Wie is als Gij?

Filippenzen 2:6

„Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn.”

Hij is het Die in het begin „het Woord was, en dat Woord was bij God, en dat Woord was God” (Johannes 1:1). Hij is Gods Metgezel (Zacharia 13:7). Hij is de Zoon des Vaders in waarheid en liefde. Wij zeggen dan dat dit waarachtig, eigenlijk en eeuwig Zoon van God zijn, Hem een verhoogde en bijzondere geschiktheid gaf om dus tussen God en mens te bemiddelen. Wie is er zo geschikt om met de Vader te pleiten als Zijn eniggeboren Zoon? Wie is er, Die eeuwig in de schoot des Vaders lag, zo met Zijn gemoed en Zijn wil bekend? Wie is zo geschikt om als de glans van de heerlijkheid des Vaders en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid tevoorschijn te treden? Wie is zo bij machte om in Zijn persoon de liefde, ontferming, barmhartigheid, het medelijden en de genade van de Vader te openbaren? Wij mogen eraan toevoegen: Wie is zo in staat Zijn heiligheid, Zijn reinheid, Zijn haat tegen de zonde, en al die heerlijke volmaaktheden van Zijn goddelijk karakter te openbaren? Deze lagen verborgen voor de kinderen der mensen in de glans van dat licht, waartoe niemand naderen kan. Deze worden alle geopenbaard in de Persoon van Immanuël!

J. C. Philpot, predikant te Stamford (”Jezus, als de grote Hogepriester van het huis Gods”, 1862)