Prof. Bernhard Reitsma: Voor de moslims als moslim zijn

Prof. Reitsma. beeld RD, Anton Dommerholt

Acht jaar woonde prof. dr. Bernhard Reitsma in Libanon. Hij stuitte er op vreemde tegenstrijdigheden. Moslims toonden ontzag voor mensen die in God geloven. Als predikant werd hij met meer respect behandeld dan hij ooit in het Westen had meegemaakt. Tegelijk werden lokale christenen soms vervolgd. Deze verwarring houdt prof. Reitsma tot op heden bezig. „Blijkbaar is de islam niet zo simpel te duiden als ik dacht toen ik uit Nederland vertrok.”

In 1998 verhuisde Reitsma met zijn vrouw en twee kinderen naar het Midden-Oosten. Hij ging lesgeven aan de Near East School of Theology in Beiroet en trok op met studenten in een studentenbeweging, de Lebanon Intervarsity Fellowship.

Het wonen in Libanon heeft het leven van Reitsma veranderd. „Allereerst viel mij op dat de islam zo enorm veel uitingen kent: van extreme moslims die geweld niet schuwen tot moslims die kaarsjes branden voor Maria en Jezus. Daarnaast ontdekte ik tot mijn schok dat het christendom onder moslims negatief bekendstaat. Christenen zien zij als mensen die drie goden aanbidden en er bovendien een goddeloze moraal op nahouden. Verder raakte het mij dat de kerk als minderheid in een isolement leeft en eigenlijk geen boodschap heeft voor moslims.”

In 2005 kwam Reitsma weer naar Nederland. In eigen land ziet hij parallellen met Libanon. Ook hier is de kerk een minderheid geworden die staande moet zien te blijven. De relatie tussen christenen en moslims wordt over en weer gekenmerkt door karikaturen. Discussies over de islam beperken zich vaak tot de dreiging die van deze godsdienst uitgaat. Theologische reflectie is er nauwelijks.

In zijn boek ”Kwetsbare liefde” (uitg. Boekencentrum) zoekt prof. Reitsma een antwoord op de vraag wat de komst van God in Jezus Christus door de Heilige Geest betekent voor de ontmoeting van christenen en moslims. „Die ontmoeting is een testcase voor de christelijke gemeente, waarin moet blijken of wij in ons spreken en handelen werkelijk recht doen aan wie God is.”

Uw boek heet ”Kwetsbare liefde”.

„De titel verwijst naar de kern van het Evangelie: uit liefde kwam Jezus Christus naar de wereld. Hij legde Zijn leven af voor vijanden. Christenen moeten zich ook zo opstellen richting andere mensen, moslims incluis. Kwetsbaar betekent dat je de ander de ruimte laat om jou te kwetsen, te beschadigen of belachelijk te maken. Liefde houdt in dat je jezelf weggeeft, zelfs als je een extremistische moslim voor je hebt. Kwetsbare liefde is onvoorwaardelijk.”

Starheid

Dat lijkt heel wat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Prof. Reitsma schrijft in zijn maandelijkse column in het Nederlands Dagblad dat hij het verschijnen van zijn boek spannend vindt, omdat de islam een beladen thema is. Als auteur kun je het eigenlijk nooit helemaal goed doen. Sommigen, verwacht de hoogleraar, zullen het boek te positief vinden en hem verwijten onvoldoende oog te hebben voor het kwade in de islam en de invloed van de boze. Anderen daarentegen zullen hem betichten van starheid en exclusivisme, want prof. Reitsma huldigt de opvatting dat alleen Christus laat zien Wie God de Vader is.

Wat zou u tegen beide groepen mensen willen zeggen?

„Tegen degenen die mij te soft vinden: Christus is niet gekomen voor mensen die op Hem zaten te wachten. Daarom moet een christen bereid zijn het echte leven te delen met mensen die op een andere golflengte zitten. En wat de invloed van de boze betreft: die manifesteert zich overal, niet alleen in de islam. De een weigert voor Christus te buigen door zich te verschuilen achter bepaalde ogenschijnlijk rechtzinnige christelijke leerstellingen, terwijl de ander bij Christus vandaan blijft door op te gaan in de moderne Nederlandse cultuur en bijbehorend consumentisme. Het maakt de duivel niet uit welke leugen mensen geloven.

