Predikant m/v?

De cantorij van de Theologische Universiteit Kampen tijdens de jaarlijkse Schooldag, in 2010. De universiteit, traditioneel de predikantenopleiding van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV), kent diverse vrouwelijke studenten. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
3

De discussie over de vrouw in het ambt dringt de gereformeerde gezindte binnen. In enkele Gereformeerde Bondsgemeenten dienen vrouwelijke ambtsdragers. Volgende maand vergadert de gereformeerd-vrijgemaakte synode opnieuw over de vrouw in het ambt. Welke argumenten hanteren voor- en tegenstanders?

Een langzame verschuiving van de acceptatie van de vrouw in het ambt, die begon in vrijzinnige kringen en opschuift richting de gereformeerde orthodoxie. Die beweging signaleert de hervormde predikant dr. W. M. Dekker uit Waddinxveen in een overzicht dat hij vorig jaar publiceerde op zijn website willemmaartendekker.com.

In het artikel concludeert hij dat er over het algemeen drie theologische denklijnen worden gevolgd bij de bestudering van het onderwerp ”vrouwelijke ambtsdragers”: De eerste is vanuit God de Vader en de schepping; de tweede vanuit Christus en de verzoening en de derde vanuit de Heilige Geest en Zijn gaven.

Voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt ondersteunen beiden hun stellingnames met Bijbelteksten, aldus dr. Dekker. „Voorstanders wijzen op Galaten 3:28, Romeinen 12 en 1 Korinthe 12. Daarnaast noemen ze voorbeelden van vrouwen die in de Bijbel een bijzondere taak vervullen: Debora, Mirjam, Hulda, de vrouwelijke getuigen van Jezus’ opstanding, Priscilla, Euodia en Syntyche, de dochters van Filippus, Febe en Junia.”

Tegenstanders beroepen zich in de regel op teksten uit Genesis 2 en 3, 1 Korinthe 11:7-9, 1 Korinthe 14:34-35, 1 Timotheüs 2:11-13, Efeze 5:22v, Kolossensen 3:18, Titus 2:5 en 1 Petrus 3:1. Veel belangrijker noemt dr. Dekker echter „de theologische grondstructuur” onder Bijbelpassages. De Schriftgedeelten die de vraag rond de vrouw in het ambt kunnen benaderen vanuit God de Vader en de schepping zijn volgens hem Genesis 2 en 3, 1 Korinthe 11:7-9, 1 Korinthe 14:34-35, 1 Timotheüs 2:11-13, Titus 2:5 en 1 Petrus 3:1. De teksten die het vraagstuk benaderen vanuit God de Zoon en de verlossing zijn Galaten 3:28, Kolossensen 3:18 en Efeze 5:22v. De benadering vanuit de Heilige Geest en de voleinding is gebaseerd op Romeinen 12 en 1 Korinthe 12.

Scheppingsorde

Dr. Dekker concludeert dat het denken vanuit God de Vader eeuwenlang domineert en nog steeds het perspectief is van tegenstanders van de vrouw in het ambt. De scheppingsorde vormt een belangrijke basis. Op grond daarvan hebben man en vrouw verschillende taken. De roeping van de vrouw ligt in het gezin. Dr. Dekker: „Vanuit de scheppingstheologische lijn lijkt de openstelling van het ambt voor vrouwen dus onmogelijk.”

Het christologisch perspectief gaat ervan uit dat Christus met Zijn dood en opstanding de scheppingsorde niet alleen bevestigt of herstelt, maar relativeert. De tekst uit Galaten 3, waarin Paulus schrijft dat in Christus noch man, noch vrouw is, is geen pleidooi voor gelijkheidsdenken. Toch zet Paulus de deur op een kier voor wat betreft veranderingen in de maatschappelijke orde, concludeert dr. Dekker. Zo pleit Paulus niet voor de afschaffing van slavernij, maar relativeert hij wel de rangorde meester-slaaf. Beiden hebben Christus als Heere. De christologische lijn biedt op dezelfde manier ruimte voor het relativeren van de man-vrouwverhouding.

