Pew: Religieuze vrijheden wereldwijd sterk afgenomen

Agenten bewaken een kerk in Colombo, Sri Lanka, na de aanslagen in april. beeld AFP, Jewel Samad

Religieuze vrijheden zijn in de periode van 2007 tot 2017 wereldwijd sterk afgenomen, blijkt uit een maandag gepresenteerde studie van Pew Research Center in Washington.

Het toonaangevende Amerikaanse onderzoeksbureau Pew begon in 2007 met een omvangrijk langjarig onderzoek naar wereldwijde beperkingen van religieuze groepen. Maandag werden de gegevens over 2017 gepresenteerd, alsmede een analyse van de ontwikkelingen die het onderzoeksbureau ziet in de tien onderzochte jaren.

De onderzoekers signaleren over deze periode dat de beperkingen voor religieuze groeperingen sterk toenemen. Waren er in 2007 veertig landen met „hoge” of „zeer hoge” vormen van beperkingen vanuit overheden op het gebied van godsdienst, in 2017 waren dat er 52.

Niet alleen vanuit overheden, ook vanuit andere verbanden namen vijandigheden richting religie toe. Het gaat dan bijvoorbeeld om geweld of intimidatie in de persoonlijke sfeer of vanuit organisaties. Het aantal landen dat de hoogst mogelijke score haalt van deze vorm van onvrijheid is gestegen van 39 in 2007 tot 56 in 2017.

Geweld

In 2017 werd in 187 landen melding gedaan van geweld tegen religieuze groeperingen – variërend van verbaal tot fysiek, dodelijk geweld. Dat aantal is gelijk aan 2016 en een piek in de tien onderzochte jaren. In de meeste landen gaat het hierbij om christenen (143 landen), op de voet gevolgd door moslims (140 landen). Joden zijn –ondanks hun veel kleinere populatie– met 87 landen waar melding gemaakt is van geweld de derde groep op deze lijst.

Een opvallende stijging is zichtbaar in de beperking van de vrijheid van groepen die zich niet aan een religie verbonden weten (23 landen in 2017 tegenover 14 landen in 2016). Zo verklaarde de Maleisische overheid atheïsme in strijd met de grondwet.

Voorkeur

Beperkingen vanuit overheden zien de onderzoekers met name in wetgeving die religieuze groepen vrijheid beneemt en in de voorkeurspositie van religie in een land. Beide vormen van beperkingen zijn in de onderzochte tien jaar met 20 procent toegenomen.

Het hebben van een voorkeursreligie kan ertoe leiden dat andere religies beperkte vrijheden kennen. Negentien van de twintig landen in het Midden-Oosten kennen zo’n voorkeursreligie; in vrijwel alle landen gaat het om de islam. De landen in het Midden-Oosten blijken volgens het onderzoek op bijna elk vlak de minste religieuze vrijheid te kennen.

Overigens kunnen er forse verschillen zijn tussen landen met een voorkeurs- of staatsgodsdienst, zowel in wetgeving als in de beleving van vrijheden. In Egypte betekent het bijvoorbeeld dat in rechtszaken rond religieus gemengde huwelijken de islamitische wetgeving voorrang heeft. In het Verenigd Koninkrijk omvat de (christelijke) staatsgodsdienst ook de verplichting dat de vorst lid moet zijn van de staatskerk.

Europa

In Europa signaleert Pew bijna een verdubbeling van beperkingen vanuit overheden. Zo waren er in 2007 vijf landen met een verbod op het dragen van religieuze symbolen of kleding in bijvoorbeeld publieke functies, terwijl in 2017 twintig landen zulke wetgeving kenden. Ook worden pogingen genoemd om jongensbesnijdenis te verbieden.

Het rapport wijst op een „opvallende toename” van Europese overheden die verzuimden in te grijpen wanneer vrijheden van religieuze groepen op het spel stonden. Zo zouden de Kroatische en Moldavische overheid onvoldoende hebben opgetreden naar aanleiding van antisemitische incidenten in hun land.