Predikant en Facebook: Soms not amused bij bekijken accounts

Kerk en sociale media
ds. M. Messemaker. Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
2

WOUDENBERG – Een predikant met een Facebook- of Twitteraccount. Het is voor­lopig nog eerder uitzondering dan regel. Ds. M. Messemaker maakt gebruik van sociale media „om dichter bij jonge mensen te komen.”

De hervormde predikant uit Woudenberg benadrukt dat hij sociale media „functioneel” wil gebruiken. „Dit betekent dat ik vooral werkgerelateerd actief ben op internet”, vertelt hij. „Het is handig om met jongeren via Facebook te communiceren, maar laat duidelijk zijn dat sociale media slechts een van de vele middelen zijn om de jeugd te bereiken, er zijn ook andere.”

In tegenstelling tot ds. Messe­maker voelt ds. D. W. Tuinier, predikant in de gereformeerde gemeente van Aagtekerke, niet de behoefte om een Facebook-account aan te maken. „Ik krijg wel eens een uitnodiging van een jongere, maar daar ga ik niet op in. Het werkt drempelverlagend, en ik vind het het ambt onwaardig. Ik wil wel openstaan voor jongeren en een pastorale arm om hen heen slaan. Dat doe ik bijvoorbeeld door via de mail op hun vragen in te gaan. Op Facebook worden dingen meer plenair besproken, en daar voel ik geen behoefte toe. De vragen van jongeren zijn vaak juist heel persoonlijk.”

Ds. Messemaker erkent ook dat sociale media niet voor ieder onderwerp geschikt zijn. „Het is belangrijk om jongeren op allerlei manieren te benaderen. Ik zie sociale media als een extra middel om de jeugd in de eigen wereld te kunnen benaderen en hen aan te spreken in de omgeving waarin ze actief zijn.” Dit betekent niet dat de Woudenbergse predikant de media niet kritisch benadert. „Als je de accounts bekijkt, ben je soms not amused vanwege alles wat je te zien krijgt. Deelname aan bijvoorbeeld Facebook geeft me wat dat betreft kennis van zaken, kennis van wat er leeft.”

Ook ds. Tuinier vindt het nodig om kennis te nemen van wat er onder jongeren op Facebook leeft. De geest van „zichzelf profileren” staat hem tegen. „Ook strookt wat je ziet vaak niet met de werkelijkheid. Het draait om het uiterlijk en mensen doen zich heel anders voor dan ze zijn. Dat is zonde, en dat stel ik in de preken en tijdens de catechisaties aan de orde.”

Dat jongeren elkaar via de sociale media opzoeken, snapt de predikant wel. „Ik ken ook stellen die elkaar via Facebook hebben leren kennen en die op een serieuze manier een relatie zijn begonnen. Stellen waar ik echt vertrouwen in heb.”

Dat de sociale media ook een schijnwereld kunnen creëren, daarvan is ds. Messemaker zich eveneens bewust. „Maar bij kritisch gebruik is gebruik van sociale media zeker mogelijk. Het kan er op een forum soms heel asociaal aan toe gaan, daar moet je bedacht op zijn. Als je je daarvan bewust bent, is het juist goed om er aanwezig te zijn.”

Is Facebook voor een predikant niet het uitgelezen middel om bereikbaar te zijn voor jongeren? Ds. Tuinier: „Ik sta dicht bij de jeugd, ze weten me echt wel te vinden. Ik ben bereikbaar via de mail en ik beloof hun dat ze voor de zondag antwoord krijgen. Al snel vraag ik jongeren bij mij thuis te komen, om verder te spreken met elkaar. Dat contact is erg belangrijk, mailcontact vervangt dat niet.”

Ds. Messemaker weet goed wat hij wel en niet plaatst op zijn Facebookpagina. „Privédingen zijn privé, die deel ik niet op Face­book. Maar als ik op vakantie een mooie natuurfoto schiet, plaats ik die wel, bijvoorbeeld met een Bijbeltekst. Je moet ervoor oppassen om met de waan van de dag mee te gaan, maar erop letten sociale media juist gebruiken als middel om getuige te zijn in de wereld. Juist sociale media zijn een prachtig middel om te laten zien wie God voor ons is. Ik vind wat dat betreft dat de christelijke kerken wel een stapje extra mogen doen op dit terrein.”

Het Facebookgebruik van zijn hervormde collega kan ds. 
Tuinier „goed begrijpen. Ik 
kan meevoelen in zijn ervaring dat hij dichter bij de jeugd 
komt te staan. Ikzelf kies voor meer distantie. In onze gemeenten is het klimaat ook anders dan in hervormde gemeenten; ik ken in de Gereformeerde 
Gemeenten geen enkele collega die van Facebook gebruikmaakt.”

Wat zou ds. Messemaker een collega die van sociale media gebruik wil gaan maken, adviseren? „Probeer vooral te zien wat de jongere op deze media bezighoudt en maak gebruik van de mogelijkheid om hen ook via deze weg te benaderen. Wat ik tegelijkertijd wil benadrukken: het gaat slechts om één van de vele middelen die er zijn om jongeren te bereiken.”

Dat is het vierde artikel in een serie over kerk en sociale media, in de aanloop naar een congres over dit onderwerp op 3 november in Utrecht.


Richtlijnen opgesteld

De synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) nam in april de ”Handreiking voor predikanten en kerkelijk werkers voor het gebruik van sociale media” aan. In de handreiking staan adviezen voor predikanten die zich met sociale media bezighouden. Het gaat niet om concrete regels, maar om een bevordering van het bewustzijn over sociale media, lichtte ds. J.-G. Heetderks, woordvoerder van de Protestantse Kerk, destijds toe. Een belangrijke richtlijn is het aanbrengen van een scheiding tussen openbare en privé-informatie.