Op burchtkerkentocht door Transsylvanië

Kerkburcht van Axente Sever. beeld Wim Eradus
10

Transsylvanië, een landstreek in Roemenië, telt meer dan 150 middeleeuwse burchtkerken. Veilige schuilplaatsen voor de plattelandsbevolking, gebouwd door Duitse kolonisten, die hun eigen verhaal vertellen.

Met een grote roestige sleutel wordt de zware toegangsdeur tot de kerk geopend. Zonnestralen werpen een gedempt licht in de hoge kerkruimte. Ruwhouten planken met een versleten vloerkleed erover, lege kerkbanken zonder rugleuning, een zwijgend orgel.

Wat zal zich hier hebben afgespeeld, sinds de gemeente overging tot de Reformatie? Wellicht zijn er duizenden gebeden opgezonden voor een goede oogst, voor veiligheid, voor hoop, verzoening en vrede, voor uitzicht in pijn en smart. Het kerkbord aan de muur vermeldt nog de kerkliederen die gezongen zijn tijdens de laatste kerkdienst.

Talrijk zijn de geschilderde en geborduurde Bijbelteksten, allemaal in de Duitse taal. Dat is bijzonder in Transsylvanië, in het hart van Roemenië. Zoals het troostrijke ”Siehe Ich bin bei euch alle Tage bis an der Welt Ende”. Het verstilde verleden loopt uit op een belofterijke toekomst.

We verlaten de kerk weer, de deur valt dicht en gaat op slot. Boven de ingang krijgen we nog een zegenwens mee, ”Der Herr behütet alle, die Ihn Lieben” (Psalm 145:20).

We zijn zojuist aangekomen in het boerendorpje Axente Sever, 40 kilometer ten noorden van Sibiu (ook Hermannstadt genoemd). Doel is het bezoeken van de gerestaureerde lutherse burchtkerk aldaar. Het is een van de meer dan 160 ommuurde kerken die Transsylvanië rijk is. Ooit waren dit de vaste burchten voor de dorpelingen, die er beschutting vonden. Nu zijn het belangrijke bezienswaardigheden. Vanwege hun unieke cultuurhistorische waarde heeft Unesco een zevental van deze middeleeuwse burchtkerken op de lijst van werelderfgoed geplaatst.

Hoe is dit zo gekomen? Vanaf de elfde eeuw trokken veel Duitstalige Saksen als kolonisten richting Transsylvanië, een dunbevolkt gebied dat het Karpatengebergte als een hoefijzer omsloot. Zij waren daartoe uitgenodigd door koning Geza II (1141-1162) om hem te helpen zijn land te ontwikkelen en het te beveiligen tegen brute aanvallen van Mongolen, Tartaren, Turken en allerlei rondzwervend gespuis.

Deze kolonisten, afkomstig uit het Rijn- en Moezelgebied, maar ook uit de Zuidelijke Nederlanden, stichtten in Transsylvanië zeven versterkte steden, zoals Sibiu, Sighisoara en Brasov. Daarom draagt deze streek oorspronkelijk de naam ”Siebenbürgen”. Ook voorzagen deze Saksen dorpskerken van een stevige beschermende ommuring met schietgaten en uitkijktorens. Zo ontstonden de burchtkerken, ook wel weerkerken of kerkburchten en in het Roemeens ”biserica fortificata” genoemd. Om een langdurige belegering te kunnen doorstaan, bouwden de Saksen aan de binnenzijde van de ommuring gestapelde woningen en voorraadschuren, de zogenoemde korenkamers.

Kolonisten

Belangrijk voor de Saksen was de zogenaamde Gouden Vrijbrief die koning Andreas II in 1224 uitvaardigde. Op grond hiervan verkregen zij zelfbestuur en een eigen rechtspraak in de gebieden waarin zij woonden. Vanwege deze Gouden Vrijbrief werd het voor kolonisten des te aantrekkelijker om in Transsylvanië een nieuw bestaan op te bouwen.

Deze historische achtergrond wordt uitgebreid beschreven in een klein museum dat is ondergebracht in enkele voormalige kamers van de burchtkerk van Axente Sever. De inrichting van dit museum maar ook de restauratie van de burchtkerk is vooral te danken aan de inzet van de Nederlander Ton van Rijen en zijn Roemeense vrouw Gabi, die hier in 2000 tijdens een vakantie een bouwval aantroffen. „We voelden ons gelijk tot die oude kerk aangetrokken en wilden haar op laten knappen”, aldus Van Rijen. Hij ging enthousiast aan de slag en wist de nodige fondsen te verwerven. In 2009 werden de restauratie en inrichting van het burchtkerkmuseum voltooid en kreeg Ton van Rijen de titel van ”ereburger van Axente Sever”.

