Zelfrechtvaardiging

Titus 2:11-12

„Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig, rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld.”

God mag de zonde haten en ze toch vergeven. Hij mag zonden haten en toch zondaren vergeven en er behagen in scheppen hen te redden. De vergeving van de zonden is een werken in het belang van heiligheid. „Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen (...)” (Titus 2:11-12).

Als u een recht besef van de kracht van Christus’ bloed had, zou de heiligheid van God voor u niet afschrikwekkend zijn. Deze leer veroordeelt hen, die aan hun eigen werken grotere waarde hechten dan aan het bloed van Christus. Veel mensen maken hun eigen werken tot het fundament van hun hoop. „O God! ik dank U dat ik niet ben als andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers of zelfs als deze tollenaar. Ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van alles (…)” (Lukas 18:11-12). Deze mensen kunnen vertrouwen op hun eigen werken zonder Christus, maar ze kunnen niet vertrouwen op Christus zonder hun eigen werken. Hun grote zorg is hun eigen rechtvaardigheid tot stand te brengen (Romeinen 10:3). Sommigen menen dat God vanwege hun werken niet vertoornd op hen is. Hoewel hun geweten niet gereinigd is, zijn ze toch gerust. Anderen spannen zich in om door werken rechtvaardiging te krijgen en zien het aanbod van de genade door Christus over het hoofd. Zij gaan op een verkeerde weg, want er is grote kracht in het bloed van Christus.

Salomon Stoddard, predikant te Boston (”Showing the Virtue of Christ’s blood”, 1717)