Prof. Harinck: Prof Douma zorgde voor een brede blik in de GKV

Presentatie autobiografie prof. Douma. beeld RD

De autobiografie ”Onderweg” van prof. dr. J. Douma is zaterdag in Hardenberg gepresenteerd. „Door prof. Douma zijn de vrijgemaakten weer gewone gereformeerden geworden, die midden in de wereld staan en een open oog hebben voor christenen in andere kerken”, betoogde prof. dr. George Harink.

De historicus, die hoogleraar is aan de Theologische Universiteit Kampen (TUK) noemde Douma’s dissertatie over de algemene genade bij Calvijn, Kuyper en Schilder in 1966 niet alleen een wending in zijn leven, maar ook in dat van de vrijgemaakten. „De cultuuropdracht was onderweg van Kuyper naar Schilder van een lust tot een last geworden. Douma’s dissertatie deed mij inzien dat de gereformeerde overtuiging van Schilder in de loop der tijden van karakter en inhoud was veranderd.”

Dr. Kars Veling, oud-collega uit Kampen, typeerde Douma als een voorbeeld van een academicus die zelfstandig positie koos en loyaal aansluiting zocht bij de traditie, „maar zeker niet volgens de gebaande wegen. De manier waarop Douma de Bijbel ter sprake bracht was helder, maar ook weer complex. De Bijbel gaf volgens hem richting, maar kon ook worden overvraagd. Bij Douma was er een gelovige, tastende en zoekende wijze van benaderen van kwesties. Hij bestreed het biblicisme. Hij gaf aanzet tot bezinning op het Schriftgezag, waarbij gehoorzaamheid aan Schrift en confessie niet verward mag worden met conservatisme.”

Prof. Douma memoreerde in zijn lezing zijn overstap van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) naar de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) in 2014. Als motieven daarvoor noemde hij de acceptatie van homoseksualiteit in het kerkverband, de roep om vrouwelijke ambtsdragers en de leger wordende kerkdiensten in de middag. Hij vroeg zich af wat voor „onoverkomenlijke” hindernissen er nog zijn om ook met de Protestantse Kerk in Nederland één te worden.

Grondslag

Douma en zijn vrouw hebben al vijf jaar ervaren dat de GKN gereformeerde kerk wil blijven op „de aloude grondslag”, dat wil zeggen de Drie Formulieren van Enigheid. „En dat met een bescheiden opstelling. Dat betekent: laten we ons niet uitputten in kritiek op anderen, maar rustig streven naar een samenleven binnen een gereformeerde kerkgemeenschap die gelooft dat ze opgenomen is in de heilige en algemene kerk van Jezus Christus.”

Die open blik kenmerkte Douma naar eigen zeggen al eerder, in zijn tijd als voorzitter van de VBOK (de tegenwoordige stichting Siriz). „Geregeld werd ik verrast contacten te kunnen leggen met mensen buiten mijn kerk, die toch ook hun geloof in God lieten spreken. Ik heb met kracht het kerkisme bestreden.”

Ds. René van der Wolf, predikant van de GKN te Hardenberg, noemde de stap van Douma naar de GKN er een „met vergaande gevolgen” voor het echtpaar. „Jullie hebben geleden en lijden in feite nog. Niet alleen principieel, maar ook sociaal vanwege het isolement dat voor jullie als verscheurend aanvoelt. Je hebt altijd de gemeenschap gezocht met vrienden en opponenten.”

Ds. Van der Wolf vindt dat de autobiografie te weinig spreekt over de ontwikkeling van de Kamper hogeschool naar universiteit en de plaats van de theologie in het geheel van de wetenschap. „Is het object van de theologische wetenschap niet van de openbaring Gods naar de kerk en haar praxis verschoven?”