Murray: Matthew Henry was een vroege John Piper

David Murray. beeld Sjaak Verboom

Matthew Henry was een man van de middenweg: hij dreef controverses niet op de spits, concentreerde zich op wat christenen verenigde en legde vooral de nadruk op de redelijkheid van het geloof en de vreugde van een christenleven.

Dat stelt dr. David Murray (Grand Rapids, VS) naar aanleiding van zijn proefschrift over Matthew Henry, waarop hij vrijdag aan de Vrije Universiteit Amsterdam bij prof. dr. W. van Vlastuin promoveerde.

Matthew Henry was altijd een gematigd iemand, zo licht dr. Murray toe in Amsterdam, aan de vooravond van zijn promotie. „Henry was een van de laatste puriteinen. Het puriteinse project liep in Engeland ten einde. Henry onderging de invloed van een cultuur die de nadruk legde op rede en natuurlijke theologie. Henry zag de natuurlijke theologie –met haar nadruk op Schepper, de voorzienigheid en de algemene moraal– als een opstapje naar de Bijbel.”

Hoewel de rede alleen de mens niet tot geloof kon brengen, was Henry toch optimistischer over de rede dan de meeste hervormers en puriteinen, aldus Murray. Murray wil niet zo ver gaan als Henry, die zelfs zegt dat de mens alleen al door de natuurlijke theologie zalig kan worden. „Ik ben het op dit punt met hem oneens en wel op grond van Romeinen 2: een zaligheid buiten een specifieke openbaring van Christus is misschien theoretisch mogelijk, maar feitelijk nooit het geval.”

Vreugde

De kracht van Henry ligt volgens Murray in zijn nadruk op het christelijk leven, de ethiek, met name op zaken als vreugde, geluk en blijdschap. „Dat weegt bij hem zwaarder dan de rechtvaardiging door het geloof. Hij is op dit punt zelfs minder christocentrisch. Die vreugde in God is bij Henry echter niet een gemeenschap met God op geestelijke ervaring gericht, in de zin van: ik voel me gelukkig en blij, maar is primair een zaak van christelijke levenspraktijk. Het christelijk leven met God geeft de hoogste voldoening en geluk.”

Nu valt natuurlijk ook de naam van de Amerikaanse theoloog John Piper en zijn ”christelijk hedonisme”. Murray had eerst een hoofdstuk waarin hij Henry en Piper vergeleek, maar dat was niet passend in een historisch proefschrift. „Henry spreekt zelfs van heilig epicureïsme, een volstrekt seculiere term die hij christianiseerde. Dat is precies wat Piper doet. Het verschil met Piper is dat Henry de vreugde als een apologetisch argument gebruikt, in tegenstelling tot Piper, die de vreugde veel meer verbindt met het lijden van de christen.”

Matthew Henry is op zich niet tegen de leer, maar hij laat zien dat geloof niet alleen een zaak van woorden is, maar ook van daden, aldus Murray. „Dat maakt de christen pas gelukkig. Steeds duidelijker werd voor mij dat de belangrijkste drijfveer van Henry de apologetiek is. Hij maakt deze ook toegankelijk voor de gewone christen. Veel apologetiek is tegenwoordig een ingewikkelde discipline geworden die soms nauwelijks meer voor een buitenstaander te volgen is. Henry laat zien dat apologetiek voor iedere christen weggelegd is. Maak het geloof aanstekelijk door in je leven vreugde en blijdschap uit te stralen.”