Minister: Reactie Jehovah’s Getuigen uitermate kwalijk

beeld RD

Minister Dekker (Rechtsbescherming) is verbolgen over de reactie van het bestuur van de Jehovah’s Getuigen op het onderzoek naar seksueel misbruik in de gemeenschap. Kerkrechtdeskundige mr. dr. Pieter Pel: „Pas op dat er geen hype ontstaat.”

Het rapport over seksueel misbruik bij de Jehovah’s Getuigen in Nederland werd donderdagmiddag toch vrijgegeven. Eerder had de gemeenschap via de rechter geprobeerd te voorkomen dat het rapport, dat in opdracht van minister Dekker is opgesteld, werd gepubliceerd.

„Houding Jehovah’s Getuigen heel schadelijk”

In het onderzoek van de Universiteit Utrecht wordt een beeld geschetst van de Jehovah’s Getuigen als gesloten gemeenschap, waar zaken van seksueel misbruik in de meeste gevallen intern worden opgelost. Van de slachtoffers van seksueel misbruik binnen de gemeenschap, die ruim 30.000 leden telt, stapte slechts 30 procent naar de politie.

aanbellen_-_jehova_-_henkJehovah’s Getuigen: Misbruikrapport moedigt aan tot haatzaaien

Een van de aanbevelingen in het rapport is te kijken of er een wettelijke meldplicht van seksueel misbruik kan komen voor de Jehovah’s Getuigen. De manier waarop het bestuur van de gemeenschap daarop reageerde is minister Dekker in het verkeerde keelgat geschoten. „Het bestuur heeft aangegeven geen noodzaak te zien voor aanvullende maatregelen. Ik vind die houding uitermate kwalijk.” Volgens hem schetst het rapport een „uitermate zorgelijk beeld waarin aangifte bemoeilijkt wordt. Slachtoffers voelen zich onvoldoende gehoord, genegeerd, gestigmatiseerd en geïsoleerd. Dat vind ik ontluisterende conclusies.”

Gedwongen

Ook andere politici mengden zich in de discussie. PvdA-Kamerlid Kuiken: „De Jehovah’s Getuigen moeten gedwongen worden deze praktijken te stoppen en kinderen te beschermen tegen seksueel geweld.” Ook SP-Kamerlid Van Nispen pleit voor actie.

„Plaats Jehovah's Getuigen onder verscherpt staatstoezicht''

Woordvoerder Michael van Ling van de Jehovah’s Getuigen liet donderdag weten „altijd bereid te zijn” met de minister in gesprek te gaan. Volgens hem heeft het bestuur meerdere overleggen met de bewindvoerder gehad en heeft het nooit een gesprek geweigerd.

Advocaat mr. dr. Pieter Pel maant in een reactie tot voorzichtigheid. „Anders ontstaat zomaar een hype. Het rapport spreekt bijvoorbeeld nergens van ”verscherpt staatstoezicht”, een term die wel in de media rondzingt.”

Hal-Jehovah-EdeJehovah’s stappen naar rechter om misbruikrapport

Volgens de kerkrechtdeskundige gaat het hier om de vraag of je particuliere organisaties, zoals een vereniging of kerkgemeenschap, mag verplichten tot het instellen van een meldpunt voor seksueel misbruik. „Daarvoor is in de huidige wetgeving geen juridische basis. Als je dat wilt, zul je dat dus moeten regelen.”

Hij verwijst naar een eerder onderzoek dat de Universiteit Utrecht mede naar aanleiding van de kwestie van het misbruik bij de Jehova’s Getuigen in opdracht van het WODC heeft verricht. Dat rapport werd al in december naar de Tweede Kamer gestuurd. „Daarin ging het om een onderzoek naar de wenselijkheid van een verruiming van de aangifteplicht. Op dit moment is er alleen bij bepaalde ernstige delicten, zoals verkrachting, een plicht tot aangifte. De vraag was of organisaties ook bij andere vormen van seksueel misbruik strafrechtelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden als ze nalaten melding of aangifte te doen. In dat rapport is de scopus nadrukkelijk veel breder dan alleen kerkelijke gemeenschappen. Het gaat ook over de sectoren van zorg, jeugdhulpverlening, onderwijs en sport.”

Die breedte is van groot belang, aldus Pel. „Als je het doen van aangifte of het instellen van meldpunten verplicht wilt regelen, moet je dat in breder verband aanpakken. Daar kun je niet alleen kerkgenootschappen mee belasten. Ook sportverenigingen en andere particuliere clubs en verenigingen komen dan in beeld. Anders zou het zuiver discriminatoir zijn.”

Volgens de jurist hébben de meeste kerkgenootschappen inmiddels al zoiets geregeld. „Soms door schade en schande. Niet omdat het juridisch verplicht is, maar omdat ze zelf de overtuiging hebben dat het goed is deze problematiek aan te pakken.” Als er gemeenschappen zijn, zoals nu de Jehovah’s Getuigen, die die bereidheid niet hebben, is het goed dat de minister hun dit voorhoudt, aldus Pel. „Regel het zelf en regel het goed. Maar als het in de sfeer komt van verplichting middels wetgeving, moet je dat voor álle verenigingen, genootschappen en organisaties regelen.”