Prof. Herman Noordegraaf: „Arme heeft als mens recht op hulp”

Diaconaal
Herman Noordegraaf. beeld PThU

Diaconaat heeft waarde in zichzelf. Je helpt de arme niet omdat je hem aardig vindt, maar omdat hij récht heeft op hulp, zegt prof. dr. Herman Noordegraaf, tot voor kort hoogleraar diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. „Armoede tast de waardigheid van de mens als beelddrager van God aan.”

Kern van diaconaat is barmhartigheid en gerechtigheid, zo vat prof. Noordegraaf samen. „Zoals God omziet naar mensen, zo zijn wij geroepen om te zien naar de medemens. God is innerlijk betrokken op de mens in nood.”

Prof. Noordegraaf ziet dat al bij het volk Israël, waar diaconaat altijd gekoppeld is aan de politieke en sociale aspecten van het leven. „Het Oude Testament behoort tot de oudste sociale wetgeving in de wereld. Diaconaat is daar een publieke zaak, het uitoefenen van een door God gegeven recht, gericht op de wees, de weduwe en de vreemdeling. Recht is geen gunst. Je helpt een mens in nood niet omdat je hem aardig vindt, maar omdat hij recht heeft op het ontvangen van steun. De ander is immers beelddrager van God. Onze hulp aan hem hangt niet af van onze beslissing.”

Diaconaat is daarom ook meer dan hulpverlening. Prof. Noordegraaf: „Het is in de eerste plaats het aangaan van een relatie met de ander in nood. Er is sprake van een relatie in wederkerigheid en gelijkheid. Diaconaat beoefen je mét mensen in plaats van vóór mensen. Dat voorkomt een vernederende afhankelijkheid. Je moet naar de ander luisteren in plaats van hem eenzijdig bepaalde voorwaarden opleggen op grond waarvan je hulp verleent.”

U benadrukt in diverse publicaties dat diaconaat de taak is van de gehele kerk en niet van een vrijgestelde groep diakenen.

„Zeker, het is vooral Calvijn geweest die in de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme de diaken een volwaardige plaats heeft gegeven binnen de gehele kerkelijke organisatie, op alle niveaus. De taak van de diaken is gelijkwaardig aan die van de ouderling en predikant. Dat voorkomt de gedachte dat de diaken er een beetje bijhangt als het laagste ambt. Calvijn keerde zich tegen de diaken als assistent van de priester. Diaconaat is volgens hem sociaal gericht en ziet op de verantwoordelijkheid voor elkaar binnen de kerk en voor mensen in nood buiten de kerk. In Genève was er veel aandacht voor de arme en vluchteling.”

De aandacht voor de arme is een wezenlijke taak in het kerk-zijn, aldus prof. Noordegraaf. „Dat heeft zijn weerslag op de gehele kerkelijke structuur. Uiteindelijk is diaconaat verankerd in het avondmaal en laat zij iets van de gemeente als tafelgemeenschap zien. Dat was ook zo in de vroegchristelijke gemeente: men vormde een nieuwe gemeenschap waarin iedereen principieel gelijkwaardig was. Op grond van het Bijbels getuigenis van het Oude en Nieuwe Testament en ook van de vroegchristelijke kerk is aandacht voor het diaconaat normatief voor het kerk-zijn.”

U constateert soms dat diaconaat er een beetje bij hangt.

„Formeel niet, omdat diaconaat in de kerkordes van diverse kerken in het gereformeerd protestantisme is opgenomen. Het college van diakenen heeft een eigen rechtspersoonlijkheid: geld voor de armen moet daarvoor bestemd blijven. De praktijk is echter dat diaconaat te weinig een integraal onderdeel is van de gehele kerk. Diaconaat is de roeping van de gehéle gemeente en ziet op de bewustwording van de vele noden die er zijn in de kerk en in de wereld. Met wereld bedoel ik de samenleving buiten de kerk. Dat kan iemand zijn die om de hoek woont en niet-kerkelijk is. Want ook die is immers beelddrager van God.”

Het is volgens prof. Noordegraaf erg belangrijk dat het diaconaat door de eredienst en het avondmaal wordt gevoed en de gerichtheid naar buiten kent door de wereld letterlijk binnen het bereik van de kerk te brengen. „Dat zou ook in de voorbeden tot uitdrukking moeten komen. Bidden we behalve voor de eigen kerkleden ook voor mensen die de voedselbank of het inloophuis bezoeken?”

Hoe erg is armoede in kerk en samenleving?

