Oude discotheek is nu weer kerk

Rusland
Kerkgebouw, met op de voorgrond de klokkentoren, op de achtergrond de koepel. beeld William Immink
11

De Russisch-Orthodoxe Kerk in Ijoelskoe heeft nog niet alle iconen teruggevonden die een eeuw geleden zijn verstopt voor de communisten. Net als overal in Rusland heeft de kerk in dit gehucht in de deelrepubliek Oedmoertië veel geleden onder het communisme. Priester Andrej Tsjeploetsjov ziet de kerkgemeenschap weer opleven.

Batjoesjka (”vadertje”) Andrej staat hout te hakken. De 35-jarige priester draagt het baardje zoals het door de kerk is voorgeschreven. Hij spreekt erg snel en is moeilijk te verstaan. Zijn kinderen spelen in de sneeuw, die oma juist aan het wegscheppen is. Het is bijna Kerst en dan moet het pad sneeuwvrij zijn.

De geestelijke wil graag de kerk laten zien, maar moet dan eerst zijn priestergewaad aantrekken. Binnen kleedt hij zich om. Intussen vertelt zijn moeder hoe belangrijk de kerk is voor de gemeenschap. „Dit is de kerk van dit dorp. Als je hier woont, ga je gewoon hier naar de kerk.”

Batjoesjka Andrej komt zijn huis uit in priestergewaad. Om zijn nek hangt een ketting met een kruis. Oorspronkelijk komt de priester uit Sint-Petersburg, maar via wat omwegen, onder andere de deelrepubliek Karelië, kwam hij in Oedmoertië. „Toen ik in Karelië diende, ging ik af en toe met mijn broer de bossen in om te jagen, te vissen, hutten te bouwen en grotten te ontdekken. Dat was mijn hobby. In Oedmoertië was dat allemaal niet mogelijk; in het begin was het heel saai. Nu heb ik echter een nieuwe hobby – geschiedenis en lokale historie.”

Twee jaar geleden kwam batjoesjka Tsjeploetsjov naar Ijoelskoe (zo’n 30 kilometer van de grote stad Izjevsk). Toen hij hier kwam, was de kerk vervuild en in slechte staat. Het aantal bezoekers liep terug. De vorige priester, batjoesjka Oleg, was erg conservatief. Hij verbood bijvoorbeeld internet in het dorp. Het is niet goed om de kerk te besmeuren met onze daden en uitspraken, zegt batjoesjka Andrej, die verder weinig over zijn voorganger wil zeggen. „Het Oedmoertse patriarchaat worstelt met een tekort aan geschoolde priesters, zeker aan hooggeschoolde priesters.”

Kerstening

Ijoelskoe heeft 2500 inwoners, maar dat aantal krimpt. Het is niet vreemd om hier dronken mensen op straat te zien. De jeugd heeft weinig toekomst in dit gebied. De kerk is ook niet bijster populair. Rond het dorp staan oude, inmiddels geprivatiseerde staatsboerderijen waar de oudere inwoners in de Sovjettijd werkten. Het dorp ontstond na een boerenopstand eind 18e eeuw. Na hevige rellen vluchtten inwoners en de opstandelingen uit de omgeving de bossen in en stichtten Ijoelskoe.

Leo Popov was de eerste priester in dit dorp. „In 1852 werd er een parochie gevormd in een houten kerkje. Popov probeerde de heidense Oedmoerten te kerstenen. En met succes”, zegt batjoesjka Andrej met een vleugje trots. „Die priester diende hier bijna dertig jaar en doopte vrijwel alle inwoners. Er waren bijna geen heidenen meer.”

Na enige tijd raakte het houten kerkje in verval en het dorp zamelde geld in voor een nieuw, bakstenen kerkje in het midden van het dorpje. Dat was in 1907 klaar. De architect van het project, Charoesjin, bouwde veel kerken: „Alleen al in Oedmoertië zijn er 33 kerken door hem gebouwd. Charoesjin bouwde later heel veel Sovjetgebouwen. Hij was naar eigen zeggen ‘omgeschoold’.”

Tot 1917 was de Russisch-Orthodoxe Kerk vrij om samen te komen, maar na de communistische revolutie werd die vrijheid snel ingeperkt. „De toenmalige priester, Pavel Sjnoerski, realiseerde zich dat de communisten alles zouden komen plunderen. Daarom verborg hij alle iconen en schatten van de kerk. Zelf verliet hij de kerk en een aantal jaren was er in het dorp geen priester.”

