is. De Bullekerk is prachtig, maar brengt als rijksmonument veel kosten met zich mee.”

Gerard Koekkoek, kerkrentmeester en beheerder: „Toen ik veertig jaar geleden trouwde, telde Zaandam zeven protestantse kerken: drie hervormde en vier gereformeerde. Bij de totstandkoming van de Protestantse Kerk in 2004 werden er al drie afgestoten, later nog twee. Nu houden we er één over.”

Een pijnlijke beslissing? De Klerk: „We waren 380 jaar eigenaar van dit gebouw. Scheiden doet lijden. Maar we zijn blij dat Stadsherstel de kerk overneemt. Zij hebben veel ervaring met monumentale gebouwen. Tot de zomer kerken we hier nog; daarna hebben we tot 2030 de mogelijkheid één keer per maand de kerk te gebruiken.”

Stadsherstel gaat van de Bullekerk een cultureel centrum maken. Zijn er afspraken gemaakt over waar het godshuis wel en niet voor mag worden gebruikt? Koekkoek: „Geen seksclub of sushirestaurant.” De Klerk: „De rekening van Stadsherstel moet straks ook kloppen. Maar in de overeenkomst staat dat er geen onwelgevallige activiteiten in de kerk zullen worden georganiseerd. Nu wordt vooral gedacht aan muziek: bespelingen op het Duyschotorgel en concerten met kamermuziek. De kerk heeft een prachtige akoestiek.”

De bul, de boer en de baby

De bijnaam Bullekerk dankt de Westzijderkerk aan een akelig voorval uit 1647. De stier van Jacob Egh brak los. Het beest nam eerst de boer op z’n horens, en vervolgens diens vrouw Trijn Jans, die te hulp was gesneld. Trijn was echter hoogzwanger. De stier wierp haar in de lucht en reet daarbij haar onderbuik open. Het kind werd als bij keizersnee geboren en kwam in een plas terecht. Jacob en Trijn stierven de dag erop aan hun verwondingen; het kind bleef echter in leven en werd in de pas gebouwde kerk als Jacob gedoopt. Negen maanden later overleed de baby alsnog. Hij werd bij zijn ouders in de kerk begraven. Bij de oostelijke ingang houden een schilderij en een grafzerk het voorval in herinnering.