Ook evangelicals uiten kritiek op kuisheidsregels Joshua Harris

Joshua Harris. beeld Patheos
2

Joshua Harris nam afstand van uitgesproken standpunten over kuisheid en van het christelijk geloof. Na twintig jaar huwelijk scheidde hij van zijn vrouw Shannon. Dat leidde binnen en buiten christelijke kring tot veel ophef. Wie terugblikt op zijn leven ziet dat opgroeien en leven in een beschermde cultuur geen garantie zijn voor het vasthouden aan Bijbelse waarden.

Zoals alle ouders deden Greg en Sono Harris er alles aan om hun kinderen –zeven in getal– een goede opvoeding te geven en vooral om hen te beschermen tegen gevaren en verleidingen. Vader en moeder Harris zagen de losgeslagen seksuele moraal die na 1960 Amerika vergiftigde als een van de grootste bedreigingen voor hun kroost. Vandaar dat ze binnen conservatief evangelicale kring tot de eersten behoorden die ervoor kozen hun kinderen thuisonderwijs te geven. Dat alternatief voor het reguliere onderwijs was afgekeken van de linksprogressieve beweging, die deze onderwijsvorm rond 1960 introduceerde uit afkeer van gevestigde instituten.

Vader Gregg, die in de jaren negentig een vooraanstaande rol speelde in de ”homeschooling movement”, nam de taak om zijn kinderen een goede vorming te geven heel serieus. Bekend is dat hij zijn kinderen in de vakantiemaanden opdroeg tien stevige boeken op het gebied van geschiedenis en politiek te lezen. Alex en Brett Harris, twee jongere broers van Joshua, beschrijven dit in hun boek ”Do hard things better”, waarin ze ervoor pleiten dat tieners hoge eisen aan zichzelf stellen. Hun boek leidde ruim tien jaar geleden tot de beweging ”Rebelution”, die enkele jaren tienerconferenties belegde om jongeren tegen de cultuur van „consumeren en gemakzucht” te wapenen.

Die gedachte van de antithese stempelt ook het boek dat Joshua Harris in 1997 publiceerde: ”I kissed dating goodbye”. Daarin stelt hij dat jongeren voor het huwelijk in alle opzichten van elkaar af moeten blijven: geen afspraakjes tussen jongens en meisjes, niet zoenen, op geen enkele wijze lichamelijk contact, laat staan seksuele omgang. Zo kunnen zij rein het huwelijk ingaan. Dat is de boodschap. Het boek is een scherpe afwijzing van de dominante cultuur, waarin de vrije seksuele omgang tussen jongens en meisjes wordt gepropageerd.

Door het boek wordt Joshua Harris een veelgevraagd spreker. Als twintiger treedt hij op in kerken en op allerlei conferenties. Nog geen dertig jaar oud wordt hij, in 2004, predikant van de Covenant Life Church, een megakerk in Gaithersburg (Maryland). Harris, die geen theologische opleiding heeft, wordt geraakt door het gedachtegoed van reformatorische theologen. Hij rekent zich tot de beweging van de ”new calvinists” en heeft contacten met voorgangers als John Piper, Mark Dever, Albert Mohler en Kevin DeYoung. Harris is betrokken bij de netwerkorganisatie The Gospel Coalition.

In 2015 stopt hij als voorganger van zijn gemeente en verhuist hij naar de westkust. Hij zegt een theologische studie te willen volgen, omdat hij een gedegen ondergrond mist. Kort daarop komt hij terug op zijn eerdere standpunten ten aanzien van reinheid voor het huwelijk. Harris biedt zijn excuses aan voor de schade die hij heeft aangericht. „Mensen zijn door mijn boeken gekwetst, ik heb hun trauma’s bezorgd. Dat spijt me enorm”, zegt hij in een interview met het liberale tijdschrift Sojourners.

Die stap vinden veel van zijn christelijke vrienden –maar ook niet-christelijke leidslieden– op zich opmerkelijk. Nog meer geldt dat voor het bericht van enkele weken geleden, waarin hij en zijn vrouw zeggen te gaan scheiden. Ze hopen als goede vrienden verder te kunnen gaan. Kort daarop maakt Harris bekend het geloof los te laten. Reden? Hij zegt dat er de laatste jaren in zijn denken een verandering heeft plaatsgevonden.