Voor de Tweede Wereldoorlog maakte het communisme het de kerk erg moeilijk. Johannes Loepov bijvoorbeeld diende de kerk vanaf 1921, maar werd in 1932 gearresteerd. „Ik ben nog op zoek naar wat er met hem is gebeurd. Waarschijnlijk is hij neergeschoten, omdat de Sovjets een zak graan vonden in zijn kelder.”

Huis van cultuur

Batjoesjka Andrej klimt naar boven om de kerktoren te laten zien. Krakend duwt hij het luik open en lacht om de sneeuw die hij over zich heen krijgt. Boven in de toren is het ijzig koud. Er staat een bankje met pedalen, om de klokken mee te luiden.

De communisten sloten de kerk in 1940, vertelt Andrej: „Er was geen priester meer. De autoriteiten schreven aan de kerkleden dat de kerk dicht moest vanwege de slechte toestand van het gebouw. Dat was gewoon een smoes”, vindt de geestelijke. „De kerk was nog geen 40 jaar oud. Ze sloten de kerk en sloopten de klokkentoren. Het kerkgebouw werd omgevormd tot een huis van cultuur. Ze gaven het aan de Sovjetjeugd.”

De communisten deden er alles aan om het geloof belachelijk te maken. Beneden gekomen wijst batjoesjka Andrej naar de kerkzaal: „Dit was vroeger de dansvloer. In het weekend draaiden ze hier films. Bij het altaar stond de bar, en boven het altaar was de wc.”

Vijftig jaar lang was de kerk het huis van cultuur. Dronken jeugd kerfde namen en jaartallen in de buitenmuur. Het is nog steeds te zien, zegt batjoesjka Andrej: „1940, 1978: gekrast in de stenen. Een aantal dronken jongeren heeft weleens geprobeerd met een oude vrachtwagen het gebouw binnen te rijden.”

Herstel

Na de val van de Sovjet-Unie werd de kerk gerestaureerd. In 1996 is de oude kerktoren herbouwd. De klokkentoren wijkt enigszins af van de oude tekeningen, zegt Tsjeploetsjov. „Ze konden de originele documenten van de bouw niet meer vinden.”

De iconen zijn nog altijd niet teruggevonden. Mensen bewaren ze nog steeds thuis, of ze liggen op een plek waar niemand meer weet van heeft. Er is een legende over de verborgen schat van deze kerk, zegt batjoesjka Andrej terwijl zijn ogen gaan glimmen: „Er was een omaatje dat wist waar alles verstopt was voor de communisten, maar ze is al gestorven. Ik hoop de kerkschatten zeker nog eens te vinden.”

Voor de revolutie in 1917 had de kerk zo’n 5000 leden. Iedereen moest toen nog bij de overheid melden welk geloof hij aanhing. De tienden vormden de belasting. Er woonden hier veel vrije boeren, de zogenaamde ”koelakken”. Ze hadden geen landheer om te betalen, en gaven dus veel aan de kerk, vertelt batjoesjka Andrej. „Vroeger was deze kerk daardoor erg rijk.”

Nu heeft de kerk van Ijoelskoe het niet breed meer. „Wij krijgen geen ondersteuning van de staat. We zijn afhankelijk van wat de leden geven.” Toch is er goede hoop voor de kerk, zegt de priester. „Sinds kort is de kerk opgenomen in de Gouden Ring van Oedmoertië, een samenwerkingsverband van steden die proberen toeristen te trekken. Het gebouw raakt steeds meer in verval en er is geen geld om het op te knappen. Misschien kunnen we de kerk redden met opbrengsten uit toerisme. Dan kan het gebouw er opnieuw 110 jaar tegenaan.”

Passie

Batjoesjka Andrej is een gedreven man. „Dit dorp heeft problemen, er is veel alcoholisme. Priesters uit de regio hebben centra opgezet om verslaafden te helpen. De metropoliet bouwde onlangs een tehuis voor drugsverslaafden. We organiseren ook programma’s tegen abortus, we helpen alleenstaande moeders, meisjes die eigenlijk te jong zwanger worden. Er is ook een daklozenopvang.”

De Russisch-Orthodoxe Kerk doet veel voor de bevolking. En wie weet, zegt batjoesjka Andrej, komt een van zijn dromen nog eens uit: „Kampen voor jongeren organiseren.”