Mohler: Christen moet slogan Black Lives Matter omarmen

Albert Mohler Jr., Amerikaans baptistenleider. beeld Matt Miller

Christenen zouden de slogan “Black Lives Matter” moeten omarmen, maar ze dienen zich te distantiëren van de organisatie die deze leus verzon. Dat stelt de bekende Amerikaanse baptist dr. Albert Mohler.

“Blank en zwart hebben elkaar om Christus’ wil nodig”, zegt de president van het seminarie van de Zuidelijke Baptisten in Louisville (Kentucky). Vandaar dat hij instemt met de woorden Black Lives Matter (“zwarte levens zijn belangrijk”). “De inhoud van deze drie woorden deel ik helemaal. Ze zijn een diepe waarheid. God maakte ieder mens naar Zijn beeld ongeacht de huidskleur.” In een artikel dat voor de website The Public Discourse schrijft hij grote zorgen te hebben over het leven en het welzijn van zwarte Amerikanen.

De slogan overnemen doet Mohler, die bekend staat als conservatoef evangelical, niet. De “progessieve en onbijbelse ideeën” van de organisatie Black Lives Matter weerhouden hem. De actiegroep verdedigt volgens Mohler een visie op seksualiteit die onbijbels is. “Ze adopteert en bevordert het wereldbeeld van de seksuele revolutie.”

Ook al kunnen christenen niet participeren in de acties van Black Lives Matter, moeten zij zich “tegelijkertijd bewust zijn van de pijn en angst van onze Afro-Amerikaanse broeders en zusters, buren en collega’s”, aldus Mohler. “Christenen moeten luisteren naar hetgeen ze zeggen. Ze moeten de zwarten medemensen horen en uit het handelen moet christelijke liefde en mededogen blijken.” Daarbij zegt Mohler: “We zullen de geest van Christus nodig hebben om dit te doen, want met mooie woorden redden we het niet.”

Mohler schrijft dit naar aanleiding van het feit dat het zaterdag 20 juni een kwarteeuw geleden is dat de Conventie van de Zuidelijke Baptisten een verklaring van verzoening uitgaf. Daarin erkende de grootste protestantse kerk in de VS in het verleden “ernstig kwaad” te hebben bedreven door racistische opvattingen te verdedigen.

De Conventie van Zuidelijke Baptisten werd in 1845 opgericht als een vereniging van gemeenten uit de Zuidelijke Staten van de VS. Zij hadden bezwaar tegen de bestaande landelijke baptistenorganisaties die de slvernij afkeurden. In de verklaring van 1995 erkenden de Zuidelijke Baptisten dat hun voorgangers het recht verdedigden om slaven te bezitten en die zelf ook hielden, “ofwel de slavernij hebben gesteund en ingestemd met de bijzonder onmenselijke aard van de Amerikaanse slavernij.” Ook erkenden de conventie dat vorige generaties zich hebben verzet tegen het verlenen van burgerrechten aan Afro-Amerikanen.

De conventie zei in 1995 dat mede door opstelling van de Zuidelijke Baptisten de zwarte gemeenschap slachtoffer is geworden van racisme, haat en geweld. In de verklaring werd gezegd dat daardoor het lichaam van Christus verdeeld is geraakt. “Zwarte broeders en zusters zijn ten onrechte uitgesloten. Door racisme is ons begrip van de christelijke moraal ernstig verdraaid.” De conventie noemde racisme “een ernstige en betreurenswaardige zonde”.

De voormalige voorzitter van de ethische raad van baptisten, dr. Richard Land, was -evenals dr. Mohler- betrokken bij de opstelling van de verklaring van verzoening. Hij vertelt in een artikel in Baptist News dat het plan om het document op te stellen is ontstaan na een ontmoeting enkele jarem eerder in de stad Nashville met zwarte predikanten. Een van hen zei toen tegen dr. Land: “Je realiseert je niet hoe erg je ons pijn hebt gedaan. We bedoelen niet jij persoonlijk, maar de blanke christenen. Het is één ding om gediscrimineerd te worden door blanke mensen. Het is iets heel anders als je wordt gediscrimineerd door christelijke broeders en zusters.”

Land vertelt dat bij het voorbereiden van de verklaring discussie ontstond of mensen aan het eind van de 20e eeuw wel schuld konden belijden voor hetgeen hun voorouders hadden gedaan. Mensen zeiden tegen: “Wij zijn geen mormonen; we kunnen ons niet bekeren voor onze voorouders.” Dr. Land is het daarmee eens. “Ik kan me niet bekeren voor God voor hetgeen mijn directe voorouders, die slavenhouders waren, deden, net zo min als ik punten kan verdienen bij God voor mijn directe voorouders die voor de afschaffing van de slavernij waren. We kunnen en moeten echter wel verdriet uiten over de zonden van onze voorouders en ons verontschuldigen en vergeving vragen aan degenen die de blijvende gevolgen van hun zonden hebben geleden.”

Zowel dr. Land als dr. Mohler constateren dat er sinds het uitgeven van de verklaring dingen zijn verbeterd. Het aantal zwarte predikanten dat binnen de baptistenconventie verantwoordelijkheid draagt is fors toegenomen. Momenteel wordt 48 procent van de functies binnen de organisatie bekleed door niet-blanken. In 2012 werd Fred Luter als eerste Afro-Amerikaan gekozen tot voorzitter. “Maar er is nog een lange weg te gaan”, zegt dr. Mohler. “Raciale verzoening is nooit een volledig afgewerkt project.”