Kevin DeYoung, een van de leiders van The Gospel Coalition, zegt geschokt te zijn. Als is hij niet helemaal verbaasd, want „de macht en verleiding van het kwaad zijn groot. We weten niet precies wat er is gebeurd in zijn denken. De laatste jaren waren de contacten minder. Maar we zijn geraakt, want een broeder gaat een weg die we niet begrijpen en waar we veel zorg over hebben. Daarom heeft Joshua een plaats in ons dagelijks gebed. God kan hem weer terugbrengen.”

beeld Getty Images/iStockphoto

„Kuisheidsbelofte is te eenzijdig”

Ware liefde wacht. Libertijnen maakten dat ideaal belachelijk toen het in de jaren negentig door duizenden christelijke jongeren werd onderschreven. „Volstrekt achterhaald.” Inmiddels is er ook binnen conservatief christelijke kring kritiek op de ”purity movement”, die seksuele reinheid bepleit. „Voor een christen is seksualiteit niet het allerbelangrijkste.”

Het boek ”I kissed dating goodbye” dat Joshua Harris in 1997 publiceerde, geldt als een mijlpaal in de geschiedenis van de Amerikaanse purity movement. Waarbij er van meet af aan vertegenwoordigers van die beweging waren die vonden dat Harris ver, beter: te ver ging. Verbieden dat een jongen en een meisje samen zijn zonder ouderlijk of ambtelijk toezicht, was in hun ogen overdreven. Maar zijn krachtig pleidooi om als maagd het huwelijk in te gaan, onderschreven ze van harte.

De purity movement kwam begin jaren negentig op, toen ouders hun opgroeiende tieners wilden beschermen tegen de verloedering waarmee ze zelf te maken hadden gehad in de jaren zestig, toen de vrije seksuele moraal met overtuiging werd gepredikt. De wens van deze ouders wortelde niet alleen in hun christelijke levensovertuiging, maar werd ook gevoed door de enorme stijging van het aantal zwangerschappen (en abortussen) bij tieners. Daarnaast was het ook schokkend dat rond 1990 de ziekte aids de belangrijkste doodsoorzaak was geworden in de leeftijdsgroep 25 tot 44 jaar. „Niet alleen bij christenen, maar ook bij seculieren groeide het besef dat er op het gebied van seksualiteit sprake was van een immense ontsporing”, zegt Joe Carter, stafmedewerker van de netwerkorganisatie The Gospel Coalition.

In 1992 lanceerde Richard Ross, werkzaam bij de organisatie LifeWay, een actieplan om jongeren te motiveren voor het ideaal dat seksuele omgang alleen binnen het huwelijk mag plaatsvinden. Het motto was: ”Ware liefde wacht.” Hij stelde voor dat tieners de belofte zouden afleggen hun lichaam tot de huwelijksdag „rein te bewaren.” De tekst van die gelofte luidde: „Ervan overtuigd dat ware liefde wacht, maak ik een verbond met God, met mezelf, met mijn familie, met degene met wie ik uitga, en met mijn toekomstige vriend dat ik seksueel rein zal blijven, tot de dag dat ik in het huwelijk treedt.” Degene die zo’n gelofte had afgelegd, kon dat aan anderen duidelijk maken door het dragen van een speciale ring.

2019-08-17-KRK1-Trueman-2-FC-V_webTrueman: Kwestie-Harris niet uniek bij ”new calvinists”

In relatief korte tijd verspreidde de gedachte dat ware liefde wacht zich over heel de Verenigde Staten, mede omdat zowel de Zuidelijk Baptisten als de organisatie Focus on the Family hun steun gaven. Tienduizenden jongeren legden een gelofte af.

In latere jaren werd wel duidelijk dat veel jongeren zich er niet aan hielden. Uit een onderzoek uit 2009 bleek dat het seksueel gedrag van de tieners die hadden beloofd kuis te blijven, niet verschilde van leeftijdsgenoten die dit niet hadden gedaan. Van de tieners die hadden beloofd rein het huwelijk in te gaan, ontkende na vijf jaar 82 procent ooit de gelofte te hebben afgelegd.

Daten

Gelet op de heersende moraal in de jaren negentig is verklaarbaar dat conservatieve evangelicals enthousiast waren over de publicatie van Harris. Hij stelde dat de belofte van ”ware liefde wacht” moet samengaan met beschermende maatregelen. „Als je van tieners vraagt te beloven maagd te blijven tot het huwelijk, moet je als ouders wel beseffen dat het kinderen zijn. Je gooit als ouders je kind niet zomaar in een kolkende zee, ook al heeft het een zwemdiploma. Zo is het ook op het gebied van seksualiteit. Daarom, een belofte is mooi, maar die moet worden aangevuld met beschermende maatregelen. Vandaar de gedachte dat een jongen en een meisje niet moeten daten of elkaar zoenen.”

