Zalig leven

Lukas 6:21

„Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen.”

„Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft” (Rom. 8:37). „Gode zij dank, Die ons te allen tijde doet triomferen in Christus” (2 Kor. 2:14). „Zalig zijt gij, die nu weent, want gij zult lachen” (Luk. 6:21). „Het licht is voor de rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart” (Ps. 97:11). „Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien” (Ps. 126). Maar ook dient de verlating om aan hen de genade Gods, ja ook het kleinste kruimeltje en het minste gevoel daarvan des te dierbaarder en des te aangenamer te doen zijn. Want de goedertierenheid Gods is beter dan het leven. En ook dient de verlating, opdat ze deze blijken van Zijn gunst des te nauwgezetter bewaren en de Heere te vuriger daarvoor danken zouden. En ook, opdat de dorstige en matte ziel door een nieuwe stroom van vertroostingen en als met een gehele vloed der zee bevochtigd wordt en zo een nieuwe hemel op deze aarde bezitten zou, bereid zijnde om de aarde vaarwel te zeggen en met vreugde, door de vallei van de schaduw des doods, naar de hemel te gaan. Uitmuntende voorbeelden zijn er van dat hemels gejuich en van liefelijke vervoering van het hart na de wederkomst van de Bruidegom en de herstelde vertroosting, waarvan ook veel Bijbelse voorbeelden bestaan.

Gisbertus Voetius, hoogleraar in Utrecht (”De geestelijke verlatingen”, 1646)