In Efeze 5:22 wordt op grond van Gods openbaring in Christus, een vrijwillige onderschikking in liefde van zowel mannen als vrouwen geproclameerd ten opzichte van elkaar, aldus dr. Dekker. Deze passage maakt volgens hem „niet zomaar duidelijk dat vrouwen een ambt mogen bedienen. Anderzijds is ook hier duidelijk dat Paulus de bestaande hellenistische cultuur niet volgt, maar fundamenteel christologisch kritiseert.” Paulus’ instructies kunnen en moeten daarom aanleiding geven om opnieuw over de rol van de vrouw na te denken, aldus dr. Dekker. „Vanuit de christologische lijn is de vrouw in het ambt dus niet geboden, maar ook niet per definitie onmogelijk.”

Het derde perspectief is vanuit de Heilige Geest, Die Zijn genadegaven uitdeelt (1 Korinthe 12:11), waaronder profeteren, onderwijzen en leidinggeven (Romeinen 12:4-8). In deze zogeheten pneumatologische visie is volgens dr. Dekker „het geslacht niet van belang.” Dit geldt volgens hem vooral in de kerkelijke gemeente. Vanuit deze benadering is er vooral buiten de kerk ruimte voor het blijven denken vanuit de gegeven orde, „omdat de Geest heel anders in de wereld werkt dan in de kerk. Maar juist de kerk zou een voorhoede moeten zijn in het erkennen van de begaafdheid van de vrouw. Vanuit de pneumatologische lijn lijkt de openstelling van het ambt voor vrouwen dus geboden.”

Tegenovergestelde richtingen

Recente publicaties over de vrouw in het ambt wijzen verschillende richtingen uit. Studies uit de gereformeerd-vrijgemaakte hoek concluderen dat er theologisch gezien ruimte is voor het aanstellen van vrouwelijke ambtsdragers. De Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk publiceerde in 2012 een brochure waarin een tegenovergestelde conclusie wordt getrokken.

De schrijver van de brochure van de Gereformeerde Bond, dr. P. F. Bouter uit Bodegraven, stelt dat voor God man en vrouw gelijk zijn, maar dat het anders ligt voor wat betreft de onderlinge verhouding tussen man en vrouw. Beiden vervullen een eigen roeping, ook in de kerk, stelt hij. „De man is gesteld om de eerste, het hoofd te zijn. De vrouw is het gegeven hem aan te vullen en te steunen en in alles een diepgaande eenheid te vormen (Gen. 2).” De zondeval heeft de relatie met God én de man-vrouwrelatie verstoord, aldus dr. Bouter. „God houdt echter hun eigen roeping en verbondenheid staande.”

De predikant uit Bodegraven stelt dat op basis van het verlossingswerk van Christus in Mattheüs 19:1-12 aanknopingspunten worden gegeven voor „een terugkeer tot de oorspronkelijke bedoelingen van God in de schepping.” De mensen bevragen Jezus over de scheidbrief als mogelijkheid om een huwelijk te ontbinden. Deze geeft echter aan dat allen die bij Hem horen, worden teruggebracht tot de oorspronkelijke scheppingsorde. Daarmee opent zich volgens dr. Bouter ook een weg naar de terugkeer tot de eigen roeping die God man en vrouw in het paradijs gaf.

In de brochure van de Gereformeerde Bond komt naar voren dat er weliswaar heel wat vrouwen waren die Jezus volgden, maar dat geen van hen tot apostel werd verkozen. Het argument dat Jezus Zich hierbij aanpaste bij wat gebruikelijk was in de samenleving „kan echter nauwelijks serieus genomen worden, omdat de Heiland in Zijn optreden Zich niet aanpaste aan de omgeving, maar allen tot Zich riep voor verlossing en hen vervolgens richtte op de wil van God.”

Een kerk die geen vrouwen toelaat tot het ambt, gehoorzaamt daarmee volgens dr. Bouter aan „de heilige ordening van God die stamt uit het paradijs, die Christus door Zijn genade heeft teruggebracht, en waarin we door de Heilige Geest (via de apostelen) worden binnengebracht. De Zoon brengt ons terug tot de scheppingsorde van de Vader, en de Geest past dit werk van de Vader en de Zoon toe. De werken van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest zijn één.”

