Zondekennis

Johannes 3:8

„De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heengaat; alzo is een ieder, die uit de Geest geboren is.

Merk vooral op dat de satan, wanneer hij een zondaar stijft in zijn zonden, hem eerst weerhoudt –indien het mogelijk is– van het zien en kennen van de zonde. Omdat, zolang zij die niet zien, deze onwetendheid oorzaak is van al hun ellende. Daar zij daarvan niets gevoelen, trachten zij ook niet eruit gered te worden. De Heere Jezus, Die om de werken des duivels te verbreken in de wereld kwam, begint hiermee: eerst overtuigt Hij de Zijnen, en doet hen hun zonden zien. Opdat zij die mogen gevoelen en tot hun verlossing daaruit mogen geraken. U, die uw tijd verdroomt door alleen de dingen te behartigen die voor ogen zijn, terwijl u nooit denkt aan het kwaad van uw eigen hart, overweeg dit! En u, die niet opmerkt, die uw zonden niet wilt zien, zelfs niet wilt vragen: „Wat heb ik gedaan? Wat doe ik? Hoe leef ik? Wat zal er van mij worden? Wat zal het einde van mijn dwaze weg zijn?” Tot u zeg ik: zo de Heere u ooit behoudt, zal Hij u doen zien, wat u nu niet kunt en niet wilt zien. Hij zal u doen bekennen dat u zondaars bent en Hij zal u overtuigen van zonde. Dit zal het eerste zijn wat de Heere aan u doen zal.

Thomas Shepard, predikant te Cambridge (Amerika)

(”De gezonde gelovige”, 1685)