Predikanten ruilen wordt makkelijker binnen NGK

Landelijke vergadering NGK 2016
De landelijke vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken. beeld RD

Het wordt makkelijker om predikanten binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) van standplaats te laten ruilen. Daarmee moeten problemen voorkomen worden die kunnen ontstaan wanneer predikanten langere tijd een gemeente dienen.

Dat besloot de landelijke vergadering van de NGK zaterdag in Nunspeet.

Binnen de NGK zijn de afgelopen jaren relatief veel predikanten losgemaakt van hun gemeente, zo illustreerde woordvoerder Harry Lakerveld van de vertrouwens- en adviescommissie (VAC) van de NGK. Die commissie wordt ingeschakeld als er problemen zijn tussen kerkenraad en predikant of tussen een van deze partijen en een gemeente. De VAC zet daarom in op preventie.

Een van de voorstellen van de VAC die de vergadering overnam, is het invoeren van een protocol voor het ruilen van predikanten tussen standplaatsen. Dat voorziet er in dat de commissie aan de hand van een stappenplan vertrouwelijk met predikanten en kerkenraden kan praten over dit onderwerp.

Woordvoerder Lakerveld stelde dat de meeste problemen tussen predikant en gemeente ontstaan op het moment dat een predikant langer dan 7 tot 10 jaar een gemeente dient en de voorganger ouder is dan 50 jaar. „Meestal ontstaan discussies over de prediking, vaak ook over het pastoraat. Als een predikant na verloop van tijd verkast naar een andere gemeente, wordt voorkomen dat de problemen de pan uit rijzen.”

Een ander probleem waar gemeenten in de NGK mee kampen, is dat er minder loyaliteit is van gemeenteleden richting predikanten. Volgens Lakerveld heeft dat mede te maken met de instroom van nieuwe leden van buiten de NGK. Bovendien volgen lang niet alle kerken eerder uitgebrachte adviezen van de VAC op, zoals bijvoorbeeld om een jaarlijks evaluatiegesprek te houden met een predikant. „Ik moet constateren dat de gezamenlijke kerken zich niet verantwoordelijk voelen voor poule van predikanten. En predikanten voelen geen verantwoordelijkheid voor elkaar.”

Lakerveld stelde dat er losgemaakte predikanten in de NGK zijn die ten onrechte geen beroep meer ontvangen. Dat iemand in de ene gemeente is vastgelopen, betekent niet dat hij elders niet met zegen zou kunnen dienen, zo stelde hij. „Wanneer een predikant na zijn losmaking weer beroepbaar is gesteld, kun je ervan uitgaan dat je hem rustig kunt beroepen.”

De VAC praat op informeel niveau met vertegenwoordigers uit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken over de situatie van geringe mobiliteit binnen het predikantencorps. In de GKV kwam het twee jaar geleden voor het eerst tot een ruiling van predikanten nadat vooraf in vertrouwelijke gesprekken de opties hiervoor waren afgetast.