„Organische inspiratieleer is ons kostbaar”

NIJKERK - „De organische inspiratieleer is kostbaar omdat zij dogmatisch het smalle pad uitstippelt waarop de gereformeerde exegeet door het moeras van Schriftkritiek zijn weg kan vinden.”

Dat zei dr. H. van de Belt woensdag tijdens de jaarlijkse ontmoeting van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met hervormde studenten in de theologie. Hij en dr. M. J. Paul spraken in Nijkerk over het Schriftgezag.

Dr. Van de Belt, hervormd predikant te Nijkerk, constateert dat er de laatste jaren verschuivingen op het punt van het Schriftverstaan plaatsvinden. Als voorbeelden zette hij naast elkaar de in 1988 verschenen dissertatie van dr. M. J. Paul, ”Het Archimedespunt van de Pentateuchkritiek”, en het in 1998 verschenen boek van dr. S. Paas, ”Schepping en oordeel”. Dr. Paul bestrijdt de Schriftkritische benadering met wetenschappelijke argumenten en zoekt naar een gelovig alternatief. Dr. Paas aanvaardt de Schriftkritische benadering met behoud van de erkenning van het Schriftgezag en zoekt naar een gelovige invulling daarvan.

Dr. Van de Belt constateert dat Schriftkritiek veel te maken heeft met het zicht op de inspiratie van de Schrift. Hij kiest voor de organische inspiratieleer die ervan uitgaat dat het God is Die spreekt, maar dat het tegelijkertijd de Bijbelschrijvers zelf zijn die spreken en schrijven.

Hij is het niet eens met de opvatting van prof. C. Graafland dat het verval in de Gereformeerde Kerken begonnen is toen de leer van de mechanische inspiratie plaatsmaakte voor die van de organische. Volgens hem werd in de Gereformeerde Kerken juist afstand genomen van de organische inspiratie, omdat die ontoereikend was voor de nieuwe vragen. Ds. Van de Belt: „De organische inspiratieleer is ons kostbaar omdat zij dogmatisch het smalle pad uitstippelt waarop de gereformeerde exegeet door het moeras van Schriftkritiek zijn weg kan vinden.”

De predikant vindt de historisch-kritische methode aanvaardbaar. Er is volgens hem wel een principieel verschil tussen historische kritiek die het historische karakter van de heilsgeschiedenis veracht en de wetenschappelijke kritische attitude die de tekst analyseert met alle beschikbare middelen. Hij denkt in het voetspoor van Calvijn te gaan, die het voor mogelijk hield dat de Tweede Brief van Petrus niet door de apostel zelf geschreven is.

Dr. Van de Belt beseft niet altijd pasklare antwoorden te hebben. „Soms zou ik veel liever weg willen blijven van de diepe afgrond van de Schriftkriek en de toevlucht willen nemen tot de veel veiliger benadering van de mechanische inspiratie. Wie garandeert dat je niet in de afgrond van de vrijzinnigheid terechtkomt? Maar als de smalle weg langs de afgrond loopt, is het laf om te blijven stilstaan. Er is maar één weg: achter de Herder aan.”

Dr. M. J. Paul, docent aan de Christelijke Hogeschool Ede en hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee, sprak over de historische betrouwbaarheid van het Oude Testament. Dr. B. Loonstra had destijds in zijn boek ”De geloofwaardigheid van de bijbel” twijfels bij de historische inname van Jericho. Dr. Paul stelt dat dr. Loonstra zich baseerde op achterhaald archeologisch onderzoek. Bevindingen van de archeoloog B. G. Wood brengen dr. Paul tot een andere conclusie. „Er is geen enkele archeologische aanwijzing dat Jericho niet is ingenomen op de manier zoals in de Bijbel beschreven is.”

Dr. Paul heeft ook onderzoek gedaan naar de verovering van Ai, die volgens dr. Loonstra niet heeft plaatsgehad zoals deze in de Bijbel staat. Dr. Paul is tot de conclusie gekomen dat de door Loonstra geraadpleegde archeologen Ai niet op de juiste plaats gesitueerd hadden. Dr. Paul is niet onder de indruk van ”bewijzen” van archeologen. „Archeologie kan niet verder gaan dan argumenteren.”

Hij vindt het jammer dat in de universiteitsbibliotheken de boeken met de tegenargumenten doorgaans niet aanwezig zijn. Ook is hij beducht voor de manier van theologiseren aan de universiteiten. „De Bijbelwetenschap die aan de rijksuniversiteiten gedoceerd wordt, is een bom onder de gereformeerde theologie. Veel te weinig mensen in de gereformeerde gezindte beseffen het gevaar daarvan.”

Ds. C. Blenk vroeg zich tijdens de discussie af of kwesties als deze nog wel leven bij de huidige generatie theologiestudenten.

Een student gaf aan zich niet zo om zulke historische details in de Bijbel te bekommeren. Een ander merkte op dat historisch-kritische vragen minder aan de orde komen op de universiteit. Een derde stelde wel met vragen te zitten, maar te leven in een vast vertrouwen op het Woord van God.