Promovenda: Vrije wil blijft in mens aanwezig, ook bij onbewust handelen

Lieke Asma. beeld RD

De vrije wil is geen illusie, ook niet als ons gedrag door onbewuste processen wordt beïnvloed. Dat stelt Lieke Asma in een proefschrift waarop zij woensdag promoveerde aan de faculteit geesteswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

De vraag of de vrije wil bestaat, houdt filosofen al eeuwenlang bezig. Traditioneel staat in deze discussie de relatie tussen vrije wil en determinisme centraal. Als determinisme waar is, en alles volledig bepaald is door een vooropgezet plan van een hoger wezen of door het verleden, hoe kunnen menselijke beslissingen en overwegingen dan nog een verschil maken?

De laatste jaren is er veel aandacht voor neurowetenschappelijk en psychologisch onderzoek dat beweert dat de vrije wil een illusie is, zoals blijkt uit het boek van Victor Lamme, ”De vrije wil bestaat niet” (2010), goed voor ruim twintig herdrukken. Daarin wordt geclaimd dat onbewuste processen in het brein altijd doorslaggevend zijn bij het nemen van beslissingen.

Het boek van Lamme verscheen in hetzelfde jaar als ”Wij zijn ons brein”, van de Nederlandse arts en neurobioloog Dick Swaab. Daarvan gingen ruim 450.000 exemplaren over de toonbank. Volgens André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen met een reformatorische levensovertuiging, reduceert Swaab de wetenschap tot het strikt biologische en materiële en doet hij tekort aan ons bewustzijn of onze geest, die hij terugbrengt tot een aantal hersencellen.

Intenties

Uitgaande van een klassieke visie op hoe handelen veroorzaakt wordt, verdedigt promovenda Lieke Asma de visie dat intenties, oftewel doelbewuste handelingen, ertoe doen als het gaat om de vraag of een handeling vrij is. „Ook al ervaren we dat onze bewuste intenties veroorzaken wat we doen, de claim van het neurowetenschappelijk onderzoek is steeds dat in feite ons gedrag door onbewuste processen wordt veroorzaakt. Hieruit volgt dan vaak de conclusie dat we geen bewuste controle hebben over wat we doen, en dat daarom vrije wil niet bestaat.”

In haar proefschrift laat Asma zien dat de conclusie dat vrije wil een illusie is, niet volgt uit het neurowetenschappelijk en psychologisch onderzoek. „De meeste filosofen denken dat doelbewust handelen noodzakelijk is voor vrije wil. Daarnaast denken de meeste filosofen dat er alleen sprake is van doelbewust handelen als wat we doen, veroorzaakt wordt door bewuste intenties. Dit onderzoek geeft ons geen reden om te denken dat, wellicht naast allerlei onbewuste invloeden op ons gedrag, we niet ook doelbewust handelen. Beide verklaringen van gedrag sluiten elkaar niet uit.”

En daar zit volgens Asma de dreiging: de experimenten in neurowetenschappelijk onderzoek lijken te laten zien dat wat we doen juist niet door bewuste intenties wordt veroorzaakt. „Als deze conclusie daadwerkelijk volgt uit de experimenten zouden al deze zogenoemde intentionele handelingen in feite gebeurtenissen zijn die ons ‘overkomen’. Je brein zou het dan zijn dat beslissingen neemt en je gedrag aanstuurt, en de bewuste gedachten zouden daarin niet zo’n rol spelen. Maar het neurowetenschappelijk en psychologisch onderzoek kan mijns inziens niet bewijzen dat dit het geval is.”

Het is een filosofisch proefschrift. In hoeverre kan deze discussie ook relevant zijn voor het theologische debat over de vrije wil? Vooral calvinisten stellen dat de vrije wil een illusie is vanwege de zonde.

„In de filosofie is de vrije wil vooral onderstreept vanwege het concept van verantwoordelijkheid. Als je niet vrij bent, ben je niet aansprakelijk voor wat je doet. Dat heeft bijvoorbeeld consequenties voor de rechtspraak. Een dergelijk argument zou ook in het christendom een rol kunnen spelen. Mijn proefschrift heeft deel uitgemaakt van het door de Templeton World Charity Foundation gefinancierde project ”Science beyond Scientism”. Er is meer dan een platte vorm van wetenschap, het sciëntisme. Het project laat zien hoe belangrijk het is om wetenschap en filosofie met elkaar in verbinding te brengen, zodat de kwestie van de vrije wil niet alleen neurowetenschappelijk of biologisch wordt behandeld.”