Twee studies

Een ander geluid klinkt in twee studies uit gereformeerd-vrijgemaakte kring: ”Als vrouwen het Woord doen over schriftgezag, hermeneutiek en het waarom van de apostolische instructie aan vrouwen” van dr. Myriam Klinker-De Klerck (2011), docent aan de Theologische Universiteit Kampen (TUK), en ”Triniteit, antropologie en ecclesiologie, een kritisch onderzoek naar de implicaties van de godsleer voor de positie van mannen en vrouwen in de kerk” van dr. Almatine Leene (2013).

Klinker-De Klerck gaat uitvoerig in op het verschil tussen exegese en hermeneutiek. Exegese is de vraag: wat staat er, wat heeft de schrijver bedoeld (Schriftuitleg). Hermeneutiek is de vraag wat de betekenis voor ons is, in onze context (Schriftverstaan). Cultuur en beleving krijgen een plaats, maar ook de gedachte dat het ambt Christus representeert en daarom door een man dient te worden gedragen.

De docent Nieuwe Testament aan de TUK concludeert dat Paulus de onderschikking van de vrouw ten opzichte van de man motiveert met noties als eer en schande, met ontzag voor God en voor Christus en met verwijzingen naar het Oude Testament. De manier waarop een vrouw haar man te schande kan maken, wordt bij Paulus volgens Klinker-De Klerck bepaald door de culturele gewoonten uit die tijd. In lijn daarmee redeneert ze dat het heilzaam is voor de verspreiding van het Evangelie dat christenen zich voegen in de bestaande ordening. In de huidige tijd kan dat betekenen dat ook vrouwen het Woord verkondigen.

Daarnaast is er de promotiestudie van Almatine Leene, docent aan de Academie Theologie van de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. Zij bewandelt voor wat betreft de visie op de vrouw in het ambt een andere weg dan de drie die dr. W. M. Dekker schetst. Ze benadert het vraagstuk vanuit de godsleer. Leene stelt dat man en vrouw samen een weerspiegeling vormen van God, in Wie de drie Personen gelijkwaardig zijn. Op basis daarvan denkt ze dat het niet mogelijk is om de vrouw een ondergeschikte rol toe te kennen ten opzichte van de man.


Het spoor van de vrouw in het ambt

Ruim een eeuw geleden werd in Nederland voor het eerst een vrouw bevestigd in het ambt van predikant. Toch gingen kerken niet zonder slag of stoot ‘om’.

De Zuid-Koreaan K. K. Lim deed uitvoerig onderzoek naar ”Het spoor van de vrouw in het ambt”. Hij promoveerde in 2001 aan de Theologische Universiteit Apeldoorn op een proefschrift dat deze titel draagt.

Lim ziet het besluit in 1905 van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit om alle ambten te openen voor vrouwen, als een trendbreuk in de Nederlandse kerkgeschiedenis. Tien jaar na de doopgezinden in 1905, opent in 1915 de Remonstrantse Broederschap de kansel voor vrouwen. In 1922 volgt de Evangelisch-Lutherse Kerk.

Hervormde kerk

De discussie over de vrouw in het ambt start in de Nederlandse Hervormde Kerk aan het einde van de 19e eeuw. Ze gaat gedeeltelijk gelijk op met de maatschappelijke discussie over het algemeen kiesrecht voor vrouwen en de discussie over het stemrecht voor vrouwen in kerkelijke vergaderingen.

In 1902 vraagt godsdienstonderwijzeres mevrouw K. W. J. Kremer toelating tot het predikambt. Ze krijgt in de jaren die volgen diverse malen nul op haar rekest. In 1923 geeft de synode aan vrouwen de mogelijkheid om hulpprediker te worden. Het in 1930 genomen besluit om ongehuwde vrouwen toe te laten tot het ambt van predikant, wordt een jaar later weer ingetrokken. De discussie stokt, al wordt in 1936 en 1937 nog een ”nee” uitgesproken tegen vrouwelijke diakenen.

Lim concludeert dat rond 1950 een theologische verdiepingsslag wordt gemaakt in het nota ”De vrouw en het ambt”. Er is een meerderheidsrapport pro en een minderheidsrapport contra vrouwelijke ambtsdragers. In 1954 besluit de synode om de ambten te openen voor vrouwen. Voor het predikantsschap is dispensatie nodig. Tegenwerking vanuit de classes resulteert in uitstel van de invoering tot 1957. In 1966 stelt de synode alle ambten onbeperkt open.