Tegen hen die mij exclusivisme verwijten: om Christus draait alles. Ik kan niet om Hem heen zonder mijn identiteit te verloochenen. Toch hoeft dat de verbinding met moslims niet in de weg te staan. Je kunt pas met anderen een relatie aangaan als je zelf een eigen persoonlijkheid hebt.”

Veel orthodoxe christenen benadrukken dat God en Allah niet dezelfde zijn.

„Een christen belijdt dat er maar één God is. Moslims kúnnen dus geen andere God dienen. Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Moslims denken fundamenteel anders over God. In het spreken over Hem gebruiken christenen én moslims beelden. God is bijvoorbeeld de Schepper, Iemand die Zijn wet aan mensen heeft gegeven en op de oordeelsdag rekenschap eist. Hoewel op genoemde punten christenen en moslims overeenstemmen, verschillen ze op andere onderdelen, soms zodanig dat ik me afvraag of we het nog wel over dezelfde God hebben. Er zijn voldoende overeenkomsten om hetzelfde woord God te gebruiken, maar het grote breekpunt is het antwoord op de vraag of Jezus Christus het wezen van God openbaart of niet.

Overigens spreek ik van de God van de Bijbel en de God van de islamitische traditie, omdat Allah het Arabische woord voor God is.”

De „God van de Turken” is niemand minder dan de duivel, stelde Luther. Met andere woorden: moslims dienen een afgod.

„Het eerste gaat mij net een stap te ver. Voor moslims is dit bovendien een gruwelijke gedachte, want ook zij geloven in het bestaan van de satan. Liever zeg ik dat moslims hun doel missen omdat ze Christus niet volgen. Hoewel ze tot God bidden, hebben ze geen goed beeld van Hem.”

U beschouwt geloofservaringen van moslims als „ervaring van God, door zijn Heilige Geest.” Wat bedoelt u daarmee?

„God maakt Zich door Zijn Geest kenbaar in Zijn schepping, en dat merken mensen. Religieuze ervaringen zijn reacties op het werken van God. Moslims ervaren dat hun gebeden worden verhoord en maken genezingen en andere wonderen mee. Luther vreesde dat christenen hierdoor geïmponeerd zouden raken en zo in de verleiding konden komen om zich tot de islam te bekeren. Toch zeg ik ook meer, want die ervaringen sporen niet zonder meer met Gods scheppingsbedoelingen. Dat gebeurt alleen wanneer moslims God erkennen, zoals Hij Zich in Jezus Christus door de Geest ten volle heeft geopenbaard. Dan treffen die ervaringen doel.”

De reformatoren zagen de islam als een oordeel van God over het ongehoorzame christendom.

„Ik wijs deze opvatting niet per se af, maar pleit voor voorzichtigheid. Als je zegt dat christenen in Irak en Syrië lijden onder de islam als oordeel van God, waarom blijven wij dan buiten schot? Hebben wij dat oordeel niet net zo goed verdiend en maak je daarmee hun lijden niet onrechtvaardig zwaar?

Ik denk dat de islam een instrument is waar God gebruik van maakt om ons te prikkelen. De islam schudt ons op, haalt ons uit onze comfortzone en stimuleert tot nadenken over wie wij zijn.

Verder is de wereld overspoeld met zendelingen, maar de islamitische wereld kwam er altijd bekaaid van af. Misschien heeft God de moslims wel naar Europa gestuurd om hen in aanraking te brengen met het Evangelie.”

Eén hoofdstuk gaat over de kerk, Israël en de islam. „Dat God de God van Israël is, ligt in het Midden-Oosten gevoelig”, schrijft prof. Reitsma. „Omdat ‘Israël’ automatisch geassocieerd of zelfs geïdentificeerd wordt met de staat Israël, de economische, politieke en militaire macht. De God van Israël is de God van de vijand.” De bijzonder hoogleraar bekent kleur als hij schrijft dat hij zich „niet onopgeefbaar religieus verbonden weet met de staat Israël.”

