Prof. Koffeman op PKN-synode: Invulling ambt heikel punt

De synode van de Protestantse Kerk in Nederland, donderdag bijeen in Doorn. beeld RD, Anton Dommerholt

De invulling van het ambt is al jaren een „heikel punt”, aldus prof. dr. L. J. Koffeman. „De synode van de Nederlandse Hervormde Kerk kwam er vijftig jaar geleden al niet uit.”

De emeritus hoogleraar kerkrecht en oecumene aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam gaf donderdagmiddag in Doorn tijdens de vergadering van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) een toelichting op een tussenrapportage van de werkgroep ambt. Voor de bespreking van dat document had de werkgroep twee stellingen geformuleerd. De eerste luidde: Het onderscheid tussen het ambt van predikant en dat van ouderling of diaken is van groot belang voor een gezonde ambtsvisie. De tweede: Elke gemeente heeft recht op een voorganger die bevoegd is Woord en sacramenten te bedienen.

In de discussie vroeg ds. M. G. G. Pettinga (Monnickendam) of de werkgroep oog wilde houden voor een „gedegen opleiding voor predikanten, waarbij ook de kennis van de grondtalen van de Heilige Schrift hoort.” Volgens prof. Koffeman is de opleiding van predikanten eerder een consequentie van de ambtsvisie, terwijl de werkgroep nog aan die visie werkt. „Of een academische opleiding onder alle omstandigheden bepalend is voor het predikant kunnen zijn, valt te betwijfelen. Anders zouden we miljoenen voorgangers in de wereld geringschatten.”

Ds. J. van Essen (Zetten) stemde ermee in dat iedere gemeente het recht heeft dat het Woord daar verkondigd wordt en de sacramenten daar bediend worden. „Maar moet dat door een eigen voorganger gedaan worden? En heb je het recht daartoe, alsof je dat kunt opeisen”

Ouderling G. van Tol (Rouveen) vond het belangrijk dat de verschillende taken van de ambtsdragers worden onderscheiden. In aansluiting op ds. A. H. Wöhle (adviseur evangelisch-lutherse synode) stelde hij dat het hebben van een voorganger niet zozeer een recht is van een gemeente, maar een plicht van de kerk.”

Ds. T. J. Oldenhuis (Evangelisch-altreformierte Kirche) verwees naar een oude regeling waarin predikanten uit de ring bij toerbeurt voorgingen in vacante gemeenten. „Kan die niet weer worden ingevoerd?”

Kerngemeenten

De discussie over de invulling van de nieuwe vormen van kerk-zijn die doorgroeien tot kerngemeenten, was een van de redenen voor een bezinning op de ambtsvisie van de Protestantse Kerk. De vaststelling van het beleidskader voor kerngemeenten staat vrijdag op de agenda. De synodeleden spraken donderdagmiddag in groepjes al wel door over de positie van kleine gemeenten en ook in die gesprekken kwamen vragen rondom het ambt aan de orde.

Een ander onderwerp waarover de synodeleden in de middagvergadering spraken, was de tussentijdse rapportage ”Werkzaam vermogen”. Daarin gaat het over de vermogens van lokale gemeenten binnen de Protestantse Kerk. Een vraag die centraal staat, is of dat geld niet beter kan worden geïnvesteerd in plaats van op een bankrekening te blijven staan. Het zou gaan om flinke bedragen; het vermogen van de drie noordelijke provincies zou ongeveer 150 miljoen euro bedragen, bleek in 2015.

De besluitvorming over dit onderwerp staat gepland in 2020.