Onderzoeker Spies: Veel predikantenborden Neder-Betuwe onjuist

Aan de Theologische Universiteit Apeldoorn promoveerde de theoloog Peter Spies woensdag op een onderzoek naar het verloop van de Reformatie in de Neder-Betuwe.  beeld RD, Anton Dommerholt
6

Veel predikantenborden in kerken in de Neder-Betuwe zijn incorrect. Ze vermelden onjuiste data of namen. Dat is een van de conclusies van monnikenwerk van drs. Peter Spies. Woensdag promoveerde hij aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

De voorbereiding op het maken van zijn proefschrift kostte hem zeven jaar, het schrijven van de dissertatie voegde er nog eens drie jaar aan toe. Spies deed onderzoek in allerlei archieven in Nederland, maar vooral in de Neder-Betuwe, de streek waar zijn voorgeslacht vandaan komt en waar nog steeds een gedeelte van zijn familie woont. De onderzoeker reisde daarvoor heel wat keren naar Arnhem en Tiel, waar zich respectievelijk de archieven van de provincie Gelderland en het Rivierenland bevinden. Daarnaast bezocht hij een aantal kerken in de Neder-Betuwe om de archieven van plaatselijke kerken te bekijken.

Het leverde de hervormde theoloog een schat aan informatie op, die hij samengeperst heeft in een studie van circa 670 bladzijden: ”De classis van Tiel 1579-1816. De gereformeerde kerk in de Neder-Betuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen”. Het boek beschrijft de kerk van de Reformatie van het ontstaan tot het moment dat de gereformeerde kerk in 1816 opging in een nieuwe organisatie, de Nederlandse Hervormde Kerk.

Bijzonder aan het onderzoek zijn de onderzochte periode en de locaties. Er zijn diverse studies verschenen over de beginjaren van de gereformeerde kerk in bepaalde classes, zoals van Edam en Brielle, maar die besloegen allemaal een beperkte periode. Spies heeft het hele tijdvak onderzocht. Bovendien is deze studie de eerste van de kerk in het hertogdom Gelre. „Daar zijn nog veel witte vlekken”, zegt Spies in zijn woonkamer in Middelburg.

Achttien delen

Om een overzicht te hebben van wat er zich op kerkelijk gebied in de Neder-Betuwe afspeelde, transcribeerde hij eerst een groot aantal archieven. Dat wil zeggen dat hij –bijvoorbeeld– de notulen vanuit de oude spelling overtypte en ze digitaal opsloeg. Dat kostte hem al met al ongeveer zeven jaar. Deze transcripties worden in het begin van 2018 uitgegeven. Er verschijnen in totaal achttien delen (ruim 6600 pagina’s). Dit voorwerk maakte het hem mogelijk om in de bestanden te zoeken en zo conclusies te trekken.

Een ervan is dat veel predikantenborden in de Neder-Betuwse kerken onjuiste informatie bevatten. Deze borden, die doorgaans dateren uit de negentiende eeuw, hangen meestal voor in de kerk en ze bevatten de namen van de predikanten die de gemeente gediend hebben. Spies noemt de hervormde kerken van Zoelen, Tiel, Kesteren, Lienden, Eck en Wiel en Ochten waar de borden incorrect zijn, maar er zijn er meer. „Er is in dat gebied nauwelijks een predikantenbord met volledig of juiste informatie.”

Als voorbeeld noemt de onderzoeker Tiel. „Op de predikantenlijsten van de stad Tiel en artikelen daarover staat dat de kerk van Tiel bij de overgang naar de Reformatie maar één predikant had, Johannes Vredaeus Voeckink. Een tweede voorganger zou er pas in 1606 zijn gekomen. Dat is onjuist, want ds. Petrus Overkamp, de tweede predikant, stond hier van 1578 tot 1580. Na zijn vertrek naar Amersfoort diende ds. Wilhelmus Niger de gemeente tot 1581. Zijn opvolger, ds. Peter Jacobssen, stond in 1581 en 1582 in Tiel. Zij hebben toch evengoed recht op een plaats op een predikantenbord?”

Opheusden

Zijn speurwerk bracht ook aan het licht dat een artikel in het Reformatorisch Dagblad over de Reformatie in Opheusden onjuiste data bevat. „Het klopt niet dat de gereformeerde kerk in Opheusden pas in 1616 gesticht werd. De kerk van de Reformatie is in Opheusden ontstaan in 1578. In die periode was ds. Johannes Lamberti Putsers aan de gemeente verbonden. Daar de gemeente te klein was voor het onderhouden van een predikant werd ze vanaf 1585 gecombineerd met Kesteren. Petrus Montanus was predikant van deze gecombineerde gemeente van 1585 tot 1616. Vanaf dat jaar kreeg de gemeente Opheusden weer een eigen predikant in de persoon van Hubertus Ellerus.”

Een andere conclusie die Spies trekt, is dat de Reformatie in de Neder-Betuwe –in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd– helemaal niet langzaam maar juist voorspoedig verliep. „Jan van Nassau, de stadhouder van Gelre, heeft een goed begin gemaakt met de Reformatie in Gelre. Hij werd daarbij geholpen door ds. Johannes Fontanus, terwijl Derck Vijgh, de ambtman van de Neder-Betuwe, hem ook steunde. In dat gebied was de grond al bewerkt: er waren al hagenpreken gehouden, met name ook door steun van de graaf van Culemborg.”

De Reformatie in de Neder-Betuwe verliep voorspoedig, aldus de theoloog. „Het gebied was omstreeks het midden van de zeventiende eeuw bijna helemaal gereformeerd. Naar schatting was 90 procent van de bevolking de gereformeerde leer toegedaan. Dat is landelijk gezien een heel hoog percentage. Alleen in Tiel, Hien, Dodewaard en Maurik waren kleine katholieke groepen.”

Predikantenborden Betuwe onjuist

Spies is van mening dat beweringen van onder anderen prof. dr. W. J. op ’t Hof als zou er in de Neder-Betuwe nauwelijks sprake zijn geweest van een Nadere Reformatie, niet kloppen. „Er waren geen specifieke reformatieprogramma’s, maar als je kijkt naar de kenmerken van de Nadere Reformatie zou je kunnen stellen dat het gebied er wel aan voldeed. Zaken als zondagsheiliging, gereformeerd onderwijs, reformatie der zeden en kerkelijke tucht stonden eeuwenlang op de agenda van de classis.”

Ook in de afzonderlijke dorpen was er regelmatig sprake van opwekking tot levensheiliging, zoals in Dodewaard-Hien in de achttiende eeuw, geleid door de predikant Joannes Hugo van der Groe, stelt de promovendus. „Hij had met zijn kerkenraad een reformatieprogramma ontwikkeld, maar kan moeilijk als een nadere reformator worden beschouwd. Het zou me niet verbazen als ook in andere kerken van de Neder-Betuwe dergelijke programma’s werden ontwikkeld.” Spies wil echter niet spreken van een Nadere Reformatie zoals prof. Op ’t Hof die definieert.