Prof. Van den Belt: Geheim van vrijheid van Evangelie ligt buiten mens

Hervormd gereformeerde emeritus predikanten en predikantsvrouwen waren gisteren in Veenendaal bijeen. Prof. dr. H. van den Belt sprak voor hen over ”De Reformatie en de christelijke vrijheid”.  beeld RD, Anton Dommerholt
6

De christelijke vrijheid is in de Reformatie de herontdekking van het Evangelie, aldus prof. dr. H. van den Belt. „In de Reformatie stond de vrijheid van het Woord centraal. Het geheim van die vrijheid ligt buiten ons.”

Prof. Van den Belt, bijzonder hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, sprak woensdag op de halfjaarlijkse ontmoetingsdag van hervormd-gereformeerde emeritus predikanten en predikantsvrouwen in Veenendaal. Hij hield een referaat over ”De Reformatie en de christelijke vrijheid”.

Is het wel zo feestelijk om in 2017 500 jaar Reformatie te vieren, wierp prof. Van den Belt als vraag op. Als we zien hoe de kerk gescheurd is, moeten we de Reformatie niet koesteren als een traditie op zich, zo stelde hij. Bovendien dient de kerk van nu voorzichtig te zijn haar visie op vrijheid terug te projecteren op de vrijheid van de Reformatie. „Daarin stond de vrijheid van het Woord centraal, die de christen door genade vrijheid schenkt.”

De aanname dat Luther zijn 95 stellingen met de hamer op de deur van de slotkapel in Wittenberg gespijkerd heeft, wordt al zo’n vijftig jaar in twijfel getrokken. Prof. Van den Belt gaf aan dat de deur van de slotkapel als aanplakbord diende waarop stellingen voor een dispuut werden geplakt. Zo zal het ook met Luthers stellingen zijn gegaan.

Volgens Luther wordt de kracht van het Woord niet met de hamer van de Reformatie bewerkstelligd. Zijn 62e stelling luidt dan ook dat de ware schat van de kerk het allerheiligste Evangelie van de heerlijkheid en Gods genade is. Dat is wat anders dan het ”sola Scriptura” zoals dat nu wordt teruggeprojecteerd op de Reformatie, aldus prof. Van den Belt. De term ”sola Scriptura” is pas aan het eind van de negentiende eeuw, in de aanloop naar de twintigste eeuw, in zwang gekomen, gaf hij aan. „In de Reformatie ging het om ”sola fide” (alleen door het geloof) en ”sola gratia” (alleen door genade).”

Prof. Van den Belt wilde ook een „misverstand” rond de aflaat de wereld uithelpen. De aflaat was volgens hem geen gift om gedane zonden af te kopen. Na de biecht diende boetedoening om de oprechtheid van je berouw te tonen. Om vergeving van zonden te ontvangen konden kerkgangers met een aflaat vrijstelling van de boetedoening afkopen. Dat was gemakkelijker dan op je knieën naar Rome te kruipen. „Met de Reformatie verschuift de absolutie van de biechtstoel naar de preekstoel. Volgens Calvijn drupt in de prediking het bloed van de verzoening op de hoorders.”

Sneeuw

In zijn openingswoord stond emeritus hoogleraar prof. dr. W. Verboom stil bij Jesaja 55:10 en 11, waar de profeet spreekt over de regen en de sneeuw die van de hemel neerdalen en niet terugkeren, „zo zal ook Mijn Woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat en niet ledig terugkeert, maar doet wat Mij behaagt.”

Prof. Verboom noemde dat een bemoedigende boodschap voor een volk in ballingschap. „Een teken van Gods trouw. Hij gedenkt aan Zijn verbond.”

Dat is een machtige profetie van Zijn genade, aldus de emeritus hoogleraar. „In de strijd van aanvechting en de afbraak bij het ouder worden, mag dat tot troost zijn.”