PKN: Eerherstel De Cock niet nodig

Afscheiding 1834
ULRUM – Ds. D. Heemskerk: „Een synodale rehabilitatie van Hendrik de Cock lijkt mij geen problemen te geven.” Foto: interieur van de hervormde kerk in Ulrum, waar in 1834 de Afscheiding plaatshad. Foto RD RD

Een rehabilitatie van Hendrik de Cock, vader van de Afscheiding (1834), is „eigenlijk niet nodig”, stelt ds. P. Verhoeff, preses van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland. „In 2004 is, met de vereniging van drie kerken, ook de erfenis van De Cock in de Protestantse Kerk opgenomen.”

Aan de Theologische Universiteit in Kampen van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt promoveerde dr. H. Veldman woensdag op het proefschrift ”Hendrik de Cock (1801-1842) op de breuklijnen in theologie en kerk in Nederland”. De promovendus ontdekte onder andere dat er in 1947 een poging tot eerherstel van de Ulrumse predikant heeft plaatsgevonden. Op 6 maart van dat jaar richtten zes leden van de Nederlandse Hervormde Kerk (onder wie dr. W. Volger), zich tot de generale synode met een verzoek tot postume rehabilitatie van De Cock. Die wees hun verzoek af. Wel erkende de synode „dat in de kerkelijke procedure tegen ds. De Cock ernstige kerkrechtelijke fouten zijn begaan en de toenmalige reglementen uitzonderlijk partijdig zijn gehanteerd, terwijl geen gehoor gegeven werd aan zijn beroep op de Heilige Schrift en de Belijdenis der Kerk.”

Vandaag ziet dr. Veldman het van een rehabilitatie van De Cock niet meer komen, zegt hij in deze krant. Hoe kijken de synodevoorzitters van de Protestantse Kerk en de Hersteld Hervormde Kerk –die zich beide zien als de voortzetting van de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk– hier tegenaan?

Grootvader

„Ik heb sowieso geen enkele aanwijzing dat er een verzoek daartoe wordt voorbereid”, merkt ds. P. Verhoeff, preses van het moderamen van de Protestantse Kerk, op. „Maar afgezien daarvan: het is eigenlijk helemaal niet nodig. De Protestantse Kerk is, om zo te zeggen, geleefde verzoening. Met andere woorden: verzoening met betrekking tot het verleden heeft plaatsgevonden. Heel bewust is gekozen voor een veréniging van drie kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk. De Gereformeerde Kerken zijn in 2004 dus niet terúggekeerd tot de vaderlandse kerk; beide kerken verénigden zich.”

En daarmee is ook de erfenis van de Gereformeerde Kerken in de Protestantse Kerk terechtgekomen, stelt de synodevoorzitter. „Ik zal niet zeggen dat Hendrik de Cock de vader was van de Gereformeerde Kerken, dat was Abraham Kuyper. Maar De Cock was toch wel de grootvader.”

Wat hem betreft, ís De Cock dus al gerehabiliteerd? „Zo sterk wil ik het niet uitdrukken. Maar je kunt wel zeggen dat de erfenis van de grootvader in de Protestantse Kerk is terechtgekomen. Wat weer niet betekent dat je elke theologische uitspraak van hem zomaar overneemt. Maar dat kan voor die van andere theologen ook gelden.”

Ds. D. Heemskerk, preses van de generale synode van de Hersteld Hervormde Kerk, geeft aan dat „in onze synode al verschillende keren is uitgesproken dat wij ons mede schuldig weten aan de breuken die ontstaan zijn in het verleden.

Persoonlijk”, zegt de predikant, „vind ik wel dat er aan weerszijden fouten zijn gemaakt. De toonzetting en de houding van ds. De Cock en anderen lieten ook wel eens te wensen over.”

Dat neemt volgens de synodevoorzitter echter niet weg dat er sprake was „selectieve verontwaardiging bij de leidinggevenden van de Nederlandse Hervormde Kerk. Vrijzinnigen kregen alle ruimte en zij die de leer van Schrift en belijdenis voorstonden, werd het buiten­gewoon moeilijk gemaakt.”

Een synodale rehabilitatie van De Cock lijkt ds. Heemskerk „geen enkel probleem te geven. Maar veel belangrijker voor ons en voor kerken die uit de Afscheiding zijn voortgekomen, moet zijn de vraag: Welk getuigenis geven wij als kerken naar de huidige samenleving? Zijn wij bereid om in de praktijk te brengen van wat er in de Acte van Afscheiding of Wederkeering staat? „En verklaren tevens gemeenschap te willen uitoefenen met alle ware Gereformeerde ledematen, en zich te willen vereenigen met elke op Gods onfeilbaar woord gegronde vergadering, aan wat plaatze God dezelve ook vereenigd heeft…””