Niet alleen „kommer en krimp” in stadskerken

Ds. A. Markus opende vrijdag in de Janskerk in Utrecht een bijeenkomst van de Gereformeerde Bond voor ambtsdragers in grote steden. beeld RD

De grote stad kent een eigen dynamiek. Zo stelt het komen en gaan van studenten gemeenten van Gereformeerde Bondssignatuur niet alleen voor uitdagingen, maar ook voor mogelijkheden om als kerk aanwezig te zijn.

„Niet alles is kommer en krimp”, zei ds. W. Vermeulen van de Utrechtse Jacobikerk. „Laten wij ook oog hebben voor de vele Zacheüssen die in de steden in de bomen zitten te wachten op een uitnodiging om binnen te komen.”

De predikant sprak vrijdag op de beraadsbijeenkomst voor ambtsdragers in grote steden, georganiseerd door de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland. Ambtsdragers uit Amsterdam (Noorderkerk), Den Haag (Bethlehemkerk), Rotterdam-Delfshaven, Groningen (Martinikerk) en Utrecht (Jacobikerk) maakten elkaar deelgenoot van zorgen of zegeningen.

Weifelaars

Ds. A. Markus (Rotterdam-Delfshaven) opende de bijeenkomst met een meditatie over Zacheüs. Hij riep de ambtsdragers op om net als Jezus Christus oog te hebben voor twijfelaars, weifelaars en „aarzelaars.” Er is wijsheid nodig om met deze „niet-traditionele vorm van meelevendheid” om te gaan.

Ds. Vermeulen constateerde dat de instroom van hervormde studenten uit de Biblebelt in Utrecht minder wordt. Voorheen sloten ze zich bijna vanzelfsprekend aan bij de Jacobikerk. Veel studenten „shoppen” eerst en maken na veel „proeven” pas een keuze voor een gemeente.

Ds. E. K. Foppen en ds. A. Vastenhoud zijn beiden verbonden aan de Haagse Bethlehemkerk. Volgens ds. Vastenhoud komen veel mensen via het missionair project ”Brood voor de buurt 2.0” of de Alpha-cursus „binnen” bij de Bethlehemkerk. Het was echter „pijnlijk” om mee te maken dat ook velen die enthousiast waren, snel weer vertrokken. „Binnenhalen is al heel wat, maar het vasthouden is erg lastig”, zo had de missionair predikant pijnlijk moeten ervaren.

Buddy

Ook de beide predikanten verbonden aan de Amsterdamse Noorderkerk, ds. J. Visser en ds. P. Visser, vertelden hun verhaal. Ds. Visser wil het onderscheid tussen „binnen” en „buiten” relativeren. In de ideale situatie worden beide groepen met elkaar verbonden. Degenen die van buiten komen, krijgen een gemeentelid als buddy.

Ds. J. Visser, die zichzelf graag als „gewoon gemeentepredikant” aanduidt, relativeerde ook de neiging om verandering in organisatiestructuur als oplossing voor de krimp te zien. De praktijk is weerbarstiger, zeker in grotestadsgemeenten. Ds. P. Visser vertelde hoe het Nooderkerkproject ”Kruispunt in de Jordaan” uitgroeide tot een volwaardige pioniersplek: ”Huis voor de ziel”. Als hij door de wijk loopt, zien sommige mensen hem als „vertegenwoordiger van de hemel.”

Dorpshuis

Ds. P. A. Versloot vertelde welke functie de wijkgemeente Martinikerk in Groningen en de Ommelanden ging spelen. Steeds meer Groningers zien de Martinikerk als „dorpshuis” en vieren in de kerk bijvoorbeeld het feest van Sint-Maarten.