Passende regeling voor pastorie PKN-predikant

De woonbijdrage van predikanten binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) wordt afhankelijk van de WOZ-waarde van de pastorie. Soms gaat een predikant daardoor maandelijks honderden euro’s meer betalen. Op de foto: de pastorie van de hervormde gemeente te ‘s-Graveland. beeld RD, Anton Dommerholt

De kleine synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) heeft vrijdag een financiële regeling voor de bewoning van pastorieën goedgekeurd. Vier vragen en antwoorden.

Wat verandert er voor een predikant die een pastorie bewoont?

Iedere predikant die in een pastorie woont, betaalt nu 12 procent van zijn inkomen als woonbijdrage, ongeacht de waarde van de woning. Vanaf april betaalt de predikant een bijdrage van 1,65 procent van de WOZ-waarde. Een predikant die in een dure pastorie woont –zoals een monumentaal pand– kan maandelijks honderden euro’s duurder uit zijn.

Waarom voert de PKN deze wijziging door?

De Belastingdienst en het Pensioenfonds Zorg en Welzijn vinden dat de waarde van het woongenot afhangt van de WOZ-waarde. Het verschil tussen het waarderingssysteem van de PKN en dat van beide instanties zorgt voor moeilijkheden bij de belastingheffing en bij de vaststelling van het traktement –het salaris van de predikant– waarover pensioen wordt opgebouwd. Door de bijdrage voor een woning afhankelijk te maken van de WOZ-waarde, krijgt de kerkelijke gemeente een prijs die past bij het bedrag dat zij heeft geïnvesteerd in de woning en betaalt de predikant een prijs die past bij de economische waarde van het pand.

Waarom is er sprake van een aangepast voorstel?

Het Georganiseerd Overleg Predikanten (GOP) –waarin onder meer de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer, het bestuur van de dienstenorganisatie van de PKN en de Bond van Nederlandse Predikanten (BNP) vertegenwoordigd zijn– heeft in februari enkele aanpassingen in de financiële regeling opgenomen. Zo is besloten dat de woonbijdrage via een ”opting-in-regeling” een bovengrens krijgt van 1032 euro per maand. Dat voorkomt dat in ongeveer 25 gevallen een predikant een zeer hoge huur moet betalen. Er komt ook een ondergrens, die is vastgesteld op 624 euro. Daar krijgt een predikant mee te maken als zijn pastorie een WOZ-waarde heeft tot 454.000 euro. Hiermee wordt voorkomen dat bepaalde gemeenten een zeer laag huurbedrag voor hun woning ontvangen.

Ook is bepaald dat de nieuwe regeling pas ingaat op het moment dat een predikant verhuist. Zolang een predikant de huidige pastorie blijft bewonen, verandert de woonbijdrage dus niet.

Betalen predikanten een hoge huurprijs voor hun woning?

In verhouding niet. De PKN geeft aan dat de predikant in alle gevallen voor de ambtswoning een bijdrage betaalt „die (ver) onder de economische huurwaarde ligt.” Ook de BNP schrijft in een reactie op zijn website dat het wonen in de pastorie „een aantrekkelijk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden voor predikanten” blijft.

In verschillende media hebben kritische predikanten echter laten weten dat ze het hiermee niet eens zijn. Of er ook officieel bezwaar wordt aangetekend, zal in de komende weken blijken.

Zie ook:

PKN: nieuwe regeling pastorie, Reformatorisch Dagblad (25-03-2019)

Regeling voor ‘dure’ pastorie in PKN, Reformatorisch Dagblad (05-03-2019)

Onrust over ‘dure’ pastorie in PKN, Reformatorisch Dagblad (18-01-2019)