Nieuwe uitgave als handreiking om te dienen in het ambt

J. H. Mauritz (r.) en W. M. van der Wilt, beiden ouderling binnen de Gereformeerde Gemeenten, namen het initiatief tot het boek ”Dienen in het ambt”. beeld RD, Anton Dommerholt
4

Hoe leg ik een ziekenhuisbezoek af? Hoe geef ik geestelijk leiding in een gesprek rond het avondmaal? Hoe vind ik woorden bij een sterfbed? Pas begonnen ambtsdragers kunnen in korte tijd voor moeilijke vragen komen te staan. Om hen van dienst te zijn, verscheen het boek ”Dienen in het ambt”.

Hij had het boek zelf wel willen hebben, toen hij voor het eerst op pastoraal bezoek moest bij iemand in de laatste levensfase. „Heel ingrijpend”, vond W. M. van der Wilt die ervaring. De directeur van de hbo-opleidingen van de Cursus Godsdienstonderwijs (CGO) is ruim acht jaar ouderling in de gereformeerde gemeente van Capelle aan den IJssel-Middelwatering. Samen met J. H. Mauritz, directeur van de toerustingscursussen van de CGO, maakte hij deel uit van de redactie van het boek ”Dienen in het ambt”, uitgegeven door Den Hertog.

De publicatie is bedoeld als een handreiking aan ambtsdragers, zegt Van der Wilt. „Er worden heel wat mensen tot een ambt geroepen die niet of nauwelijks instructie krijgen binnen hun kerkenraad. Vanuit die constatering ontstond de behoefte aan een boekje dat als inleiding dient voor een aantal onderwerpen.”

Divers

De thema’s zijn divers: zo worden onder meer de kerkenraadsvergadering, huwelijkstoerusting en het gesprek rond de sacramenten beschreven. Naast beide ouderlingen schreven zeven predikanten uit de Gereformeerde Gemeenten een hoofdstuk voor het boek. Van de in 2017 overleden ds. L. Terlouw werd een artikel over ouderenpastoraat opgenomen. Deze predikant schreef in 2016 samen met Mauritz het boek ”Van hart tot hart”, over het pastorale gesprek. Mauritz: „Dat thema komt daarom in dit nieuwe boek minder aan de orde.”

2016-04-28-kpKBR1-bijterlouw28-5-FC_webPastoraal gesprek: luisteren met oor, oog en hart

Er bestaan weliswaar al diverse uitgaven voor ambtsdragers, maar die richten zich vaak specifiek op bepaalde onderwerpen, zegt Mauritz, ouderling in de gereformeerde gemeente te Woerden. „Ook merk je in boeken vanuit andere kerkverbanden dat het er op een aantal punten net weer anders aan toegaat dan in de Gereformeerde Gemeenten, bijvoorbeeld rond de kerkenraadsvergadering. En veel van deze uitgaven zijn ook niet eenvoudig meer te krijgen.”

Bestellingen voor het boek komen soms van een hele kerkenraad tegelijk. Van der Wilt: „Het is goed als kerkenraden samen spreken over de dingen van het ambt om van elkaar te leren. Denk aan een aantal bezinningsavonden per jaar. Dit boek kan daarbij behulpzaam zijn.”

De tijd vraagt om goede toerusting, benadrukken beide ouderlingen. „In de 38 jaar dat ik in de kerkenraad dien, zag ik steeds meer zaken op het bordje van de ambtsdrager komen”, zegt Mauritz. „Misschien wisten we vroeger minder, maar de problematiek is ook toegenomen.”

Ook praktisch is de situatie in veel gemeenten anders, constateert de ouderling uit Woerden. „Waren er vroeger grote gemeenten met vier of vijf ambtsdragers, nu zijn er op heel wat plaatsen kerkenraden met meer dan twintig man. Dat vraagt bijvoorbeeld ook een andere manier van vergaderen.”

Blinde vlekken

Hoewel de uitgave zich met name richt op de beginnende ambtsdrager, is het boek ook voor de langer dienenden relevant, zegt Van der Wilt. „Zij hebben misschien wel heel veel blinde vlekken ontwikkeld in de loop der jaren. Zelf worstelde ik altijd met ziekenhuisbezoek. Met name het Bijbellezen: ik voelde me gedrongen om dat te doen, terwijl de situatie er niet altijd naar was. Het was voor mij een eye-opener om in de bijdrage van ds. W. Harinck te lezen dat je niet altijd een stuk uit de Bijbel hoeft te lezen, maar bijvoorbeeld ook iemand een korte tekst kunt meegeven als de situatie dat vraagt.”

Mauritz: „De eerste twintig jaar van mijn dienstwerk heb ik eigenlijk nooit nagedacht over autisme. Terwijl als je iets over zo’n onderwerp leest, je opeens mensen voor je gaat zien vanuit pastorale ontmoetingen. Dan vallen dingen op hun plek.”

Beiden willen niet weten van een tegenstelling tussen geestelijke en praktische toerusting tot het ambt. Van der Wilt: „Wij moeten het van de Heere hebben in het ambt en hebben tegelijk onze verantwoordelijkheid. Dat vraagt nuchterheid. Denk alleen al aan communicatietechniek: hoe voer je een gesprek? Zulke toerusting is nodig. Vanuit diezelfde overtuiging stichtte ds. G. H. Kersten ooit de Theologische School.”

Toerusting vraagt kwetsbaarheid, zowel binnen als buiten de kerkenraad, zegt Van der Wilt. „Dat je na een huisbezoek tegen je broeder zegt: Joh, hebben we dat nu goed gedaan? Wat hadden we beter kunnen doen? Of je vraagt eens aan degenen die je bezocht hebt hoe zij het gesprek hebben ervaren.”

Tekort

Het ambtelijk werk vraagt afhankelijkheid, stellen beiden. Mauritz: „Na 38 jaar is er veel tekort, dingen waarvan je achteraf denkt: Zo had ik dat niet moeten doen. Steeds meer zie ik het ambtswerk als een periode die voorbijgaat. Ik was 24 jaar toen ik voor het eerst aan een sterfbed stond. Diegene zei toen tegen mij: „Wij hebben hier geen blijvende stad, maar verwachten de toekomende.” Dat is voor mij meer en meer het motief geworden van het werk: gericht op het toekomende.”

Van der Wilt: „Er zijn huisbezoeken waarbij je van tevoren voorbereidde wat je wilde lezen, maar waar je tijdens het gesprek werd gewezen op een veel passender Schriftgedeelte. Zulke momenten zijn opmerkelijk, dan ervaar je dat je het ambt niet alleen hoeft te doen.”