Promovendus: Kerk ervaart uitblijven wederkomst niet als probleem

„Hoewel er alle reden is om na de aanslagen van 11 september 2001 de wereld apocalyptisch te duiden, gebeurt dit in de preken nauwelijks.” beeld Flickr/Marin Sercombe
2

Dat de wederkomst van Christus nog altijd uitblijft, wordt in de kerken anno 2018 niet als een probleem ervaren. Het is een van de conclusies die ds. R. H. Nieuwenhuis trekt na bestudering van zeventien preken uit protestantse kring.

Heel vaak gebeurt het niet dat iemand van zijn leeftijd nog promoveert. Ds. Nieuwenhuis (78), gereformeerd emeritus predikant in Alphen aan den Rijn, zegt echter „met buitengewoon veel genoegen” aan zijn proefschrift te hebben gewerkt. ”Leven in verwachting van de komst van Christus” luidt de titel ervan, ”Een onderzoek naar de uitleg en het gebruik van Paulus’ teksten over de (weder)komst van Christus in 1 Tessalonicenzen in preken”. Woensdag hoopt hij er aan de Universiteit van Amsterdam op te promoveren. Zijn promotoren zijn prof. dr. J. W. van Henten en prof. dr. F. G. Immink.

„De apocalyptiek, als literair genre in de Bijbel, houdt me al langere tijd bezig”, zegt ds. Nieuwenhuis. „Denk hier aan de boeken Daniël en Openbaring. Maar ook in Paulus’ eerste brief aan de Thessalonicenzen kom je nogal wat teksten tegen met een apocalyptisch karakter. In hoofdstuk 4:13-18 bijvoorbeeld gaat de apostel uitvoerig in op de parousie, de wederkomst –of komst– van Christus. In de gemeente lijkt wat onrust te zijn ontstaan door het overlijden van enkele leden. Hoe kon dat nu: Christus zou toch spoedig wedergekomen? En hoe zou het dan met deze overledenen gaan áls Christus wederkwam?

Waar ik benieuwd naar was, was hoe er in hedendaagse preken met teksten zoals deze wordt omgegaan. Het viel overigens nog niet zo mee daar achter te komen: nogal wat predikanten die ik benaderde, hadden hier nooit over gepreekt. Uiteindelijk heb ik zeventien preken kunnen bestuderen, van vrijzinnig tot Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland, en ook wel vanuit vrijgemaakte en Nederlands gereformeerde hoek.”

Uw conclusie?

„Er wordt heel verschillend mee omgegaan. In een aantal preken worden de apocalyptische gedeelten vrij letterlijk genomen. Als voorspelling: zó zal Christus wederkomen. In andere kom je een meer symbolische benadering tegen: het gaat erom dat we ons inzetten voor recht en gerechtigheid, voor het Koninkrijk van God op deze aarde. Zulke preken bevatten vaak ook kritiek op de huidige samenleving.”

Meerdere preken werden gehouden op eeuwigheidszondag, zo blijkt uit uw studie, als de laatste zondag van het kerkelijk jaar.

„Dat is ook niet zo verwonderlijk: het gaat dan over dood en leven, de overledenen in het achterliggende jaar worden herdacht. Als Bijbelgedeelte wordt dan bijvoorbeeld 1 Thessalonicenzen 4 genomen, waarin het gaat over de opstanding van de doden. En de verzen 17 en 18, onder meer over het opgenomen worden in de lucht, hebben een bijzonder troostvol karakter.”

U typeert de theologie van 1 Thessalonicenzen als een „theologie van de hoop.”

„Het is wat moeilijk om hier over een theologie te spreken, daarvoor is deze brief eigenlijk te klein. Maar hoop is inderdaad een belangrijke theologische notie. Paulus moedigt de leden van de gemeente in Thessalonica aan om uit te zien, uit te blíjven zien, naar Christus’ wederkomst.”

En spoort hen daarbij aan tot onberispelijkheid, heiligheid en waakzaamheid, stelt u vast.

„Paulus zegt: Jullie zijn, als gelovigen in Christus, tot heiligheid geroepen. Dat betekent wel dat jullie daar ook aan moeten beantwoorden.”

Christus Zelf heeft gezegd dat bij Zijn wederkomst, op de oordeelsdag, „de schapen van de bokken” zullen worden gescheiden. In hoeverre kwam u deze notie in preken tegen?

„Met name in preken uit Gereformeerde Bondskring kwam dit aan de orde. Ik moet wel zeggen: daarbij lag de nadruk niet zozeer op het oordeel. Gezegd werd dan dat het niet de bedoeling van God is om je te veroordelen. Waarschuwingen als deze zijn bedoeld om je te redden, de bevrijding te aanvaarden.

In andere preken werd de gedachte aan een oordeelsdag overigens volstrekt verworpen.”

U schrijft in uw proefschrift: „Hoewel er alle reden is om na de aanslagen van 11 september 2001 de wereld apocalyptisch te duiden, gebeurt dit in de preken nauwelijks.”

„Ik vond dat inderdaad opvallend. Alle onderzochte preken waren na 11 september 2001 gehouden, en in niet één werd ernaar verwezen. Sowieso lijkt het uitblijven van Christus’ wederkomst in de kerken niet als probleem te worden ervaren, wat het in Thessalonica nog wel was. Dat is misschien ook niet zo vreemd: het duurt nu al meer dan 2000 jaar. Maar het zegt toch ook wel iets.”