Predikant zoekt nieuwe wegen om werk te doen

Kerk en corona
Ds. G. J. Baan. beeld RD
5

Catechisaties gaan niet door, bezoekjes vervallen en vergaderingen zijn afgelast. Het werk van predikanten is sterk veranderd in crisistijd. De vraag naar pastoraat en geestelijk onderwijs is echter minstens zo groot als voorheen. Vier voorgangers over hun ervaringen.

Hoewel zijn agenda door de overheidsmaatregelen helemaal op de kop ging, is het er voor ds. G. J. Baan niet rustiger op geworden. „Het lijkt eerder alsof ik het nooit zo druk heb gehad als nu.” Voor de activiteiten die wegvallen zoals het bezoekwerk en catechisaties komen andere dingen in de plaats. Zo vindt het pastoraat grotendeels via de mail en telefoon plaats.

De predikant van de gereformeerde gemeente te Rotterdam-Zuidwijk probeert zich in zijn werk op verschillende manieren aan te passen aan de nieuwe situatie. „In de prediking besteed ik er ruime aandacht aan. Niet met een coronapreek, maar wel door in iedere preek en in het gebed de toepassing te maken naar de tijd waarin we leven.”

Wekelijks probeert ds. Baan zo’n twintig personen telefonisch te benaderen. „Dat gaat bijvoorbeeld om ouderen en mensen in pastorale of psychische nood. Daarnaast benader ik de komende weken in het bijzonder twee doelgroepen in de gemeente: de zzp-ers en de verzorgenden.”

De predikant mist het non-verbale contact in de telefoongesprekken. Tegelijk ziet hij ook een voordeel. „Soms ervaar ik in een gesprek dat mensen vrijer zijn in het spreken als ze geen gezicht voor zich zien.” Heel bewust sluit ds. Baan pastorale telefoontjes meestal af met Schriftlezing en gebed. „Dat zie ik als wezenlijk onderdeel van het pastorale gesprek.”

De kerkenraad stuurt wekelijks een nieuwsbrief naar de gemeente. Om de week sluit de predikant zich daarbij aan met een pastorale brief, gericht op zes verschillende doelgroepen in de gemeente. „Ik schrijf een brief voor de hele gemeente, voor jonge kinderen, voor oudere jeugd, voor zzp-ers, voor de ouderen en voor het verzorgend personeel.”

Het werk van predikanten is sterk veranderd. beeld RD, Anton Dommerholt

In het leidinggeven aan de gemeente laat de kerkenraad zich al sinds een vroeg stadium informeren door een coronaviruscommissie, met medici en psychologen. „Daar hebben wij veel vertrouwen in; wij laten ons blindelings leiden door hun adviezen.”

Een deel van de weektaak van ds. Baan is het project ”Hoop met Bach”. Iedere dinsdagavond gedurende de crisistijd verzorgt de predikant een live-uitzending via YouTube waarbij hij een cantate van Bach „muzikaal en theologisch” bespreekt. Het initiatief geeft hem voldoening. „Het is prachtig om te doen. Aanvankelijk was het vooral bedoeld als pastoraat binnen onze eigen gemeente. Maar ik merk uit de vele reacties dat het veel breder wordt bekeken, ook door mensen die niet kerkelijk zijn. Ik hoop dat het een middel in Gods hand is: om vanuit Zijn Woord troost en hoop te bieden of om mensen voor het eerst tot de Heere te brengen.”

Gewicht

„In het predikantschap voel je het gewicht van de tijd”, ervaart dr. C. M. A. van Ekris, programmaleider Areopagus bij de IZB. De predikant merkt dat de druk van deze tijd niet alleen logistiek van aard is. „Je moet je nieuwe digitale vormen eigen maken, qua vergaderen, catechese, pastoraat en eredienst. Verder thuis de logistiek zo organiseren dat je zowel je verantwoordelijkheid neemt, vaak voor kinderen en ouders, als voor de gemeente. Dat alles kost al enorm veel energie.”

De predikant ziet echter nog een andere druk: „Het gewicht van de vragen die leven. Dat geldt alleen al pastoraal: het is hartverscheurend te zien hoe mensen op corona-afdelingen alleen liggen en alleen sterven, en hoe nabestaanden zelf in quarantaine moeten en op zichzelf teruggeworpen worden. En daardoorheen speelt de vraag naar wat er gaande is. Dat is ook de vraag van de prediking, de kernvraag van het predikantschap. Hoe in deze context over Hem te spreken? Tot welke inkeer worden wij geroepen? Hoe spreek je in deze tijd van de grauwe dood zo over Hem, dat verzoening en opstanding werkelijkheden zijn, net als het appel tot inkeer en boetedoening? Voor predikanten is het verre van rustig. Het is een tijd die juist alles op scherp zet.”

