Zwijgen is goud

1 Samuel 2:1b

„Mijn hoorn is verhoogd in de Heere; mijn mond is wijd opengedaan over mijn vijanden, want ik verheug mij in Uw heil.”

Wij moeten niet betwijfelen dat God ons wil verblijden. Hij wil alle noodzakelijke dingen geven als wij tot Hem de toevlucht nemen en geduldig Zijn genade verwachten. In moeilijkheden moeten we Hem erkennen als onze enige toevlucht en hulp. Hanna zegt dat ze tegenover de Heere haar mond wijd opengedaan heeft over haar vijanden. Blijkbaar werd ze tevoren bespot en gedwongen haar smart door zwijgen te onderdrukken. Zo spreekt ook David in Psalm 39 over zichzelf wanneer hij zegt dat hij, toen de goddelozen heersten, geheel gezwegen heeft. We moeten daar goed op letten, omdat we daaruit iets kunnen leren. Terwijl de goddelozen bloeien en triomferen, dienen Gods kinderen de sleutels van de mond –zoals de profeet zegt– te bewaren in stilheid, en geduldig af te wachten totdat God hun mond opent. Als velen dit in de praktijk zouden brengen, zou er heel wat minder lasterlijke taal klinken van mensen die verbitterd zijn omdat het hun niet naar zin en lust gaat. Laten wij, terwijl anderen op deze manier vastlopen met hun trots en eigendunk, daarentegen zwijgen tot God ons versterkt, verheuging schenkt en de ware vreugde doet genieten.

Johannes Calvijn, predikant te Genève (”Preken over 1 Samuël”)