Vanuit de Gereformeerde Bond klinkt protest, maar de synode besluit in 1958 voort te gaan op de ingeslagen weg. De discussie op de synode over de protesten vanuit de Bond, toont volgens Lim aan dat „het wezen van het probleem ligt in de visie op de Schrift, oftewel de hermeneutiek.” Binnen de Gereformeerde Bond blijft moeite bestaan met deze kerkelijke lijn. De zorgen klinken onder meer door in ”Man en vrouw in Bijbels perspectief” (1987), samengesteld onder leiding van ds. C. den Boer. Hierin wordt geconcludeerd dat bij de openstelling van de ambten voor vrouwen aan de „Schriftmatige ordening van het kerkelijk leven geen recht wordt gedaan.”

Gereformeerde Kerken

In de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstaat vanaf 1921 discussie over het stemrecht voor vrouwen in kerkelijke vergaderingen. Pas in 1952 wordt dit geregeld. Tussen 1946 en 1953 moet de generale synode zich driemaal een oordeel vormen over een aantal bijzondere situaties waarin vrouwen ‘het woord doen’. Telkens klinkt een ”nee” richting het dienen van vrouwen in de ambten.

In 1961 concludeert de synode naar aanleiding van een dienst waarin een vrouw een meditatie hield, dat dit niet door de beugel kan. Na bezwaren tegen dit besluit komt in 1965 een deputatenrapport uit over de vrouw in het ambt. De deputaten zien ruimte voor vrouwelijke ambtsdragers waar deze de man aanvullen. De basis voor deze overtuiging is dat, op basis van de Schrift en de praktijk in de kerk, vrouwen en mannen gelijkwaardig zijn.

In 1969 hakt de generale synode een knoop door: de ambten worden geopend voor vrouwen. Het besluit kent nog wat mitsen en maren. Zo moet een vrouw haar ambt neerleggen als ze trouwt. Het duurt nog tot 1985 voor dergelijke bepalingen worden geschrapt.

Christelijke Gereformeerde Kerken

Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) pleit de Landelijke Werkgroep Kerk en Vrouw (LWKV) in de jaren 90 van de vorige eeuw voor het openstellen van de ambten voor de vrouw.

De generale synode van de CGK stelt in 1995 een deputaatschap in, dat studie moet verrichten naar een „schriftuurlijke onderbouwing van het standpunt van de CGK ten aanzien van de vrouw in het ambt.” Drie jaar later presenteren de deputaten een meerderheidsrapport dat de bestaande visie ondersteunt dat vrouwen niet mogen dienen in de ambten. Een minderheidsrapport vraagt ruimte voor de visie dat vrouwen wel kunnen dienen in de ambten. Op basis van de rapporten bepaalt de synode in 1998 dat de ambten niet voor vrouwen worden opengesteld.

Nederlands Gereformeerde Kerken

De Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) zijn aanvankelijk tegen de vrouw in het ambt. In 1998 wijst de landelijke vergadering een voorstel af om vrouwelijke diakenen te benoemen. In 1994 klinkt een ”nee” richting een vrouw die een preekconsent aanvraagt. Wel wordt in dat jaar het diakenenambt alsnog geopend voor vrouwen. Een voorstel om ook het ouderlingenambt open te stellen, krijgt onvoldoende steun.

De NGK willen daarna met de CGK en de GKV een commissie vormen om te bezien of alle ambten voor vrouwen geopend kunnen worden. De plannen vallen in duigen als de CGK ”nee” zeggen tegen vrouwelijke ambtsdragers. De landelijke vergadering van de NGK benoemt daarop zelf een commissie. Het commissierapport, dat in 2003 verschijnt, ziet in de uitleg van de Bijbel ruimte voor de opening van de ambten voor vrouwen. In 2004 besluit de landelijke vergadering tot het openstellen van de ambten. In 2007 volgt een praktische regeling.

Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

De synode van Ommen van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (1993) spreekt uit dat de vrouw geen leer- of regeerambt mag vervullen in de gemeente. Op de vergadertafel van de synode van 2014 in Ede ligt daarentegen een rapport op de synodetafel dat ruimte vraagt voor de theologische visie dat vrouwen wél kunnen dienen in alle ambten. Zie het dossier over dit onderwerp, met uitgebreide achtergrondinformatie, op rd.nl/synodegkv.