„Heel erg, want armoede leidt tot sociale uitsluiting. Je kunt niet meer volwaardig deelnemen aan de samenleving omdat je elke maand te weinig hebt om rond te komen. Cijfers laten zien dat zo’n acht procent van de bevolking in Nederland aan armoede lijdt. Ik ben betrokken geweest bij heel wat armoedeonderzoeken en dan blijkt dat er veel stille armoede is, waar gelukkig door kerken veel aan gedaan wordt. Tachtig procent van de lokale kerken is betrokken bij materiële hulpverlening, voedselbanken of de schuldhulpverlening. Veel vrijwilligers komen ook uit kerken en geven op deze manier de diaconale roeping gestalte.”

Een ingewikkelde zaak is de verhouding tussen Woord en daad. In hoeverre mag het getuigend element een rol spelen bij de hulp aan de naaste?

„Diaconaat heeft waarde in zichzelf. De barmhartige Samaritaan hielp zijn naaste zonder te kijken wat zijn achtergrond was. Ik ben zelf terughoudend om diaconaat te koppelen aan Woordverkondiging omdat je de ander moet helpen als beelddrager van God. Je blijft hem trouw en geeft hem niet op, in welke situatie hij ook verkeert. Woordverkondiging kan wel een rol spelen in bijvoorbeeld inloophuizen, waar je met mensen optrekt. In een meer langdurige relatie kunnen zingevingsvragen en daarmee ook geloofsvragen aan de orde komen.”

Sommige christenen zeggen: armen zijn er altijd en zo heeft God het immers gewild.

„Dat is niet volgens de Bijbel. Jezus zegt wel: de armen zijn altijd bij u, maar dat is geen oproep tot berusting. Heel de sociale wetgeving van het Oude Testament is erop gericht om armoede zoveel mogelijk terug te dringen, zodat mensen weer volwaardig kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven en de godsdienstige feesten. De schuldeiser knijpt de keel van de ander dicht, maar degenen die diaconaat betracht gebruikt de handen om te geven en de ander uit het moeras te trekken.”

De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter, ook wereldwijd, zo constateert prof. Noordegraaf. „Armoede stelt daarom de vraag aan de rijken hoe zij aan hun geld zijn gekomen en hoe ze ermee omgaan. Als dat ten koste gaat van de ander, dan geeft dat te denken. De kwestie van rijk en arm roept de algemene vraag op hoe de samenleving omgaat met geld en goederen.”

U doceerde enkele decennia diaconaat. Wat is er in die tijd vooral veranderd?

„Ik denk vooral aan de sterke ontwikkeling van het werelddiaconaat, de diaconale hulp over de grenzen heen. Verder zien ik een toenemende versobering van de verzorgingsstaat. Door decentralisatie heeft de burgerlijke gemeente meer beleidsverantwoordelijkheid gekregen. Dankzij de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wmo, hebben kerken ook meer inzicht gekregen in wat ze aan elkaar hebben. De diaconale samenwerking is versterkt. Dat heeft ook het publieke getuigenis van de kerken in de lokale samenleving een duidelijk gezicht gegeven.”

Prof. dr. Herman Noordegraaf

Prof. dr. Herman Noordegraaf (1951) was tot 1 september 2016 universitair docent diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), vestiging Amsterdam. Tot 1 maart dit jaar was hij bijzonder hoogleraar diaconaat aan de PThU (vestiging Groningen), gefinancierd door de Stichting Rotterdam, een diaconaal fonds. Op 11 juni is er een afscheidssymposium in Amsterdam, waar onder anderen Erik Borgman, Paula Irik en René de Reuver het woord voeren.

Noordegraaf was mederedacteur en medeschrijver van drie diaconale handboeken: ”Barmhartigheid en gerechtigheid” (2004), ”Diaconie in beweging” (2011) en ”Diaconaal doen doordacht” (2018). Verder publiceerde hij onder meer ”Kerk en Wmo. Terugblik en perspectief” (2012), ”Zorgzame kerk. Kerkzijn in een participatiesamenleving” (2015 en 2016) en ”Bouwen aan diaconaat in Amsterdam” (2018).

Noordegraaf is onder meer voorzitter van de ”Diaconale Studiekring”, bestuurslid van de internationale vereniging van diaconiewetenschappers, redactielid van het internationale wetenschappelijk tijdschrift ”Diaconia” en lid van de raad van advies voor de Interdiaconale academie voor Midden- en Oost-Europa.