Met voorzichtigheid én overtuiging werken in Israël

Zaterdagmiddag vond de interkerkelijke bijeenkomst ”Vrienden van Dimona” plaats. beeld Jaco Klamer
5

Werken in Israël onder orthodoxe Joden vraagt voorzichtigheid en zachtmoedigheid. Albert en Esther Knoester vertelden zaterdag in Putten over hun leven en werk in de Israëlische woestijnstad Dimona. „Als wij worden uitgedaagd, zullen wij volgens het woord van Petrus verantwoording afleggen van de hoop die in ons is.”

De interkerkelijke bijeenkomst ”Vrienden van Dimona” was zaterdagmiddag georganiseerd door de werkgroep van de commissie Israël van de Hersteld Hervormde Kerk. In de hersteld hervormde kerk van Putten vertelden Albert en Esther Knoester hoe steeds meer bezoekers het inloophuis in Dimona weten te vinden.

Vijf jaar geleden begon het echtpaar in de stad Dimona –die in de Negev-woestijn ligt– met het inloophuis. De opening van het huis veroorzaakte destijds spanningen en heftige reacties in de orthodox-Joodse gemeenschap. In zijn toespraak benadrukte Albert Knoester dat die beroeringen door de Heere gebruikt zijn, zodat veel mensen uit nieuwsgierigheid naar het inloophuis komen voor een gesprek. Volgens Knoester is het inloopcentrum een echte ontmoetingsplek.

„Niemand wordt gedwongen, ieder mag vrij naar binnen lopen, ieder mag vrij zijn of haar opvattingen uitspreken en weer weglopen. Wij willen een luisterend oor bieden. Wij hebben respect voor Joodse overtuigingen. Wij zijn niet uit op confrontatie, maar als wij worden uitgedaagd, dan zullen wij toch in alle zachtmoedigheid en voorzichtigheid verantwoording afleggen van de hoop die in ons is. Dit doen wij in de overtuiging dat God al Zijn beloften –die in Jezus Christus ja en amen zijn– aan Israël zal vervullen”, aldus Albert Knoester.

Gesprekken

Hij noemde enkele voorbeelden van opmerkelijke gesprekken. Zo kwam een Joodse geestelijk leider onlangs het inloophuis binnen om meteen aan Esther Knoester de vraag te stellen: „Geloof je in de opstanding der doden?” Deze vraag, zo bleek al gauw, was ingegeven door het reïncarnatiegeloof waarin veel Joden geloven. Toen Esther Knoester de Joodse leider vroeg Jesaja 53 hardop voor te lezen, geloofde deze aanvankelijk niet dat dit hoofdstuk in de Hebreeuwse Bijbel stond. Toen hij de Bijbel erop nasloeg, bleek echter tot zijn verbazing dat Jesaja 53 niet in de ‘christelijke’ Bijbel staat, maar in de Tenach (Oude Testament).

Een zoon van een bekende rabbijn die eens het inloophuis bezocht, vertelde spontaan dat hij vond dat de rabbijnen het volk zware religieuze lasten opleggen en zelf graag geëerd willen worden. „Zonder dat hij het wist, citeerde deze rabbijnszoon bijna letterlijk het oordeel van Jezus over de Joodse leiders. Zo merken wij hoe sommigen niet ver zijn van het Koninkrijk Gods. Maar dichtbij is nog niet binnen, want dat kan alleen door wedergeboorte”, aldus Albert Knoester.

Hij zei het als een voorname taak te zien om de vooroordelen bij Joodse stadgenoten weg te halen. Vele bezoekers van het inloophuis die altijd dachten dat het Nieuwe Testament niets met de Tenach te maken heeft, worden door de gesprekken met Albert en Esther Knoester overtuigd hoeveel overeenstemming er is tussen het Oude en het Nieuwe Testament.

Ook vertelde Albert Knoester hoe het werk in Dimona wordt uitgebreid met de komst van een nieuwe medewerker, Igor. Die spreekt goed Russisch en kan de vele Russische immigranten aanspreken.

Miskend

De interkerkelijke bijeenkomst werd geopend door de VU-hoogleraar prof. dr. H. van den Belt met een meditatie over Handelingen 7:13, waar staat: „In de tweede reize werd Jozef zijn broederen bekend.” Volgens dr. Van den Belt verwijst Stefanus in zijn verdedigingstoespraak voor de Joodse hoge raad met opzet naar de bekende oudtestamentische figuren Mozes en Jozef. Zowel Mozes als Jozef werden in eerste instantie door hun eigen volk miskend en afgewezen.

„Dat is blijkbaar een patroon in de Bijbel, dat God leiders uitkiest die eerst worden verworpen en pas in tweede instantie worden erkend. Stefanus wil met zijn verwijzingen aantonen dat er een parallel bestaat tussen Mozes, Jozef en Jezus Christus. Net als bij Mozes en Jozef, heeft de Heere Zijn eigen bedoelingen en zal het verbondsvolk eens tot de erkenning komen dat Jezus Christus hun Messias is. Er komt een dag dat Jezus Zich op Gods tijd aan Zijn broederen bekend zal maken”, aldus dr. Van den Belt.