De Israëlliefde onder veel christenen mag wat u betreft wel een tandje minder?

„Ik vind de staat Israël prima, maar zie die als een menselijke uitvinding. Als je daar een religieuze dimensie aan toekent, vind ik dat je verder gaat dan wat de Bijbel erover zegt. Omdat het uiteindelijk gaat om het Koninkrijk van God, is rechtvaardigheid een belangrijker principe dan liefde voor de staat Israël. Liever dan partij te kiezen in het conflict in het Midden-Oosten zou de kerk zich moeten richten op de verzoening van hen die als ”onverzoenlijk” te boek staan. Als de barmhartige Samaritaan is zij geroepen de slachtoffers van ongerechtigheid te verzorgen, ongeacht of het gaat om Joden, moslims of christen. De liefde voor Israël hoeft wat mij betreft niet minder. Maar de liefde voor de wereld, voor moslims, mag wel een tandje meer.”

Wat zou u predikanten en kerkenraden willen adviseren ten aanzien van de omgang van de kerk met de islam?

„Wij denken al te gemakkelijk te weten wat en hoe moslims precies geloven. Daarmee gaan we voorbij aan hun onderlinge diversiteit. Probeer als kerk je vooroordelen te parkeren als je het gesprek zoekt met moslims en vraag hen zelf te definiëren wat ze precies geloven. Vanuit die ontmoeting kan vervolgens nagedacht worden over hoe het Evangelie op een goede manier gedeeld kan worden. Ten slotte moet er worden nagegaan of we niet onbewust struikelblokken hebben opgeworpen die moslims kunnen belemmeren om de echte Christus te leren kennen. Daarmee zeg ik niet dat we water bij de wijn moeten doen. Maar net zoals Paulus voor de Joden als een Jood kon worden, moet de gemeente van Christus voor de moslims als moslim kunnen zijn.”

Prof. dr. Bernhard Reitsma

Bernhard Johannes Gerhardus Reitsma wordt geboren op 13 augustus 1965 te Amersfoort. Van 1983 tot en met 1991 studeert hij theologie in Kampen, Apeldoorn en Utrecht. In 1997 promoveert hij aan de Universiteit Leiden op het proefschrift ”Geest en schepping. Een bijbels-theologische bijdrage aan de systematische doordenking van de verhouding van de Geest van God en de geschapen werkelijkheid”. Na het voltooien van de zendingsopleiding aan het Hendrik Kraemer Instituut in 1998 wordt hij namens de Gereformeerde Zendingsbond als zendingspredikant uitgezonden naar Libanon. Van 2005 tot 2009 werkte hij bij Open Doors International. Sinds 2007 is Reitsma bijzonder hoogleraar kerk in de context van de islam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Tevens is hij sinds 2009 docent bij de academie Theologie aan de Christelijke Hogeschool te Ede. Hij is predikant met een bijzondere opdracht. De hoogleraar schreef onder meer de nota ”Integriteit en respect”, een door de Protestantse Kerk in Nederland unaniem aangenomen theologische visie op de relatie tussen christenen en moslims. Reitsma is gehuwd, heeft vier kinderen en woont in Ermelo.

Lees ook in Digibron

„Manier van Bijbellezen bepaalt de houding van christenen tegenover moslims” (Reformatorisch Dagblad, 01-03-2017)

Een christen heeft niet zo vaak islamitische buren (Reformatorisch Dagblad, 19-11-2014)

„Islam daagt christen uit” Dr. Reitsma aanvaardt ambt als bijzonder hoogleraar aan VU (Reformatorisch Dagblad, 27-06-2008)

Dr. B. J. G. Reitsma wordt bijzonder hoogleraar aan VU (Reformatorisch Dagblad, 08-08-2007)

GZB zendt fam. Reitsma uit naar Libanon (Reformatorisch Dagblad, 05-01-1998)