Dr. Kees van Ekris. beeld IZB

Zorg

Ds. IJ. R. Bijl, predikant van de hersteld hervormde gemeente in Vriezenveen, heeft in deze periode meer tijd om voor zijn vader te zorgen. „Hij verblijft momenteel bij ons thuis en is hard ziek. Hij heeft last van hartfalen en een longontsteking. Doordat ik nu meer thuis ben, kan ik mijn zus helpen in de zorg voor mijn vader.”

In zijn agenda zijn gaten gevallen doordat contactmiddagen, de lidmatenkring, huisbezoeken en vergaderingen zijn afgelast. Anderzijds gaan er ook veel dingen wel door. „De belijdeniscatechisanten krijgen het materiaal digitaal aangeleverd. Zo nodig kunnen ze ook digitaal een vraag stellen. Huisbezoeken aan ernstig zieken en aan iemand die pas weduwnaar is geworden, probeer ik wel te brengen.”

Ds. IJ. R. Bijl. beeld Christiaan Zielman

Daarbij neemt hij de maatregelen van de overheid in acht. „Ik probeer mij ervan te vergewissen dat ik zelf niets heb wat ik over kan brengen en vraag het ook telefonisch aan de mensen of ze geen klachten hebben. Het is vreemd om mensen geen hand te geven en anderhalve meter afstand te houden. Maar het Woord mag wel opengaan.”

De huidige situatie geeft meer diepgang aan de gesprekken, ervaart de predikant. „Juist aan die gesprekken beleef ik vreugde. Deze tijden hoeven niet de slechtste tijden te zijn.”

Ook probeert hij telefonisch contact te houden met zijn gemeenteleden. „Ik bel mensen op die de deur niet uit mogen. Soms zijn ze ontroerd dat ze nog niet vergeten zijn.”

Aangrijpend vindt hij de gevolgen van de coronamaatregelen voor jonge mensen die hoopten te trouwen. „Stellen maken verschillende keuzes. Sommigen annuleren hun huwelijksdienst en plannen die een aantal maanden later, anderen laten de huwelijksbevestiging toch doorgang vinden in zeer kleine kring.”

Het belangrijkste vindt hij dat de prediking van het Woord doorgang heeft. Dat gebeurt nu voornamelijk online. „De eerste dienst die ik voor lege banken preekte, viel mij niet gemakkelijk, maar het is van belang dat juist in deze omstandigheden de gemeente niet van het Woord verstoken is. Daarom houd ik nu wekelijks een extra Bijbellezing of meditatie voor kerkradio en internet.”

Fietsen

Ds. D. van Luttikhuizen heeft wat meer tijd voor ontspanning gekregen. „Mijn vrouw en ik kunnen samen een stukje gaan fietsen. Dat ervaren we als een zegen.” De predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Dordrecht-Centrum is verbonden aan de wijkgemeente Rehobôth in Gent. Hij vertelt hoe het kerkelijk leven in de Vlaamse stad abrupt tot stilstand kwam. „Zaterdag 14 maart werd bevestigd dat er geen kerkdiensten meer gehouden mochten worden. De volgende dag zou ik een ruildienst hebben met ds. A. D. Fokkema uit Kerkwerve. In gebouw Rehobôth, waar we samenkomen, is alles gebleven zoals het was. Het psalmbord, de liturgieën, een brief met mededelingen. Mijn vrouw heeft alleen de koffiemelk weggehaald en de plantjes water gegeven.”

Die zaterdag deed de predikant zelf –letterlijk– de deur van de evangelisatiepost dicht. Maar volgens hem wel in het besef dat Christus aan Zijn gemeente schrijft: „Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten.”

Ds. D. van Luttikhuizen. beeld RD, Henk Visscher

Ds. Van Luttikhuizen geeft aan dat er rond de evangelisatiepost nog genoeg werk is om te doen. „De vrijwilligers hebben we afgebeld. We hebben de tuin aangepakt. De bomen en struiken zijn gesnoeid en de straat is schoongemaakt met de hogedrukspuit. Ons contactblad ”De Evangelist” is bijna gereed.”

De predikant heeft niet het gevoel dat hij pastoraal tekort schiet. „Nee, we hebben nu op een andere manier contact met gemeenteleden. We sturen wekelijks een nieuwsbrief waarin een stukje Bijbelstudie is opgenomen en we bijzonderheden vermelden. Via de telefoon onderhouden mijn vrouw en ik de contacten met onze leden en bezoekers.”

Ds. Van Luttikhuizen ervaart wel zorgen nu het virus dichterbij komt. „Als mijn vrouw en ik naar het verleden kijken, hebben we moeten leren dat de dood ieder uur wenkt. Het coronavirus is ernstig, maar God staat daarboven. Het loopt Hem niet uit de hand. Onze zorg moet zijn of we in Christus geborgen zijn. Hij ging de dood in, vrijwillig, om zondaren zalig te maken. Hij stierf plaatsvervangend. Niet door een virus, maar aan het hout. En Hij overwon.”