Dat de purity movement vanuit progressieve kringen veel kritiek en hoon moest incasseren, zal niemand verbazen. Niet alleen met emotionele argumenten, zoals „belachelijk” of „volstrekt achterhaald”, werd geprobeerd de ideeën te diskwalificeren, maar ook met meer inhoudelijke. In 2004 stelde een Amerikaanse groep psychologen dat jongeren die in hun puberteit niet met hun seksualiteit kunnen experimenteren, op latere leeftijd daar psychische schade van ondervinden. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zouden ze als volwassenen nooit een gezonde seksualiteitsbeleving hebben – ook niet wanneer ze getrouwd zouden zijn.

Dat laatste is overigens een bezwaar dat ook binnen conservatief christelijke kringen wel wordt gehoord als het gaat om de ideeën van Harris. „Zijn accent op seksuele reinheid en de regels die hij stelt, zorgen dat seksualiteit iets wordt waarvoor men zich schaamt”, zegt Carter. „De Bijbel leert dat de intieme omgang binnen het huwelijk een van de mooiste gaven is van de Schepper. Wie daarvan geniet, hoeft zich niet te schamen.”

Door Amerikaanse (ex-)jongerenwerkers wordt erop gewezen dat het verbod op daten in een aantal gevallen leidt tot spanningen binnen groepen. David A. French, de jurist die in 2016 genoemd werd om als onafhankelijke mee te doen aan de presidentverkiezingen, was rond de eeuwwisseling jeugdleider in een conservatief evangelicale gemeente in Georgetown (Kentucky). Hij vertelt: „Toen ik aantrad, merkte ik al snel dat er onder de jongeren spanning was. Wat bleek? Mijn voorganger had de jongelui laten beloven dat ze zich een jaar lang zouden houden aan de regels van Harris. Daten of verkering hebben was verboden. Het alternatief was: je vriendinnetje thuis bezoeken, waarbij het niet genoeg was dat vader of moeder in huis waren; ze moesten in de kamer zijn. Daar heeft natuurlijk geen enkele jongere zin in. Wat gebeurde? Als er een kerkelijke jongerenbijeenkomst was, dan probeerden jongelui elkaar daar onder vier ogen te spreken. Dat riep jaloezie en ergernis op. Vandaar dat ik direct die belofte ongeldig heb verklaard.”

Zonden

Toch zijn deze praktische effecten van de regels van Harris niet de belangrijkste bezwaren die een aantal conservatieve evangelicals heeft. „Een groot probleem is dat de purity movement, en zeker Harris, de suggestie oproept dat het wel goed met je zit wanneer je als jongere je onthoudt van seksuele omgang en dat je dan rein het huwelijk kunt ingaan”, aldus Carter.

Hij is niet de enige die kritiek heeft op het grote accent dat binnen de purity movement wordt gelegd op seksuele reinheid. Abigail Murrish, medewerkster van het magazine Christianity Today, schrijft: „Ten diepste doet zij hetzelfde als de moderne libertijnen, al is hun gedrag verschillend. Alles draait om seksualiteit. Als het op dat terrein goed zit, dan ben je een volkomen mens. Maar God zegt: Ik bied zoveel meer en zoveel beter.”

Ook French uit die kritiek. De purity movement roept het beeld op dat je een zondig mens bent als je onkuis denkt en doet en dat je een goed christen bent wanneer je leeft in seksuele onthouding tot de huwelijksdag. „Dat is niet Bijbels. Het is een vorm van wetticisme. Vergeten wordt dat onreinheid niet alleen door seksueel gedrag wordt bepaald. Er zijn zoveel andere zonden waardoor een mens onrein is, al vanaf zijn geboorte. Het slechte nieuws dat elk mens moet horen is: je bent nooit rein. Het goede nieuws is: er is volkomen reinheid te vinden in het bloed van Jezus Christus. Wie dat gelooft, weet dat het uiteindelijk goed komt, ook al ging hij onrein het huwelijk in.”

Toch zijn niet alle conservatieve evangelicals alleen maar kritisch. Albert Mohler, bekend opiniemaker van de Zuidelijke Baptisten, zegt: „Ik heb ook bezwaren tegen de standpunten van Harris, maar ik wil wel twee dingen ten gunste van hem noemen. Hij protesteerde om de losgeslagen jeugd een halt toe te roepen. En twee: Met zijn breuk met zijn vrouw en geloof, die zeer te betreuren is, maakt hij wel duidelijk dat vrije seksuele opvattingen en echtscheiding niet te verenigen zijn met het christelijk geloof. Dat heeft hij beter begrepen dan veel voorgangers binnen de kerken.”