De koster, die ook toegangskaartjes verkoopt voor het bezichtigen van de kerk en het beklimmen van de toren, vertelt dat hier toch nog één keer per maand een Duitstalige kerkdienst wordt gehouden. „Er zijn hier in het dorp nog twee mensen die Duits spreken, de anderen komen uit de wijde omgeving” (zie ”Waar zijn die Saksen gebleven?”).

Zo bescheiden en introvert de zojuist bezochte burchtkerk was, zo indrukwekkend en groots is het volgende monument op onze Roemeense kerkentocht: de burchtkerk van Biertan, die hoog boven het dorp uit torent. Ze geldt als een van de grootste en meest indrukwekkende middeleeuwse bolwerken in Transsylvanië. Hier zetelden de Saksische lutherse bisschoppen. Maar liefst drie rijen van 8 meter hoge verdedigingsmuren omgeven het complex. Verovering was uitgesloten.

Heel apart is het verhaal over een van de zes torens, de gevangentoren. Echtparen met huwelijksproblemen werden hier twee weken opgesloten. Met één set bestek en één bed moest het paar tot een definitieve beslissing zien te komen. Dat bleek een zeer effectieve therapie. In de 400 jaar daarna zou slechts één echtpaar zijn scheiding doorzetten.

Witte kerkburcht

De volgende kerkburcht is die in Viscri, in het Duits ook bekend als Weiskirch (Witte kerk). De weg ernaartoe is een verschrikking, met vele kuilen en brokken steen in de weg. Maar de kerk is die ontberingen wel waard.

De laatste kilometer kan alleen maar lopend worden afgelegd. Tussen de bomen door ontwaren we de witte burchtkerk. Als Unesco-monument is ze fraai gerestaureerd en ziet er sprookjesachtig uit. De kerk is rond 1100 door de lokale bevolking gebouwd en werd pas veel later, omstreeks 1525, versterkt met een vestingmuur met torens. In de achttiende eeuw kwam daar nog een tweede verdedigingsmuur omheen.

Onverslaanbaar

De kerkburcht van het welvarende stadje Pejmer, bij Brasov, is de laatste op onze rondreis. Tussen de orthodoxe kerk en het plaatselijke gymnasium door komt de kerkburcht in beeld. Ondanks het vroege uur staan er al drie toeristenbussen tegenover de pompeuze witte kerkburcht geparkeerd, ook Unesco-monument. Met 12 meter hoge muren, 4 meter dik, werd de kerkburcht van Prejmer, de grootste in zijn soort, vijftig keer tevergeefs belegerd. Slechts één keer werd de burcht ingenomen, vanwege een fataal gebrek aan drinkwater.

Als we eenmaal binnen zijn door een lange doorgang met ingebouwd valhek voorzien van scherpe punten is goed te zien hoe de bevolking hier veilig onderdak kreeg. Tegen de massieve burchtmuur is rondom een soort flat, vier hoog, gebouwd. In totaal 270 kamers kon de plaatselijke bevolking zich veilig terugtrekken. Je zou er zomaar een backpackershotel van kunnen maken.

De weerkerken gaven niet alleen passieve veiligheid. Behalve de gebruikelijke schietgaten had de burchtkerk van Prejmer een ongewoon gevechtsapparaat ontwikkeld: het beroemde ”doodsorgaan”, een aantal op elkaar gestapelde wapens, die allemaal tegelijk konden worden afgevuurd, resulterend in grote paniek en zware verliezen bij de vijand.

Waar zijn die Saksen gebleven?

Ooit vormden de Duitstalige Saksen een belangrijke minderheidsgroep in Transsylvanië, dat toen ook de Duitse streeknaam Siebenbürgen kreeg. Maar in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ging het mis. Duitsland legde een claim op de ”Roemeense Duitsers” en 70.000 Saksische dienstplichtigen werden gedwongen dienst te nemen in het Duitse leger, waarna velen van hen aan het oostfront sneuvelden.

Het communistische regime, dat in 1947 de macht overnam, liet toe dat in de jaren vijftig veel Saksen in het kader van familiehereniging naar Duitsland konden emigreren. Een verdrag met Duitsland in 1967 maakte de emigratie van 10.000 Saksen per jaar mogelijk. In 1978 begon de Roemeense dictator Ceausescu, die dringend geld nodig had, 5000 Duitse mark van Duitsland te eisen voor iedere emigrant.

Na de val van Ceausescu, in 1989, kregen de Saksen de vrijheid om te emigreren en alleen al in 1990 vertrokken er 100.000 van hen naar Duitsland in de hoop op een beter bestaan. Hun dorpsgemeenschappen vielen daardoor grotendeels uit elkaar, scholen moesten sluiten en kerken liepen leeg. De emigratie van de Saksen nam het karakter van een massale vlucht aan. Uiteindelijk is er nog maar een paar procent overgebleven van de oorspronkelijke 600.000 Saksen. Vooral ouderen, en zij die met Roemenen waren getrouwd, bleven achter.