Wintertijd der ziel

Galaten 5:17a

„Want het vlees begeert tegen de Geest en de Geest tegen het vlees.”

Velen weten niet hoe ze zich moeten neigen tot Gods wet in al hun wegen. Maar als het hun geopenbaard wordt hoe dat geschieden moet, zullen zij zich daarin voegen. Vaak komen zij ook in de praktijk hun voornemens niet na.

Maar als zij tekortkomen, kunnen zij betuigen een ander voornemen te hebben gehad, en blijven in oprechtheid en zonder bedrog bij hun plan het anders te doen. Het is hun tot droefheid hun voornemens niet beter te hebben uitgevoerd, wanneer God de Heere hen daaraan ontdekt. Wat Hij op Zijn tijd ook zeker doen zal.

Wanneer wij over onze staat oordelen willen door het nieuwe schepsel, zo moeten wij dat doen op een bekwame tijd, als wij in een goede gestalte zijn. Want het vlees en de geest begeren en vechten tegen elkaar (Galaten 5:17), terwijl nu de een en dan de ander de overhand heeft.

Ik zeg dan: men moet een bekwame tijd uitkiezen, wanneer het geestelijk deel niet door enige beproeving terneergeworpen en door het vlees overmeesterd is. Want in dat geval is het nieuwe schepsel teruggekeerd tot zijn oorsprong en veelal tot de fontein en de hoedanigheden, behalve enige kleine dingen die niet gemakkelijk te onderscheiden zijn, waardoor het weerstand biedt aan het vlees. Het is de wintertijd der ziel. Wij kunnen nu geen vrucht verwachten, zelfs geen bladeren, zoals op andere tijden.

William Guthrie, predikant te Fenwick

(”Des christens grote interest”,1668)